Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Verzekeraar mag niet afwijken van pensioenreglement.

Verzekeraar mag niet afwijken van pensioenreglement.

10 juni 2020

Pensioenreglement voorziet in uitruil deel ouderdomspensioen in partnerpensioen bij einde deelnemerschap, tenzij binnen een maand na de uitruil bezwaar wordt aangetekend. Nu dat niet is gebeurd is verzekeraar verplicht uitvoering te geven aan het pensioenreglement.

Uitruil bij einde deelnemerschap

X neemt deel aan de collectieve pensioenregeling van zijn werkgever die wordt uitgevoerd door een pensioenverzekeraar. Het pensioenreglement bepaalt; “de gewezen deelnemer, die onmiddellijk voorafgaand aan het einde van het dienstverband een aanspraak op levenslang partnerpensioen van zijn of haar partner had, wordt geacht te hebben gekozen voor een gedeeltelijke uitruil van de vastgestelde premievrije aanspraak op levenslang ouderdomspensioen in een premievrije aanspraak op levenslang partnerpensioen ten behoeve van de partner (…) De gewezen deelnemer wordt geacht niet voor deze uitruil te hebben gekozen, indien de gewezen deelnemer en/of de partner van de gewezen deelnemer binnen een maand na de uitruil bij de pensioenuitvoerder per aangetekende brief bezwaar aantekent tegen de uitruil.”

X gaat in maart 2011 uit dienst, waarmee ook zijn deelname aan de collectieve pensioenregeling eindigt. Op basis van het pensioenreglement vindt de automatische uitruil plaats. Dit zag X voor het eerst op het UPO dat de pensioenverzekeraar in 2012 stuurde. X noch zijn echtgenote tekende bezwaar aan tegen de uitruil.

Spijt na echtscheiding

Het huwelijk van X en zijn echtgenote eindigt in een echtscheiding in augustus 2015. In oktober 2015 informeert X bij de pensioenverzekeraar naar de hoogte van zijn pensioen. Daaruit blijkt dat voor zijn ex-partner een partnerpensioen verzekerd is. Volgens X is het echter nooit zijn bedoeling geweest om bij het einde van zijn deelnemerschap uit te ruilen. Ook na uitvoerig hierover met elkaar van gedachten te hebben gewisseld, komen partijen er niet uit en X stapt naar de Geschillencommissie van het KiFiD. Hij vordert dat de pensioenverzekeraar alsnog de uitruil van een deel van het ouderdomspensioen in een (bijzonder) partnerpensioen ongedaan maakt. Volgens hem is de pensioenverzekeraar toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht door zonder zijn nadrukkelijke instemming tot uitruil over te gaan. Bovendien was hij naar zijn zeggen niet op de hoogte van het feit dat hij binnen een maand bezwaar had kunnen maken tegen de omzetting van een deel van het ouderdomspensioen in een (bijzonder) partnerpensioen.

De pensioenverzekeraar brengt hier tegen in dat er geen reden is om aan te nemen dat X de uitruil ten tijde van zijn uitdiensttreding niet zou hebben gewild. Bovendien zijn daarbij de feiten en omstandigheden op het moment van het einde van het dienstverband in maart 2011 van belang en niet die op het moment van echtscheiding in augustus 2015. X heeft overigens ook na de ontvangst van het UPO 2012 geen bezwaar aangetekend bij de pensioenverzekeraar. De pensioenverzekeraar geeft aan desalniettemin bereid te zijn de uitruil terug te draaien, mits de ex-partner van X daarmee akkoord gaat.

Oordeel KiFiD; verzekeraar is niet toerekenbaar tekortgeschoten

De Commissie begint met vast te stellen dat voor het beantwoorden van de vraag of de pensioenverzekeraar toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn zorgplicht als uitgangspunt geldt dat het pensioenreglement bepalend is. Dit reglement vormt namelijk de grondslag van de door de voormalige werkgever van X gedane pensioentoezegging.

In het pensioenreglement is opgenomen wat de gevolgen zijn voor de opgebouwde aanspraken van de deelnemer bij beëindiging van het dienstverband. De pensioenverzekeraar mag volgens het KiFiD hiervan niet afwijken en dient hier in zijn rol als pensioenuitvoerder uitvoering aan te geven. Het KiFiD constateert dat dit meebrengt dat voor een gewezen deelnemer, die onmiddellijk voorafgaand aan het einde van het dienstverband een aanspraak op levenslang partnerpensioen ten behoeve van zijn of haar partner had, de uitruil wordt doorgevoerd tenzij door betrokkenen binnen een maand na de uitruil schriftelijk bezwaar wordt aangetekend. De Commissie stelt vast dat X niet tijdig gebruik heeft gemaakt van die mogelijkheid. Dat X niet op de hoogte was van de inhoud van het pensioenreglement kan de pensioenverzekeraar niet worden tegengeworpen, omdat ten tijde van de toetreding van X tot de pensioenregeling van zijn werkgever (vóór de inwerkingtreding van de Pensioenwet in 2007) op grond van de toen geleden Pensioen- en spaarfondsenwet de werkgever en niet de verzekeraar op verantwoordelijk was om een exemplaar van het pensioenreglement uit te reiken.

De Commissie oordeelt dan ook dat de pensioenverzekeraar niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn zorgplicht en wijst de vordering van X af.

Commentaar

Een partnerpensioen op risicobasis heeft geen waarde. Dat betekent dat er alleen dekking bestaat gedurende het deelnemerschap aan de pensioenregeling. Alleen in die periode wordt er namelijk premie betaald. Wat dat betreft is een partnerpensioen op risicobasis vergelijkbaar met een brandverzekering. Ik betaal een jaarpremie om mijn huis te dekken tegen brand. Als mijn huis in dat jaar niet afbrandt, krijg ik geen uitkering en moet ik om het volgende jaar weer gedekt te zijn weer premie betalen. Maar ik krijg ook geen premie terug. Die is gebruikt om gedurende een jaar lang dekking te verlenen. Bij een partnerpensioen op risicobasis is het net zo. Zo lang er premie wordt betaald, is er dekking. Er wordt geen waarde opgebouwd in de verzekering. Na einde van het deelnemerschap is er geen sprake meer van premiebetaling en dus ook niet meer van dekking voor het partnerpensioen. Dat doet zich voor bij einde dienstverband vóór pensioeningang en bij pensioeningang.
Om te voorkomen dat gewezen deelnemers onbewust in de situatie komen dat hun partner niet meer is verzekerd voor een partnerpensioen, voorziet de Pensioenwet in uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen op pensioeningangsdatum in situaties waarin sprake is van partnerpensioen op risicobasis en de deelnemer of gewezen deelnemer gehuwd is of een geregistreerd partnerschap heeft. In die situaties voert de pensioenuitvoerder de uitruil in beginsel uit, tenzij de deelnemer of de gewezen deelnemer binnen de daarvoor door de pensioenuitvoerder gestelde termijn uitdrukkelijk aangeeft niet te willen ruilen. Als hij niet reageert op de door de pensioenverzekeraar voorgestelde ruil, dan moet de pensioenuitvoerder in deze situatie overgaan tot de uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen (artikel 61, lid 7 PW).
Als echter sprake is van einde deelnemerschap vóór pensioeningangsdatum, bijvoorbeeld omdat iemand van baan wisselt, is geen sprake van automatisch uitruil, tenzij; maar moet de deelnemer of gewezen deelnemer hier zelf om vragen. Doet hij dat niet, dan vindt geen uitruil plaats en is er dus geen dekking meer voor de partner na einde deelnemerschap. Dus, géén uitruil tenzij.

De werkgever van X vond dat kennelijk een ongewenste situatie en zorgde ervoor dat er nooit sprake kan zijn van een gewezen deelnemer die onbewust de dekking voor zijn partnerpensioen opgeeft. Daarom nam hij in het pensioenreglement op dat er altijd – dus ook in situaties van einde deelnemerschap vóór pensioeningangsdatum – sprake is van uitruil tenzij hier tegen bezwaar gemaakt werd. Dat is dus een uitbreiding van de wettelijke verplichting van de Pensioenwet. Maar je mag als werkgever natuurlijk altijd meer doen dan wettelijk verplicht. 
De pensioenverzekeraar voert uit wat werkgever en werknemer overeenkomen inzake pensioen. Hij is inhoudelijk geen partij bij de pensioenovereenkomst en kan dus ook niet inhoudelijk afwijken van hetgeen is overeengekomen en vastgelegd in het pensioenreglement. Ook niet als de persoonlijke situatie van een deelnemer door een echtscheiding zodanig verandert dat hetgeen hij zijn partner gunt zijn ex-partner misgunt. Overigens zou, als de uitruil ongedaan gemaakt wordt, het deel van het ouderdomspensioen waarop de ex op basis van de pensioenverevening bij echtscheiding recht heeft ook groter worden.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2020-458, 27 mei 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 juni 2020.