Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Verzekeraar niet aansprakelijk voor winstprognose

1 maart 2018

De heer X sluit een levensverzekering bij Prudential. De verzekering voorziet in een uitkering van een gegarandeerd kapitaal bij leven op de einddatum plus winstuitkeringen. Volgens de rechter is Prudential niet aansprakelijk voor de winstprognose die ze bij aanvang van de verzekeringen heeft afgegeven.

Kapitaalverzekeringen met winstdeling

De heer X sloot in 1987 een kapitaalverzekering bij Prudential Leven. De verzekering voorzag in uitkering van kapitalen bij in leven zijn van X op de einddatum in 2016. Onderdeel 1 van de kapitaalverzekering bevat een verzekerd kapitaal van € 19.190 vermeerderd met winstbijschrijvingen tot ten minste het garantiekapitaal van € 23.796. Het verzekerde kapitaal van onderdeel 2 bedraagt € 26.726 vermeerderd met winstbijschrijvingen. Het totaal verzekerde kapitaal bij leven inclusief winstgarantie bedraagt € 50.522.

Volgens de offerte voor de kapitaalverzekering zijn  de winstbijschrijvingen gebaseerd op het bedrijfsresultaat van Prudential Leven. Prudential zou 90% van dit bedrijfsresultaat aanwenden voor winstbijschrijvingen op de verzekeringen. Op basis van de toenmalige rentestand gaf Prudential in de offerte een winstprognose af die zou leiden tot een totale uitkering van € 68.067. Deze uitkering is gelijk aan de hypotheek die X gesloten heeft met bank Mees & Hope NV (thans MNF Bank).

Op 8 juni 1989 wijzigt Prudential Leven haar statuten waarna de winstdeling niet meer afhankelijk is van de winst van Prudential Leven zelf, maar van de Prudential Portefeuille in Nederland.

In 2008 constateert X dat de winstdeling achterloopt bij de prognose. Hij schrijft hierover een brief aan zijn verzekeringstussenpersoon. Achmea (rechtsopvolger van Prudential) beantwoordt deze brief waarbij zij uitlegt en een overzicht geeft van de winstdeling.

Op de expiratiedatum in 2016 keert Achmea een bedrag van € 52.490 aan X.

X vordert van Achmea een extra uitkering van € 15.500. Dit bedrag is ongeveer het verschil tussen de geprognotiseerde uitkering van € 68.067 en de ontvangen uitkering van € 52.490. Volgens X is Achmea toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en haar (wettelijke) zorgplicht door:

  1. eenzijdig de overeengekomen winstdelingsregeling te wijzigen;
  2. X niet in te lichten over de statutenwijziging, geen winstwaarschuwing te sturen en onvolledig in te lichten over de gedane winstuitkeringen, en
  3. X niet adequaat te adviseren over het niet halen van de prognose.

 

Rechtbank

X vordert een schadevergoeding van € 15.500. Voor toekenning van een schadevergoeding gelden drie vereisten:

  • een toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad van de gedaagde partij,
  • schade die is geleden door de eisende partij,
  • die het gevolg is van deze tekortkoming of onrechtmatige daad (causaal verband).

 

Op X rust de bewijslast om dit aan te tonen.

Eenzijdige wijziging winstdelingsregeling  

Volgens de rechter heeft X niet aangetoond dat het niet behalen van het beoogde kapitaal van € 68.067 een gevolg is van de wijziging in de winstdelingsregeling. Ook na de statutenwijziging in 1989 stegen de winstuitkeringen. Pas in 2000 begonnen de winstuitkeringen substantieel te dalen. “Gelet op het tijdsverloop van 11 jaar tussen de wijziging van de winstdelingsregeling en de daling van de winstuitkering acht de kantonrechter niet aannemelijk dat die daling een gevolg is van de statutenwijziging”.

Onvolledig/niet ingelicht of gewaarschuwd

Het staat niet vast dat Achmea in de periode 2003-2008 winstbrieven heeft gestuurd aan X. Daardoor heeft Achmea haar informatieplicht geschonden. Op basis van de winstbrieven die X wel heeft gehad kon hij zien dat de winstbijschrijvingen sterk terugliepen en kon hij begrijpen dat het uiteindelijke uit te keren kapitaal waarschijnlijk lager zou zijn dan het geprognotiseerde bedrag van € 68.067. Dat blijkt ook uit die brief die X in 2008 stuurde aan zijn verzekeringstussenpersoon. Omdat hij deze daling zelf ook heeft geconstateerd kan volgens de rechtbank niet gesteld worden dat X schade leed door het ontbreken van enkele winstbrieven.

X wist al in 2008 dat de winstbijschrijvingen achterbleven bij de prognose. Maar hij heeft daarop geen actie ondernomen. De rechter acht het daarom niet aannemelijk dat X wel advies bij zijn assurantietussenpersoon zou hebben ingewonnen wanneer Achmea in 2008 of de jaren daarvoor een winstwaarschuwing zou hebben gegeven. Volgens de rechter is er daarom geen causaal verband tussen de schending van een informatieplicht en (eventuele) waarschuwingsplicht en de door X gevorderde schade.

Niet adequaat geadviseerd  

De rechter constateert dat in deze zaak:

  • geen sprake is van een complex risicovol product (er was sprake van een levensverzekering met een gegarandeerd eindbedrag; alleen het halen van het geprognotiseerde bedrag was onzeker);
  • de verzekeraar niet als adviseur is opgetreden ter zake van het afsluiten van het verzekeringsproduct, maar dit is gedaan door een door verzekeringnemer ingeschakelde verzekeringstussenpersoon op wie een adviesplicht rust;
  • de aan de verzekering gekoppelde hypotheek niet is afgesloten bij Achmea.

In dit geval strekt, volgens de rechter, de zorgplicht van de verzekeraar niet zo ver dat hij verzekeringnemer ook - in het licht van de achterblijvende waardeontwikkeling - actief moet adviseren over zijn verzekeringsproduct.

Commentaar

X wilde het achterblijven van de winstbijschrijvingen op de prognose verhalen op de verzekeraar. Maar hij slaagde er niet in te bewijzen dat dit het gevolg was van het wijzigen van de winstdelingsregeling door de verzekeraar. Volgens de rechter was X voldoende geïnformeerd door de verzekeraar en rustte op hemzelf de verantwoording om actie te ondernemen naar aanleiding van de tegenvallende resultaten. De verzekeraar heeft geen waarschuwingsplicht en geen adviesplicht nu de verzekering door X met tussenkomst van een tussenpersoon is gesloten.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, 7 februari 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 februari 2018.