Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Verschuiving AOW-leeftijd niet discriminerend

19 maart 2014

Op 11 februari 2014 ging de AOW-uitkering in voor X. Hij was van mening dat zijn AOW één maand eerder moest ingaan. De Rechtbank Overijssel oordeelde dat X geen gelijk had.

Situatie

Meneer X is geboren op 11 december 1948. Op 14 juni 2013 vroeg hij zijn AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) besluit dat het AOW-pensioen van X ingaat op 11 februari 2014. X is het hiermee niet eens. Hij vindt dat hij recht heeft op AOW-pensioen met ingang van 11 januari 2014. Hij is dan 65 jaar en één maand oud. X voert daarvoor aan dat:

  • De verhoging van de pensioendatum niet berust op een wettelijke grondslag en
  • Artikel 7a, eerste lid, aanhef en onder c AOW (*) in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM) en met het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).

Rechtbank Overijssel

De Rechtbank stelt X in het ongelijk. De Rechtbank geeft aan dat er wel degelijk sprake is van een wettelijke grondslag. Namelijk: artikel 7a, eerste lid, aanhef en c AOW. Dat is de bewuste bepaling waarvan X vindt dat deze in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, EVRM en IVBPR.

De rechtbank concludeert dat artikel 7a AOW niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en voormelde internationale bepalingen. Daarvoor voert de Rechtbank onder meer aan dat niet kan worden gezegd dat de verhoging van de AOW-ingangsdatum voor X leidt tot een onevenredig zware last. Alle personen geboren na 30 november 1948 worden hierdoor getroffen en niet alleen een kleine groep. Verder vindt de Rechtbank het van belang dat dat de wetgever uitdrukkelijk heeft overwogen dat alle generaties een steentje bijdragen aan de rekening van de oplopende kosten van de AOW en dat de wetgever overgangsmaatregelen heeft genomen om mogelijke overbruggingsproblemen te compenseren voor mensen met weinig voorbereidingstijd.

Commentaar

In februari 2013 schreven wij over de eerste rechtszaak over de AOW-ingangsdatum. Eiser stelde toen dat de verschuiving van de AOW-datum van 65 jaar naar de 65-ste verjaardag in strijd was met het EVRM. De Rechtbank stelde hem toen in het ongelijk. Wij verwachtten dat het niet zou blijven bij die ene rechtszaak. En dat blijkt.

In de zaak waarover de Rechtbank Overijssel oordeelde gaat het ook over het verhogen van de AOW-leeftijd. X stelde in beroep dat hij met ingang van 11 januari 2014 recht heeft op AOW-pensioen. Hij is dan 65 jaar en één maand.  Omdat hij in december jarig is, moet hij echter twee maanden wachten voordat zijn AOW ingaat. Zijn redenering vinden wij niet zo consequent. Want waarom is de  verhoging van één maand (blijkbaar) geen probleem en de verhoging met twee maanden wel? Was X één maand eerder geboren, dan was zijn AOW-ingangsleeftijd 65 jaar en één maand. Nu hij in december jarig is, geldt voor hem de verhoging van de AOW-ingangsdatum naar 65 jaar en twee maanden.

Personen die in november 2014 65 jaar worden lopen tegen hetzelfde probleem op. Hun AOW-pensioen gaat niet in op 65 jaar plus twee maanden, maar pas bij 65 jaar en drie maanden. En in 2015 worden degenen die 65 jaar worden in oktober met een vergelijkbaar probleem geconfronteerd.

 
Auteur: Vera Hek, adviseur AEGON Adfis

Bronnen: Rechtbank Overijssel, d.d. 12-3-2014, nr. Awb 13/2256

*)  In dit artikel is bepaald dat de pensioengerechtigde leeftijd in 2014 65 jaar en twee maanden is.