Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Volgend kabinet mag oordelen over eventuele verlaging AOW-leeftijd

Volgend kabinet mag oordelen over eventuele verlaging AOW-leeftijd

5 februari 2021

Minister Koolmees schrijft de Tweede Kamer dat verlaging van de AOW-datum op termijn mogelijk is wanneer de levensverwachting op de langere termijn daalt, dat het wel gevolgen heeft en nu nog niet noodzakelijk is. Hij laat het aan het volgende kabinet over om daarover te oordelen.

Amendement voor verlaging AOW-leeftijd bij dalende levensverwachting

Tijdens het wetgevingsoverleg in de Tweede Kamer van 5 november 2020 over de Wet verandering koppeling AOW-leeftijd diende het lid Van Kent van de fractie van de SP een amendement in dat het mogelijk moet maken dat de AOW-leeftijd in de toekomst kan dalen bij een dalende levensverwachting. Naar aanleiding van het debat hierover stuurde minister Koolmees de Tweede Kamer op 2 februari een brief waarin hij ingaat op dit amendement.

Kamerbrief: Verhoging AOW-leeftijd naar 67 jaar is inhaalslag

In de brief schrijft Koolmees dat de AOW-leeftijd de komende jaren stijgt naar 67 jaar in 2024 via een vastgesteld getemporiseerd leeftijdspad. Volgens Koolmees is dit in lijn met de sterke stijging van de levensverwachting sinds de invoering van de AOW in 1957 en betreft het een inhaalslag, die onafhankelijk is van de ontwikkeling van de levensverwachting.

Vanaf 2024 is de AOW-leeftijd vanaf 67 jaar gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Bij een verhoging van de levensverwachting met meer dan 4,5 maanden, vindt een verhoging van de AOW-leeftijd met stapjes van drie maanden plaats. Daarbij wordt een aankondigingstermijn van vijf jaar in acht genomen zodat mensen zich hierop kunnen voorbereiden. Wij schreven daarover onder meer in ons nieuwsbericht van 20 december 2020 en ons nieuwsbericht van 30 november. In dit laatste bericht las u dat de AOW-leeftijd ook in 2026 onveranderd op 67 jaar blijft.

Omdat sterftecijfers op de korte termijn kunnen fluctueren, wordt met de huidige koppeling in de AOW (vanaf 2024) aangesloten bij de langetermijntrend. Om te voorkomen dat de AOW-leeftijd van jaar op jaar zou kunnen stijgen en dalen, is in de formule in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet uitgangspunt dat de AOW-leeftijd met stapjes van 3 maanden stijgt als sprake is van een stijging van de levensverwachting 4,5 maanden of meer. Bij een kleinere stijging blijft de AOW-leeftijd gelijk.

Sterftecijfers Covid beïnvloeden lange termijn levensverwachting niet

Volgens de huidige formule in de wet vindt geen daling plaats van de AOW-leeftijd bij een daling van de levensverwachting. Dit sluit aan bij de verwachting dat op lange termijn sprake is en blijft van een opwaartse trend, aldus de minister. Op deze manier worden fluctuaties in de levensverwachting gedempt en wordt voorkomen dat de AOW-leeftijd van jaar op jaar zou gaan schommelen. Op deze manier wordt meer zekerheid geboden en voorkomen dat de AOW-leeftijd mede zou gaan afhangen van toevallige uitschieters in levensverwachting en sterftecijfers zoals we nu over het afgelopen jaar zien.

Op dit moment is de verwachting van het CBS dat Corona, hoewel het een grote impact heeft op de sterfte op de korte termijn, op de langere termijn de stijgende lijn in de levensverwachting niet nadelig zal beïnvloeden. Het is de verwachting dat de levensverwachting na Corona weer terug zal gaan naar deze langjarige trend, net zoals na de Spaanse griep en na de Tweede Wereldoorlog het geval is geweest. Uit de in december 2020 door het CBS gepubliceerde cijfers over de ontwikkeling van de levensverwachting op 65 jaar komt op basis van de sterftecijfers in 2020 het beeld naar voren dat de periode levensverwachting in 2023 weer op het oude niveau zal zijn en dezelfde ontwikkeling zal laten zien

Volgend kabinet mag oordelen over verlaging AOW-leeftijd

De minister schrijft in zijn brief aan de Kamer dat overwogen kan worden om voor het vaststellen van de AOW-leeftijd over te schakelen naar een aangepaste systematiek als voor de lange termijn een daling is te voorzien in de ontwikkeling van de levensverwachting. Dat vraagt wel een wetswijziging die het mogelijk maakt dat bij een negatieve uitkomst van de formule  dit kan leiden tot een verlaging van de AOW-leeftijd. Daarbij ligt het in de rede om net als bij de verhoging van de AOW-leeftijd, de AOW-leeftijd enkel te verlagen bij een daling van de levensverwachting groter dan 4,5 maanden, aldus de minister.

De minister geeft aan dat bij het mogelijk maken van een daling van de AOW-leeftijd voorkomen moet worden dat een wijziging van de AOW-leeftijd over vijf jaar een terugwerkende kracht krijgt over de AOW-leeftijden in de jaren die daarvoor al zijn vastgesteld. Als dat namelijk wel zou gebeuren, dan zou de AOW-uitkering terugwerkend moeten worden toegekend en andere uitkeringen en voorzieningen eveneens terugwerkend moeten worden aangepast. Ook schrijft de minister dat een verlaging van de AOW-leeftijd vijf jaar van tevoren moet worden vastgelegd, zodat mensen zich hierop kunnen voorbereiden. Immers een verlaging van de AOW-leeftijd kan in individuele situaties ook negatief uitpakken, bijvoorbeeld als mensen een hogere WW of WIA uitkering hebben die doorloopt tot de AOW-leeftijd. Als ouderen zich hierop niet kunnen voorbereiden zou dit overgangsmaatregelen vergen.

Alles afwegende komt de minister tot de conclusie dat een aanpassing van de koppelingssystematiek op termijn mogelijk is, maar wel gevolgen heeft en nu nog niet noodzakelijk is. Daarom laat hij het oordeel hierover aan een volgend kabinet.

Commentaar

Het is niet de eerste keer dat er gevraagd wordt om een verlaging van de AOW-leeftijd bij een dalende levensverwachting. De minister lijkt er in ieder geval niet erg happig op te zijn om de koppelingssytematiek aan te passen, zodat bij een dalende levensverwachting de AOW-leeftijd omlaag gaat. Hij laat dit over aan een volgend kabinet. Op zich geen onlogisch besluit gezien het feit dat het kabinet op dit moment demissionair is.

Of een eventuele aanpassing gevolgen zal hebben voor de AOW-leeftijd valt nog te bezien. Het CBS maakt jaarlijks in november de raming bekend van de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd over vijf jaar. De hogere sterfte als gevolg van de Corona-pandemie heeft volgens het CBS maar beperkt invloed op de lange termijn levensverwachting. Of het CBS dezelfde conclusie trekt na de tweede en de te verwachten derde Corona golf moeten we afwachten.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Kamerbrief over levensverwachting en AOW-leeftijd, d.d. 2 februari 2021

Dit bericht is aangepast naar de stand van zaken op 5 februari 2021.