Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Verwijzing naar pensioenreglement is dynamisch incorporatiebeding

Verwijzing naar pensioenreglement is dynamisch incorporatiebeding

2 juni 2020

Werknemer neemt deel in door pensioenfonds uitgevoerde collectieve pensioenregeling. Het pensioenreglement van het pensioenfonds bevat een eenzijdig wijzigingsbeding. Door een verwijzing in de arbeidsovereenkomst naar de collectieve pensioenregeling is het pensioenreglement geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomst en de pensioenovereenkomst.

Het geschil: Eenzijdige wijziging regeling rechtsgeldig?

X is sinds november 1988 voor onbepaalde tijd in dienst bij Y BV. Hij neemt deel aan de collectieve pensioenregeling van Y BV. Deze pensioenregeling wordt uitgevoerd door een bedrijfstakpensioenfonds, waarbij Y BV vrijwillig was aangesloten. In oktober 1992 ondertekent X een zogenoemde ‘pensioenmededeling’ van Y BV waarin onder meer staat; “voor de verzekering van pensioenen voor onze medewerkers zijn wij met ingang van 1 augustus 1990 aangesloten bij de Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel te ’s-Gravenhage. De pensioenen worden verzekerd volgens de regeling zoals omschreven in het laatstelijk per 1 januari 1989 gewijzigde Pensioenreglement 1978 van dat pensioenfonds”.

X tekent een ontvangstverklaring waarin hij aangeeft een exemplaar van het Pensioenreglement 1978 te hebben ontvangen, kennis te hebben genomen van de inhoud van de pensioenmededeling en het pensioenreglement, daarmee akkoord te gaan en zich aan de bepalingen daarvan te onderwerpen.

Het in de pensioenmededeling genoemde pensioenreglement is in de loop van de tijd een aantal keren gewijzigd, onder meer bij de invoering van de Pensioenwet in 2007. In het reglement stond onder andere dat het zowel de pensioenovereenkomst als het pensioenreglement als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Pensioenwet bevatte. Tevens kende het reglement een eenzijdig wijzigingsbeding op grond waarvan het pensioenfonds de pensioenregeling mocht wijzigen als er sprake was van wijziging van omstandigheden die voor de werkgever van zodanig zwaarwegend belang zijn in de relatie tot de belangen van de werknemers, dat de belangen van de werknemers daarvoor moeten wijken. Als het pensioenfonds en/of de werkgever gebruik wil maken van dit wijzigingsbeding zal hij de deelnemers hierover schriftelijk informeren en met hen overleggen over een eventuele herziening van de pensioenregeling.

Y BV heeft 42 werknemers en geen ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of ander medezeggenschapsorgaan.

Met ingang van 1 januari 2013 wijzigt het pensioenfonds de regeling. Het herverzekeringscontract met een tweetal pensioenverzekeraars liep af en als de bestaande regeling ongewijzigd zou worden voortgezet zou de premie als gevolg van de gedaalde rente en de toegenomen levensverwachting met 60% stijgen. Het bestuur van het pensioenfonds vond het niet verantwoord om in de economisch zware tijden een dergelijke premiestijging neer te leggen bij de werkgevers. Daarom verdeelde zij de pijn tussen werkgevers en werknemers door enerzijds een premiestijging en anderzijds een versobering van de regeling. Y BV informeert de werknemers in oktober 2012 over de wijzigingen waarbij zij aangeeft de werknemersbijdrage in de premie te verhogen van 6% naar 8%.

In een gesprek in februari 2018 geeft X aan Y BV aan de wijzigingen van de pensioenregeling per 1 januari 2013 niet te accepteren. Volgens zijn zeggen stelde hij dit al met enige regelmaat aan de orde bij de toenmalige directie.

X stapt naar de kantonrechter en stelt dat Y BV niet gerechtigd was de pensioenregeling per 1 januari 2013 (en daarna) eenzijdig, dus zonder zijn welbewuste instemming, te wijzigen. Y BV heeft volgens X onrechtmatig jegens hem gehandeld, dan wel gehandeld in strijd met de beginselen van goed werkgeverschap dan wel tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de pensioenovereenkomst die op 31 december 2012 van kracht was tussen X en Y BV.

X bouwt als gevolg van de doorgevoerde wijzigingen minder pensioen op dan hij deed vóór 1 januari 2013 en Y BV dient volgens hem aansprakelijk te worden gehouden voor deze schade.

Oordeel kantonrechter: Werkgever handelde niet onrechtmatig

De kantonrechter stelt vast dat partijen in oktober 1992 een pensioenovereenkomst sloten, waarin het toen geldende pensioenreglement van toepassing is verklaard. X heeft een exemplaar van dat reglement ontvangen en zich ermee akkoord verklaard. Door de in die overeenkomst opgenomen verwijzing naar het pensioenreglement is dat reglement volgens de kantonrechter geïncorporeerd in de pensioenovereenkomst, of anders gezegd, valt daarmee samen. Het pensioenreglement zegt immers dat dit reglement zowel de pensioenovereenkomst bevat als het pensioenreglement als bedoeld in de Pensioenwet. Het pensioenreglement bevatte volgens Y BV al ten tijde van de aanvaarding daarvan door X een eenzijdig wijzigingsbeding. X heeft deze stelling van Y BV niet, althans onvoldoende weersproken, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat het pensioenreglement dat X in oktober 1992 uitdrukkelijk heeft aanvaard een eenzijdig wijzigingsbeding bevatte en dat dit beding in de latere versies van het pensioenreglement is blijven staan.

X wist, althans behoorde volgens de kantonrechter in oktober 1992 te weten dat een eenzijdige wijziging van het pensioenreglement mogelijk was. Aan de rechtsgeldigheid van dit eenzijdige wijzigingsbeding doet niet af dat het beding zelf niet in de door X voor akkoord getekende pensioenmededeling van oktober 1992 is opgenomen. Het is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende dat het beding in het door X aanvaarde pensioenreglement staat waarvan hij destijds een exemplaar heeft ontvangen. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde dat een dergelijk beding schriftelijk is vastgelegd zoals bepaald in artikel 19 Pensioenwet.

De kantonrechter concludeert dat de inhoud van de pensioenafspraken tussen partijen dus bepaald wordt door het pensioenreglement zoals dat per 1 januari 1989 luidde én de latere wijzigingen daarvan. Dat zou volgens de kantonrechter anders zijn geweest als in de pensioenmededeling had gestaan dat de inhoud van de pensioenovereenkomst werd bepaald door het op dat moment geldende exemplaar van het pensioenreglement, dus zonder toekomstige wijzigingen. In dat geval zou sprake zijn geweest van de door X bedoelde statische incorporatie. Door de dynamische incorporatie beweegt de inhoud van de pensioenovereenkomst automatisch mee met de wijzigingen van het pensioenreglement. De kantonrechter trekt een vergelijking met de algemeen aanvaarde, vrijwillige incorporatie van een cao in een arbeidsovereenkomst indien een cao niet op grond van de wet op een arbeidsverhouding van toepassing is. Wijzigt de cao dan wijzigt ook de arbeidsovereenkomst, tenzij partijen gezamenlijk besluiten hiervan af te wijken. Deze vrijwillige incorporatie vloeit voort uit de contractsvrijheid, aldus de kantonrechter.

De vraag of sprake is van een rechtsgeldige wijziging is volgens de kantonrechter dus afhankelijk van de vraag of het pensioenfonds, gelet op de statutaire en reglementaire bepalingen inzake de wijzigingsbevoegdheid, een rechtsgeldig besluit tot wijziging van het pensioenreglement heeft genomen. Als dat het geval is, dan werkt de wijziging door in de rechtsverhouding tussen X en Y BV.

De kantonrechter concludeert dat hiervan sprake is. Gesteld noch gebleken is dat het besluit van het pensioenfonds tot wijziging van het pensioenreglement niet rechtsgeldig is. Bovendien zijn de deelnemers geïnformeerd door het fonds en door de werkgever, waarbij melding is gemaakt van de voor de werkgever zwaarwegende omstandigheden en is daarbij door het fonds de mogelijkheid van voorlichting geboden, waardoor de mogelijkheid tot overleg, zoals opgenomen in het pensioenreglement, is gecreëerd.

Nu sprake is van een rechtsgeldige wijziging van het pensioenreglement en die wijziging automatisch doorwerkt in de pensioenovereenkomst tussen partijen is volgens de kantonrechter geen sprake van onrechtmatig handelen door Y BV.

De kantonrechter wijst de vordering van X dan ook af.

Commentaar

Incorporatiebedingen zoals aan de orde in deze zaak komen veelvuldig voor. In de arbeids- of pensioenovereenkomst verwijst de werkgever naar het pensioenreglement van het pensioenfonds, zonder daar verder inhoudelijke bepalingen over op te nemen. Door het aanvaarden van het pensioenreglement accepteert de werknemer dat de inhoud van het pensioenreglement één op één deel uitmaakt van zijn pensioenovereenkomst. En dat geldt ook voor toekomstige wijzigingen. Mits deze door het pensioenfonds op de daarvoor geëigende wijze zijn aangebracht, is sprake van een rechtsgeldige wijziging van de pensioenovereenkomst van de werknemer. Deze dient zich bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst goed te beseffen wat de gevolgen zijn van het aanvaarden van een dergelijk incorporatiebeding. Als het eenmaal onderdeel uitmaakt van zijn arbeids- en pensioenovereenkomst, is hij gebonden aan rechtsgeldig genomen besluiten van het pensioenfonds inzake wijzigingen van de pensioenregeling.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Overijssel, 26 mei 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1855

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 mei 2020.