Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Voorwaarden uitstel prepensioen

25 januari 2018

De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen geldt niet voor het prepensioen. Voor uitstel van ouderdomspensioen geldt de doorwerkeis niet meer. Aan uitstel van prepensioen worden daarentegen nog wel voorwaarden gesteld. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) geeft aan hoe deze voorwaarden uitwerken. 

Doorwerkeis prepensioen

Voor uitstel van de ingangsdatum van de prepensioenuitkeringen geldt dat de werknemer in de (nieuwe) dienstbetrekking evenveel moet blijven werken. Bij een afname van de omvang van het dienstverband (overgang naar deeltijdwerk) moet het prepensioen naar rato ingaan (deeltijdpensioen).

Bij uitstel van het prepensioen moet de pensioenuitvoerder toetsen of en in welke mate de (gewezen) werknemer nog doorwerkt. Een verklaring van de (gewezen) werknemer zelf over de mate van doorwerken vindt het CAP voldoende. Bij het beëindigen of verminderen van de werkzaamheden van de prepensioengerechtigde (in zijn dienstbetrekking, in zijn onderneming of als resultaatgenieter) moet het prepensioen direct ingaan. Het prepensioen moet dan j volledig of gedeeltelijk naar de mate van de vermindering van de omvang van de werkzaamheden ingaan. Dit geldt bij elke verdere vermindering van de werkzaamheden. De werknemer moet de uitvoerder direct op de hoogte brengen van elke vermindering van zijn werkzaamheden.

Op grond van het inkomensvervangende karakter van het prepensioen moet de prepensioenuitkering direct aansluiten op het beëindigen van de werkzaamheden. Als de in de regeling vastgestelde prepensioendatum wordt uitgesteld zonder dat sprake is van voortzetting van de dienstbetrekking, wordt de regeling onzuiver. Dan is er fiscaal sprake van afkoop. De gehele aanspraak wordt dan belast.

Het overgangsrecht voor prepensioen (artikel 38a, tweede lid, onderdeel a, Wet LB (tekst 2004)) bepaalt dat de uitkeringen van het prepensioen uiterlijk moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Uitstel van in de prepensioenregeling vastgestelde prepensioeningangsdatum naar een datum na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is dan ook niet mogelijk.

100%-grens blijft gelden voor prepensioen

Bij uitstel van de prepensioendatum mogen de opgebouwde rechten door actuariële herrekening worden verhoogd. Het prepensioen mag dan niet hoger worden dan 100% van het laatst genoten pensioengevend loon. De pensioenuitvoerder is verantwoordelijk voor de doorlopende bewaking van die 100%-grens. Het doorlopend toetsen van de omvang van het prepensioen aan de 100%-grens geldt ook voor prepensioen dat wordt uitgevoerd in de vorm van een beschikbare premieregeling.

Overkookregeling

Als het prepensioen de grens bereikt van 100% mag het meerdere boven de 100%-grens worden omgezet in ouderdomspensioen of partnerpensioen. Dit noemen we in de praktijk ook wel overkook-regeling. Een prepensioen kan alleen ‘overkoken’ wanneer die mogelijkheid is opgenomen in de prepensioenregeling.

Als de werknemer doorwerkt tot zijn 65e verjaardag zal het gehele prepensioen ‘overkoken’ naar het ouderdomspensioen of het partnerpensioen. Er geldt geen grens voor de overkook van prepensioen naar ouderdomspensioen. Bij overkook van het prepensioen naar het partnerpensioen geldt dat het partnerpensioen na de omzetting (inclusief de tijdsevenredige inbouw van de AOW-uitkering) niet hoger mag zijn dan 70% van het pensioengevend loon. Voor het berekenen van de maximale overkook naar het partnerpensioen moet men rekening houden met de eventuele nog na de in de regeling vastgestelde prepensioendatum op te bouwen rechten op partnerpensioen.

Als de prepensioenregeling niet de mogelijkheid van overkook naar een hoger ouderdoms- of partnerpensioen bevat, moet het prepensioen ingaan zodra dit pensioen het niveau van 100% heeft bereikt. Ingang van een prepensioen is dan niet verplicht wanneer het prepensioen volgens de prepensioenregeling wordt bevroren zodra  het maximum van 100% is bereikt.

Commentaar

Op grond van het inkomensvervangende karakter van pensioen houdt de overheid vast aan de doorwerkeis voor uitstel van prepensioen. Dit in tegenstelling tot ouderdomspensioen, waarvoor bij uitstel - ondanks het inkomensvervangende karakter - de doorwerkeis is komen te vervallen.  Het is voor ons – nog steeds – onduidelijk waarom de doorwerkeis ook niet geschrapt is voor prepensioen. Met name omdat het aantal prepensioenregelingen sinds de invoering van de wet Vut, prepensioen en introductie levensloop in 2005 (Wet VPL) fors is afgenomen.

Het verschil voor ouderdoms- en prepensioen leidt voor pensioenuitvoerders tot complicaties. Zij zullen bij het verzoek om uitstel van het pensioen goed moeten opletten welk soort pensioen moet worden uitgesteld. Als het een prepensioen betreft zullen zij aanvullende voorwaarden moeten stellen met betrekking tot de doorwerkeis, de 100%-grens en eventuele overkook. Daarbij lijkt de voorwaarde van continu toetsen bij een prepensioen op basis van een beschikbare premie het meest lastige. Wij kunnen ons voorstellen dat pensioenuitvoerders in een dergelijke situatie niet meewerken aan een dergelijk verzoek tot uitstel. Door deze voorwaarde wordt het uitstel van prepensioen in ernstige mate beperkt.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Belastingdienstpensioensite Vraag & Antwoord 08-086, 11-01-2018, Vraag & Antwoord 08-087, 11-01-2018 en Vraag & Antwoord 08-088, 11-01-2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 januari 2018