Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Verruiming overgangstermijn verbeterde premieregeling

13 juni 2016

Op 10 juni stuurde staatssecretaris Klijnsma de Eerste Kamer aanvullende informatie over het Wetsvoorstel verbeterde premieregeling. Het is de bedoeling dat de Eerste Kamer op 14 juni instemt met het wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om door te beleggen na pensioendatum en variabele pensioenuitkeringen aan te kopen.

Uitstel stemming

De stemming over het wetsvoorstel stond voor 31 mei op de agenda. Enkele partijen willen hierover nog in debat met Helma Lodders (VVD) en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken. De Eerste Kamer verplaatste de stemming daarom naar dinsdag 14 juni. Met een debat daaraan voorafgaand.

In haar brief van 30 mei gaf Klijnsma al aanvullende informatie naar aanleiding van het plenaire debat over het initiatief wetsvoorstel verbeterde premieregeling (zie ook ons nieuwsbericht van 2 juni). Zij gaf toen aan open te staan voor overleg met het veld over de wijze waarop de prudent person regel bij premieovereenkomsten wordt ingevuld. Dit overleg was ook bedoeld om eventuele uitvoeringstechnische problemen in beeld te brengen en daarvoor oplossingsrichtingen te verkennen.

Brief met aanvullende informatie

Klijnsma gaat in haar brief onder meer in op de volgende punten:

  • 1. Het uitgangspunt dat de pensioenuitvoerder bij de omvang van het risico waaraan de deelnemer blootstaat, rekening houdt met diens leeftijd en de manier waarop dit uitgangspunt in het ontwerpbesluit is uitgewerkt.
  • 2. De uitvoeringsgevolgen van de onmiddellijke werking van de verplichting om bij alle deelnemers op het moment waarop dat relevant is, de (voorlopige) voorkeur voor een vast of een variabel pensioen uit te vragen en het beleggingsbeleid daarop af te stemmen voor uitvoerders die (ook) een variabel pensioen aanbieden.

 
Klijnsma voerde hierover gesprekken met vertegenwoordigers van het Verbond van verzekeraars, de Pensioenfederatie en van KNVG en NVOG en deelt in haar brief de belangrijkste uitkomsten van die gesprekken.

Meer methoden mogelijk dan life-cycle beleggen

Klijnsma constateert dat het ontwerpbesluit bij het wetsvoorstel onvoldoende ruimte biedt voor andere methoden dan een life-cycle beleggingsbeleid. Deze methode is weliswaar de meest logische, maar niet de enige methode om te voorkomen dat oudere deelnemers op of voorafgaand aan de pensioendatum worden blootgesteld aan teveel neerwaarts beleggingsrisico.

Klijnsma belooft in het besluit meer ruimte te bieden door het principe voorop te zetten dat de pensioenuitvoerder (pensioenfonds, pensioenverzekeraar of premiepensioeninstelling) oudere deelnemers effectieve bescherming biedt tegen de gevolgen van het neerwaarts beleggingsrisico. Klijnsma: “Uitvoerders krijgen mogelijkheden voor een andere invulling van dit principe dan door middel van een life cycle, mits zij kunnen onderbouwen dat hiermee het neerwaartse risico vóór de pensioendatum afdoende wordt gedempt, zonder dat dit in het nadeel is van de overige deelnemers. DNB zal de effectiviteit van de bescherming toetsen en bezien of de invulling in overeenstemming met de bestaande wet- en regelgeving.”

Ook overgangstermijn bij aanbod vast en variabel pensioen

Volgens het ontwerpbesluit hebben uitvoerders die na de invoering van de Wet verbeterde premieregeling uitsluitend een vast pensioen blijven aanbieden, tot 1 januari 2018 uitstel van de verplichting om het beleggingsrisico af te stemmen op een variabele pensioenuitkering. In de gesprekken is bepleit eenzelfde uitstel te verlenen aan uitvoerders die (ook) een variabel pensioen gaan aanbieden omdat zij anders op korte termijn geen variabel pensioen kunnen aanbieden.

Klijnsma: “Deelnemers met een premieovereenkomst hebben er belang bij dat de uitvoerder de beleggingen zo snel mogelijk afstemt op zijn voorkeur voor een vast of een variabel pensioen. Daar staat tegenover dat deze deelnemers er ook belang bij hebben dat uitvoerders de mogelijkheid van een variabel pensioen snel gaan aanbieden. Nu het effect op het pensioen van iets meer beleggingsrisico over een korte periode bescheiden is, ben ik voornemens om tegemoet te komen aan het verzoek om ook aan pensioenuitvoerders die een variabel pensioen aanbieden, uitstel tot 1 januari 2018 te bieden van de verplichting om de voorkeur van de deelnemers uit te vragen en het beleggingsrisico op die voorkeur te baseren.”

Commentaar

In de Eerste Kamer was veel kritiek op de wijze waarop het ontwerpbesluit de zogenoemde “prudent person” regel invulde. De prudent person regel houdt in dat de pensioenuitvoerder belegt in het belang van de deelnemer of gepensioneerde. Met name pensioenfondsen vullen dit in door een collectief beleggingsbeleid te voeren voor hun gehele bestand. Individuele lifecycles per (groep van) deelnemer(s) past hier niet bij.
Een ander punt van kritiek was het ontbreken van een overgangstermijn voor pensioenuitvoerders die variabele pensioenuitkeringen willen aanbieden. Die zouden dan voor hun bestaande portefeuille de voorgeschreven life-cycles moeten invoeren vóórdat ze met het nieuwe product op de markt konden komen. Dat zou vertraging van de introductie van het nieuwe product opleveren.
Met de toezeggingen in haar brief haalt Klijnsma de grootste knelpunten weg.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Brief 10 juni 2016 van Klijnsma aan de Kamer; Wetsvoorstel 34255, Eerste Kamer

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 juni 2016