Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Waarover bereken je revisierente?

6 maart 2017

Als een belastingplichtige een handeling verricht met zijn lijfrente die niet is toegestaan, moet hij daarover inkomstenbelasting en revisierente betalen. Maar waarover moet hij revisierente betalen?

Revisierente over de afgetrokken premies

De heer X sloot in 1996 een lijfrenteverzekering af bij verzekeraar A. In de periode 1996 tot en met 2006 betaalde hij in totaal een bedrag van € 22.938,81 aan premies. Die premies bracht hij in mindering op zijn belastbaar inkomen. X koopt in 2012 zijn (lijfrente)verzekering af. De afkoopsom bedraagt € 26.148. De inspecteur brengt een bedrag van € 5.229 aan revisierente aan X in rekening. Dit is 20% van de afkoopsom.

X is het daarmee niet eens. Hij vindt dat revisierente alleen moet worden berekend over de afgetrokken premies. X stelt dat de Belastingdienst meer heft dan wat hij in het verleden te kort is gekomen.

Hof Arnhem-Leeuwarden

Hof Arnhem-Leeuwarden stelt X in het ongelijk en haalt daarbij het volgende aan:

“Bij het in aanmerking nemen van negatieve uitgaven wordt op grond van artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tevens revisierente in rekening gebracht. Deze vormt een «rente»vergoeding voor het feit dat de belasting over de premies én het behaalde rendement pas op een (veel) later tijdstip is verschuldigd dan ingeval de lijfrente van begin af aan als een niet gefacilieerd spaarproduct zou zijn behandeld. De revisierente bedraagt, behoudens de mogelijkheid tot tegenbewijs, 20% van de waarde van het recht.”(Kamerstukken II, vergaderjaar 1998–1999, 26 728, A, p.12)

Met het berekenen van revisierente over niet alleen de premies, maar ook het rendement wordt voorkomen dat een belanghebbende die de verzekering waarvoor premie-aftrek is genoten in een later stadium afkoopt, per saldo beter af zou zijn dan een belanghebbende die van begin af aan zijn geld zou hebben belegd in een regulier spaarproduct, aldus het hof.

De stelling van X dat de inspecteur met de belasting en revisierente over de afkoopsom meer belasting heft dan hij zou hebben geheven als X geen lijfrentepremies had afgetrokken vindt het hof onjuist. De regeling kent door zijn forfaitaire karakter weliswaar enige grofheid, maar dit brengt nog niet mee dat de wettelijke regeling van de revisierente niet toepasbaar is, aldus het hof.

De innerlijke waarde of billijkheid van de wet mag de rechter niet beoordelen. Het hoger beroep van X is ongegrond.

Commentaar

De uitspraak is niet verrassend. Volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 30i, lid 2) is de revisierente 20% van de waarde in het economische verkeer. Alleen in bepaalde, in de wet genoemde situaties, is een afwijkende berekening van de revisierente mogelijk. Daarvan was in de situatie van X geen sprake. De rechter heeft niet de mogelijkheid van een duidelijke wettekst af te wijken.

Aftrek van lijfrentepremies geeft een belastingvoordeel. Dit belasting voordeel kan bestaan uit:

  • Progressie voordeel
  • Uitstel van belastingheffing

 

Progressievoordeel vindt plaats als de belastingplichtige de premie aftrekt van een hoog belastbaar inkomen en de uitkering toevoegt aan een laag belastbaar inkomen. Het uitstel van belastingheffing komt er in feiten op neer dat de belastingplichtige zolang er sprake is van een lijfrente over dit vermogen geen belasting in box 3 hoeft te betalen. X was van mening dat hij alleen progressievoordeel had genoten en daarover revisierente moest betalen. Maar de revisierente zie met name op het voordeel van de uitstel van de belastingheffing.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden, 24 februari 2017

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 maart 2017.