Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Voorwaarden niet opeten lijfrente helder

25 juni 2015

Staatssecretaris Klijnsma stuurde de Tweede Kamer op 16 juni 2015 het wetsvoorstel “vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw”. Dit wetsvoorstel voorkomt onder meer dat mensen die beroep moeten doen op de bijstand eerst hun lijfrentekapitaal moeten “opeten”. 

Derde pijler pensioen niet opeten 

Op hoofdlijnen houdt het wetsvoorstel in dat lijfrentevoorzieningen tot een totale waarde van € 250.000 niet meetellen voor de vermogenstoets voor zover:

  • Daarvoor premie is betaald vóór de toetsperiode van vijf jaar voorafgaand aan de bijstandsaanvraag en/of
  • In de toetsperiode van vijf jaar vóór de bijstandsaanvraag elk jaar een inleg is gedaan tot ten hoogste € 6.000 per jaar.

 

De vrijstelling geldt alleen:

  • voor lijfrenten waarvoor volgens de Wet op de inkomstenbelasting lijfrentepremieaftrek kan worden genoten en
  • de lijfrente-ingangsdatum niet is uitgesteld in de toetsperiode.

 

De regeling is van toepassing op alle lijfrentenvoorzieningen die onder het begunstigende regime vallen van de Wet inkomstenbelasting. Daaronder vallen ook pre-bredeherwaarderingslijfrenten waarop de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is en nettolijfrenten. Daarbij maakt het niet uit of de lijfrente gesloten is door een zelfstandige of door een werknemer. Gemeenten hoeven niet te toetsen of er daadwerkelijk aftrek heeft plaatsgevonden. Voldoende is dat er sprake is van een fiscaal gefaciliteerde lijfrente. 

De totale waarde kent een grens van € 250.000 omdat voor dit bedrag – samen met de AOW een gemiddeld oudedags inkomen gerealiseerd kan worden, aldus de Memorie van toelichting. Een ruimere vrijlating is niet in overeenstemming met het vangnetkarakter van bijstand. De overige voorwaarden worden gesteld om eventueel misbruik te voorkomen. 

Beslistermijn vrijwillige voortzetting tweede pijlerpensioen

Na beëindiging van een dienstverband kan- onder voorwaarden - de pensioenregeling vrijwillig worden voortgezet. Dit kan alleen wanneer de pensioenregeling de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting biedt. 

Bij sommige pensioenuitvoerders moeten gewezen werknemers binnen drie maanden een besluit nemen of zij de regeling vrijwillig willen voortzetten. Dat vindt de regering te kort. Hierdoor kan niet weloverwogen een keuze gemaakt worden tussen wel of niet vrijwillig voortzetten. In de Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt daarom een beslistermijn van negen maanden opgenomen. 

Commentaar

Klijnsma is goed op schema met haar pensioenplannen. Volgens haar planning – zie ons nieuwsbericht van 6 mei - zou dit wetsvoorstel in juni worden aangeboden aan de Tweede Kamer. De beoogde ingangsdatum van dit wetsvoorstel is 1 januari 2016. 

De inhoud van dit wetsvoorstel is niet verrassend. In eerdere berichtgeving werd dit wetsvoorstel al aangekondigd. Zie ons nieuwsbericht van 21 april. 

Met dit wetsvoorstel zijn de voorwaarden die gesteld worden om lijfrentevermogen buiten de vermogenstoets te houden voor de bijstand duidelijk geworden. In tegenstelling tot eerdere berichtgeving mag de inleg voor de lijfrente in de toetsperiode van vijf jaar voor de bijstandsaanvraag variëren in hoogte. Deze flexibiliteit sluit meer aan bij de situatie van de zelfstandig ondernemer. Zijn winst varieert jaarlijks immers.

Volgens de memorie van toelichting hebben gemeenten wel de ruimte om in situaties die zij redelijk achten lijfrentevermogen buiten de vermogenstoets te houden, ondanks dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden. Bijvoorbeeld in de situatie dat een belanghebbende zijn periodieke inleg heeft onderbroken vanwege diens inkomenssituatie in een jaar. En een startende zelfstandige die nog geen aanleiding of mogelijkheden had om gedurende de gehele toetsingsperiode elk jaar in te leggen. 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rijksoverheid, Wetsvoorstel vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 25 juni 2015