Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wel vrijval bij overdracht pensioenverplichting aan BV (2)

22 december 2015

Gerechtshof Arnhem besliste in 2014 dat er geen vrijval van de pensioenverplichting optreedt in het jaar van het ontstaan van de Nederlandse belastingplicht van een BV (zie ook ons bericht van 10 december 2014).Tegen die uitspraak ging de staatssecretaris in beroep. De Hoge Raad verwerpt de uitspraak van het Gerechtshof.

De kwestie

X BV was vanaf 1994 gevestigd in Curaçao. Met ingang van 1 januari 2009 werd de BV Nederlands belastingplichtig. Bij het vaststellen van de aanslag in de vennootschapsbelasting voor het jaar 2008/2009 nam de Inspecteur een belaste gedeeltelijke vrijval van de pensioenverplichtingen in aanmerking. Deze vrijval berekende hij op het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de pensioenverplichtingen per 1 januari 2009 en de fiscale waarde van de pensioenverplichtingen per 28 februari 2009, het eind van het eerste boekjaar. X BV was het daarmee niet eens en ging in beroep.

Het Gerechtshof was het eens met X BV. Het Hof vond dat de BV de waarde van de verplichting aan het einde van het eerste boekjaar niet hoeft te waarderen op de fiscale waarde. Volgens het Hof gelden de regels voor de jaarwinstbepaling (fiscale waarde) alleen voor zover er in het kalenderjaar mutaties zijn in de toegezegde aanspraken. En daarvan is in deze situatie geen sprake. Volgens het Hof blijkt namelijk onder meer uit de parlementaire geschiedenis dat het niet de bedoeling was van de wetgever om een incidenteel verlies of incidentele winst in aanmerking te nemen wanneer deze het gevolg is van verschillende waarderingsgrondslagen die zijn gebaseerd op verschillende rentepercentages (marktrente bij de waarde in het economisch verkeer versus een minimumrente van 4% bij de fiscale waardering). Dit houdt  in dat de BV ook in de fiscale balans de oorspronkelijke voorziening (WEV) mag aangehouden (bevriezen).

Hoge Raad  

Volgens de Hoge Raad is - gezien de tekst en ontstaansgeschiedenis van de wettelijke regelgeving  -er geen grond aanwezig om de fiscale waarderingsregels van het pensioen niet toe te passen  per einde van het (eerste) boekjaar. Waardering van de pensioenverplichting op de fiscale waarde leidt tot een vrijval van de verplichting ten  gunste van de winst.

De Hoge Raad vindt eveneens dat de belastingheffing over de vrijvalwinst niet in strijd komt met het recht van de Europese Unie.

Commentaar

De Hoge Raad volgt het advies van de Procureur-Generaal volledig (zie ons bericht van 14 september 2015). Het arrest is ook in lijn met de eerdere uitspraak van de Hoge Raad van 16 oktober 2015. Overdracht van pensioen of stamrecht  in eigen beheer blijft door de geschetste vrijval  een knelpunt. Als één van  de oplossingsrichtingen die Staatssecretaris Wiebes geeft doorgaat, hebben we een  tijdelijke een oplossing voor dit knelpunt (zie ons bericht van 18 december 2015).

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hoge Raad datum 18 december 2015; ECLI:NL:2015:3605

           

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 december 2015