Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Voor VPL-inhaalpensioen moet actuariële koopsom, inclusief opslagen, in rekening worden gebracht

12 april 2018

Sinds 29 november 2017 is expliciet in de regelgeving vastgelegd dat pensioenvermogen niet mag worden gebruikt voor de opbouw en financiering van VPL-inhaalpensioen. Gevolg hiervan is dat voor VPL-inhaalpensioen een actuariële koopsom, inclusief opslagen, in rekening moet worden gebracht. DNB actualiseerde naar aanleiding hiervan de bestaande Q&A over de financiering van de VPL-inhaalpensioen inkoop.

Wat vooraf ging

Op 5 november 2004 sloten kabinet en sociale partners een Sociaal Akkoord. Onderdeel hiervan was de zogenaamde 15-jaarsregeling. Op grond van deze regeling konden sociale partners ter compensatie van het afschaffen van VUT en prepensioen afspreken dat deelnemers in een pensioenregeling extra pensioen toegezegd kregen. Het bijzondere aan deze regeling is dat de toezegging gefinancierd mag worden in vijftien jaar en dat er pas sprake is van pensioenaanspraken in de zin van de Pensioenwet indien en voor zover zij zijn gefinancierd. Het laatste moment waarop dat moet gebeuren, is vijftien jaar na de toezegging.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CvBB) bepaalde in een uitspraak van 15 februari 2017 dat een pensioenfonds ten laste van het eigen vermogen een voorziening mag vormen voor dergelijke VPL-toezeggingen. Het College oordeelde – net zo als de rechtbank eerder – dat de Pensioenwet geen grondslag biedt voor de conclusie van De Nederlandsche Bank (DNB) dat er indirect sprake is van het verlenen van en premiekorting wanneer een pensioenfonds het eigen vermogen aanwendt voor het aanvullen van de VPL-bestemmingsreserve..

Wijziging Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004

Naar aanleiding van de uitspraak van het CvBB wijzigde de minister van SZW het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004. Door aanpassing van artikel 4, tweede lid is alsnog geregeld dat financiering van VPL-aanspraken alleen kan uit het pensioenvermogen indien wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 129 van de Pensioenwet. Die voorwaarden zijn dat:

  • Gezien de beleidsdekkingsgraad ten aanzien van de pensioenverplichtingen wordt voldaan aan de artikelen 126 (vaststellen technische voorzieningen), 132 (vereist eigen vermogen) en 133 (dekking door waarden) van de Pensioenwet;
  • De voorwaardelijke toeslagen zowel met betrekking tot de voorgaande tien jaar zijn verleend als ook in de toekomst kunnen worden verleend; en
  • De korting op pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134 van de Pensioenwet in de voorgaande tien jaar gecompenseerd is.

 

Toelichting DNB

DNB licht de wijziging van het Uitvoeringsbesluit toe in een nieuwsbericht van 3 april 2018, waarin het verwijst naar de geactualiseerd Q&A over de financiering van VPL-inhaalpensioeninkoop. In het nieuwsbericht geeft DNB aan dat sinds 29 november 2017 expliciet in de regelgeving is vastgelegd dat pensioenvermogen niet mag worden gebruikt voor de opbouw en financiering van VPL-inhaalpensioen. Gevolg hiervan is volgens DNB dat voor VPL-inhaalpensioen een actuariële koopsom, inclusief opslagen voor kosten en voor vereist eigen vermogen in rekening gebracht moet worden. Als pensioenfondsen de VPL-toezegging tegen een te laag niveau inkopen, dan vloeit er immers pensioenvermogen naar het VPL-inhaalpensioen. Alleen voor zover de actuele dekkingsgraad lager is dan het vereist eigen vermogen, is het toegestaan om een koopsom in rekening te brengen tegen het niveau van ten minste die actuele dekkingsgraad.

Commentaar

De minister van SZW kiest de koninklijke weg. Nadat DNB door het CvBB werd teruggefloten, past hij de regelgeving aan. En bereikt zo toch zijn doel. Met grote gevolgen voor pensioenfondsen die met gebruikmaking van de 15-jaarsfinanciering voorwaardelijk VPL-inhaalpensioenrechten toezegden die pas onvoorwaardelijk worden indien en voor zover ze gefinancierd zijn. Voor de financiering kan het pensioenfonds niet putten uit het pensioenvermogen. Dat betekent dat er (forse) koopsommen betaald moeten gaan worden om de VPL-rechten te financieren en daarmee te effectueren. Een situatie waarmee menig pensioenfonds geen rekening hield toen het in 2004 de VPL-toezeggingen deed!

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Nieuwsbericht DNB van 3 april 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 april 2018.