Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Waardering afkoop loonstamrecht

5 februari 2014

Vanaf 1 januari 2014 kan een loonstamrecht zonder fiscale sancties  worden afgekocht. De waarde van het stamrecht is wel belast met inkomstenbelasting maar  de belastingplichtige is geen revisierente verschuldigd. Op 29 januari 2014 publiceerde de belastingdienst (CAP) Vragen & Antwoorden waarin zij ingaat op de waarde van het stamrecht. Hierbij maakt zij onderscheid tussen het stamrecht dat is ondergebracht bij een Stamrecht BV en een stamrecht dat is verzekerd of bij een bank is ondergebracht.

Afkoop Stamrecht BV

Bij afkoop van een stamrecht is niet het vermogen van de Stamrecht BV bepalend maar de afkoopwaarde. Voor de berekening van de afkoopwaarde moet de BV onderscheid maken tussen een zuiver stamrecht en een gericht stamrecht. Bij beide vormen zijn de gerechtigden en de duur van de periodieke uitkering bekend. Bij een zuiver stamrecht staat ook de hoogte van de periodieke uitkering al vast. Dat is niet het geval bij een gericht stamrecht. Hierbij is de hoogte van de periodieke uitkering afhankelijk van het kapitaal en het aankooptarief op de ingangsdatum van de periodieke uitkering.

Afkoopwaarde gericht stamrecht

Bij een gericht stamrecht wordt vaak de ingelegde ontslagvergoeding jaarlijks verhoogd met een al dan niet vast rentepercentage. Volgens de Belastingdienst is de reservewaarde van het stamrecht gelijk aan de opgerente waarde van het kapitaal. De afkoopwaarde is gelijk aan de reservewaarde op het moment van afkoop. Deze reservewaarde kan de BV nog corrigeren met kosten. Bijvoorbeeld te veel in rekening gebrachte doorlopende kosten en nog niet in rekening gebrachte royementskosten.

Als het stamrecht in de uitstelperiode is gekoppeld aan belegginseenheden is de reservewaarde van het stamrecht gelijk aan de verkoopwaarde van de beleggingen op het verkoopmoment. Ook dan is de afkoopwaarde gelijk aan de reservewaarde eventueel gecorrigeerd met kosten.

Afkoopwaarde zuiver stamrecht

Bij een zuiver stamrecht staat de ingangsdatum en de omvang van de te ontvangen periodieke uitkering vast. Volgens de belastingdienst is de reservewaarde van een zuiver stamrecht gelijk aan de op basis van de oorspronkelijke tariefgrondslagen bepaalde actuariële waarde. Op het moment van afkoop moet de BV   de afkoopwaarde van de in de toekomst te ontvangen periodieke uitkering bepalen op basis van de koopsom die zij berekent tegen het tarief dat gebruikt is bij de totstandkoming van het stamrecht. Ook hier is een correctie van de waarde in verband met kosten toegestaan.

Maar als op het moment van afkoop het actuele tarief leidt tot een lagere koopsom  dan moet de BV de afkoopwaarde berekenen tegen dit lagere tarief. Want volgens de Belastingdienst zou een onafhankelijke verzekeraar in deze situatie hetzelfde doen.
Tenslotte moet  de BV bij bepaling van de afkoopwaarde ook nog rekening houden met de verminderde gezondheidstoestand van de verzekerde. Dit geldt volgens de belastingdienst zowel voor het zuiver - als het gericht stamrecht.

(V&A 14-001; d.d. 29-1-2014)

Afkoop verzekeraar of  bank

De door de verzekeraar of bank berekende afkoopwaarde van het stamrecht is maatgevend. Dit is dus de uitkering die de uitvoerder de klant geeft. Het is mogelijk dat de uitvoerder in deze afkoopwaarde rekening houdt met extra kosten vanwege de afkoop.

(V&A 14-002; d.d. 29-1-2014)

Commentaar

Volgens de Belastingdienst moet wel rekening worden gehouden met de (gewijzigde) gezondheidstoestand van de verzekerde maar  mag geen rekening gehouden worden met wijziging van de rentestand. Als bij een gericht stamrecht het overeengekomen vaste rentepercentage hoger is dan de huidige marktrente, dan is de feitelijke waarde van het stamrecht hoger dan de opgerente waarde. Is het geen goed koopmansgebruik om dan ook bij de bepaling van de reservewaarde rekening te houden met dit renteverschil? Waarom mag je dan bij de afkoopwaarde ook geen rekening houden met dit verschil? Als de stamrechtgerechtigde deze discussie wil voorkomen, kan hij wellicht beter de afkoop uitstellen totdat de periodieke uitkering ingaat. Hij heeft dan immers ten volle gebruik gemaakt van de hoge rente die hij eerder is overeengekomen.

Het standpunt van de belastingdienst bij  de waardering van het zuiver stamrecht begrijpen wij niet goed. Waarom mag of moet bij een stamrecht worden uitgegaan van de tariefgrondslagen die eerder gebruikt zijn bij de bepaling van de periodieke uitkering? Deze methode geldt toch ook niet voor de commerciële waardering van pensioen? En dat is toch ook een periodieke uitkering? Bij een lager tarief moet de BV overigens wel de waardering bijstellen. Maar bij een hoger tarief niet. De vergelijking van de BV met een verzekeraar gaat hierbij enigszins mank. Een verzekeraar staat -vaak vanwege deze problematiek en anti-selectie - afkoop van een zuivere uitgestelde of ingegane lijfrente doorgaans niet toe. Waarom wordt niet simpelweg aangesloten bij artikel 3.12 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 2011. Volgens deze bepaling is de waarde van een aanspraak op een periodieke uitkering gelijk aan de bedragen die hiervoor bij een derde moeten worden gestort om deze aanspraak te dekken. In dat geval wordt uitgegaan van het actuele tarief.

Overigens geldt voor afkoop in 2014 dat slechts 80% van de afkoopwaarde in de belastingheffing wordt betrokken. Om gebruik te maken van deze faciliteit moet de stamrechtkoopsom wel vóór  15 november 2013 zijn overgemaakt aan de stamrechtuitvoerder.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Vragen & Antwoorden Centraal Aanspreekpunt Pensioen d.d. 29-01-2014; www.belastingdienstpensioensite.nl