Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wel vrijval bij overdracht pensioenverplichting aan BV

14 september 2015

Gerechtshof Arnhem besliste in 2014 dat er geen vrijval van de pensioenverplichting optreedt in het jaar van het ontstaan van de Nederlandse belastingplicht van een BV (zie ook ons bericht van 10 december 2014).Tegen die uitspraak ging de staatssecretaris in beroep. De PG adviseert de Hoge Raad om de uitspraak van het Gerechtshof niet te volgen.

De kwestie

X BV was vanaf 1994 gevestigd in Curaçao. Met ingang van 1 januari 2009 werd de BV Nederlands belastingplichtig. In haar fiscale openingsbalans per 1 januari 2009 waardeerde X BV de pensioenverplichting op de fiscale waarde. De inspecteur en de rechtbank vonden dat de BV de pensioenverplichting in de openingsbalans moest waarderen op de waarde in het economische verkeer (WEV). Het verschil tussen de WEV en de fiscale waarde aan het einde van het boekjaar - € 350.000 - moest de BV toevoegen aan de fiscale winst. X BV was het daarmee niet eens en ging in beroep.
Ook volgens het Hof moet X BV de pensioenverplichting in de openingsbalans opnemen tegen de WEV. Maar anders dan de rechtbank vindt het Hof dat de BV de waarde van de verplichting aan het einde van het eerste boekjaar niet hoeft te waarderen op de fiscale waarde. Het Hof vindt dat de regels voor de jaarwinstbepaling (fiscale waarde) alleen gelden voor zover er in het kalenderjaar mutaties zijn in de toegezegde aanspraken. En daarvan is in deze situatie geen sprake. Volgens het Hof blijkt namelijk onder meer uit de parlementaire geschiedenis dat het niet de bedoeling was van de wetgever om een incidenteel verlies of incidentele winst in aanmerking te nemen wanneer deze het gevolg is van verschillende waarderingsgrondslagen die zijn gebaseerd op verschillende rentepercentages (marktrente versus een minimumrente van 4%). Dit houdt  in dat de BV ook in de fiscale balans de oorspronkelijke voorziening (WEV) mag aangehouden (bevriezen).

Procureur-Generaal bij de Hoge Raad

De Staatssecretaris van Financiën ging in cassatie. Hij stelt dat het Hof ten onrechte afwijkt van duidelijke wettelijke waarderingsregels en op de stoel van de wetgever is gaan zitten.
De Procureur- Generaal (PG) vindt dat op de voorgeschreven vrijval, uit het oogpunt van de realiteits- en voorzichtigheidsbeginselen van goed koopmansgebruik, veel is aan te merken. Maar vindt ook dat de bedoelingen van de wetgever duidelijk zijn. Toepassing van de fiscale wetgeving leidt tot een vrijval en dan mag de rechter hier niet van afwijken, aldus de PG. 
Zowel bij overname van een pensioenverplichting als bij het ontstaan van de belastingplicht moet de pensioenverplichting op de overname- c.q. de openingsbalans op WEV worden gewaardeerd. Bij het opmaken van de eerstvolgende jaareindebalans moet in beide gevallen gewaardeerd worden op basis van fiscale regelgeving. Dit leidt tot vrijval van het verschil tussen WEV en de wettelijk verplichte fiscale waardering. De PG ziet geen aanleiding in de parlementaire geschiedenis om van deze duidelijke wettelijke systematiek af te wijken. Ook is hij van mening dat de overgangsbepalingen m.b.t. einde lineair reserveren en verbod op leeftijdsterugstelling in dit geval niet van toepassing zijn. 
Uit de parlementaire behandelingen kan volgens de PG geen  algemeen fiscaal pensioenwaarderingsbeginsel afgeleid worden dat onredelijke tussentijdse gedeeltelijke vrijval van een verplichting uitsluit en automatisch overgangsrecht produceert in de vorm van passiefpostbevriezing op WEV.
De PG geeft de Hoger Raad in overweging het cassatieberoep gegrond te verklaren en de zaak zelf af te doen.

Commentaar

Het was te mooi om waar te zijn. Immers door de uitspraak van het Hof zou vrijval ook voorkomen worden in geval van:

  • Overdracht van pensioenkapitaal van verzekeraar naar BV;
  • Overdracht van pensioenkapitaal van werk-BV naar holding- of pensioen BV;
  • Omzetting van een stamrechtkapitaal naar een uitkering.

De PG acht het cassatiemiddel van de Staatssecretaris gegrond. Als de Hoge Raad het advies van de PG overneemt blijven we – zo lang de fiscale wetgeving een rekenrente van tenminste 4% voorschrijft en de marktrente hier onder ligt -last houden van een verplichte vrijval in de hiervoor genoemde situaties.

Wij achten de kans dat de Hoge Raad het advies van de PG overneemt erg groot. Dus zolang eigen beheer blijft bestaan hebben we last van dit knelpunt. Overigens vervalt dit knelpunt bij de oplossingsrichting die Wiebes geeft voor pensioen in eigen beheer. Als geen gebruik wordt gemaakt van de overgangsmaatregel is overdracht van pensioenverplichtingen of oudedagsreserve in de BV waarschijnlijk niet meer mogelijk. Lees ons nieuwsbericht van 2 juli waarin wij schrijven over die oplossingsrichting.
 

Auteur: Paul Lavrijssen
Bron:  Parket bij de Hoge Raad; 13 juli 2015; ECLI:NL:PHR:2015:1672
       

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 september 2015.