Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Werkgever heeft zwaarwegend belang bij eenzijdig invoeren eigen bijdrage werknemers

Werkgever heeft zwaarwegend belang bij eenzijdig invoeren eigen bijdrage werknemers

7 februari 2020

Een werkgever wijzigt op basis van een eenzijdig wijzigingsbeding de verdeling van de pensioenpremie tussen werkgever en werknemer zodanig dat sprake wordt van een eigen bijdrage van de werknemers. Werkgever had hierbij een zodanig zwaarwegend belang dat het belang van de werknemers daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dient te wijken.

Eenzijdig wijzigingsbeding

X is sinds 16 december 2011 in dienst bij Y B.V.. Op haar arbeidsovereenkomst is het arbeidsreglement van Y van toepassing. Dit arbeidsreglement bevat het volgende wijzigingsbeding; “de werkgever kan, indien daar naar zijn oordeel aanleiding bestaat de bepalingen, als genoemd in het arbeidsreglement, met inachtneming van de wettelijke bepalingen wijzigen.(…) Wijzigingen in het arbeidsreglement werken rechtstreeks door in de individuele arbeidsovereenkomst tussen medewerker en werkgever, nadat werkgever de medewerker schriftelijk in kennis heeft gesteld van de wijziging”.

In de pensioenregeling van Y, waaraan X deelneemt, is opgenomen dat de pensioenpremie geheel voor rekening is van de werkgever.

Y voerde per 1 januari 2014, na instemming van de gemeenschappelijke ondernemingsraad (GOR), eenzijdig een eigen bijdrage voor haar medewerkers aan de pensioenpremie in. Daarbij paste Y een overgangsregeling toe op grond waarvan medewerkers met een langer dienstverband, waaronder X, vanaf 2014 in het eerste jaar 10% van de pensioenpremies betaalden, het tweede jaar 20% en vanaf het derde jaar 30%. Tevens kregen de medewerkers in 2014 een eenmalige compensatie van € 100 bruto. X geeft aan de wijziging niet te accepteren en stapt naar de kantonrechter.

Kantonrechter wijst vordering af, werkgever heeft zwaarwegend belang

De kantonrechter stelt vast dat de vraag die partijen verdeeld houdt is of Y eenzijdig mocht overgaan tot wijziging van de arbeidsvoorwaarde dat het pensioen volledig voor rekening van de werkgever komt. 

Omdat een eenzijdig wijzigingsbeding is overeengekomen, moet volgens de kantonrechter worden beoordeeld of Y bij de wijziging een zodanig zwaarwegend belang heeft dat het belang van X daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, dient te wijken. De kantonrechter vindt het door Y aangevoerde argument dat de bestaande pensioenregeling “niet meer van deze tijd en ook niet marktconform was” daarvoor onvoldoende. “Niet meer van deze tijd” is volgens hem uiterst subjectief en nagenoeg inhoudsloos en het argument van de niet-marktconformiteit wordt niet toegelicht; maar als die al wel beoordeelbaar zou zijn, acht de kantonrechter ze onvoldoende dwingend.

Meer succes heeft Y met haar belangrijkste argumentatie dat de bedrijfsresultaten door verschillende oorzaken dusdanig verslechterden, dat zonder maatregelen de continuïteit van de onderneming in gevaar zou komen. De kantonrechter vindt de financiële perspectieven die Y er destijds toe bracht de pensioenregeling te veranderen zoals zij heeft gedaan, een zo zwaarwichtig belang dat het belang van X daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Y heeft voldoende onderbouwd dat de resultaten structureel verslechteren en dat het nemen van maatregelen daarvoor onontkoombaar is geworden, temeer omdat niet valt in te zien dat structurele betere resultaten in de toekomst voor de hand liggen. Het argument van X dat Y, in ieder geval in 2013 nog winst maakt, overtuigt de kantonrechter niet.

X maakte ook bezwaar tegen het instemmingsbesluit van de GOR. Volgens haar was er druk uitgeoefend op de nieuw geïnstalleerde GOR. De kantonrechter gaat daar niet in mee. Zo er al druk is uitgeoefend, kan dit volgens de kantonrechter aan de geldigheid van het instemmingsbesluit niet afdoen. Dat de GOR met het besluit van Y instemde, is eveneens een indicatie dat een zwaarwichtig belang aanwezig is. Dat enkele/meerdere individuele werknemers het met dit besluit niet eens zijn, kan hieraan volgens de kantonrechter niet afdoen.

Op grond van dit alles komt de kantonrechter, mede in aanmerking genomen dat veruit de meeste medewerkers geen bezwaar hebben gemaakt tegen de gewijzigde arbeidsvoorwaarde, tot de slotsom dat Y een zodanig zwaarwegend belang heeft bij de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarde, dat de belangen van X (en de overige medewerkers van Y) die daardoor worden geschaad naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dienen te wijken, te meer nu aan X een overgangsregeling is gegund om aan de nieuwe situatie te wennen en aan haar een eenmalige compensatie is toegekend. De kantonrechter wijst dan ook de vorderingen van X af. 

Commentaar

Allereerst valt op dat deze uitspraak van 10 december 2015 pas op 22 januari 2020 is gepubliceerd. Naar de reden daarvan kunnen we slechts gissen. De vraag of sprake is van een zodanig zwaarwegend belang dat dit een eenzijdige wijziging rechtvaardigt, is sterk afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van het geval. Zie voor een voorbeeld waarbij een wijziging van de werknemersbijdrage in de premie niet door een zwaarwegend belang werd gerechtvaardigd ons nieuwsbericht van 19 januari 2018

Tevens is een belangrijke overweging dat sprake was van een overgangsregeling en van compensatie. Dat zorgde er (mede) voor dat de afweging of sprake was van een zwaarwegend belang uitviel in het voordeel van de werkgever.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis  

Bron: Rechtbank Oost-Brabant 10 december 2015 (gepubliceerd 22 januari 2020), ECLI:NL:RBOBR:2015:7913.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 februari 2020.