Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Werkgever komt pensioentoezegging niet na

13 november 2017

Wie pensioen toezegt, moet dit nakomen. Dat bevestigt de rechter nog maar eens.

Werkgever houdt pensioenpremie in, maar draagt niet af

Mevrouw Y treedt in dienst bij werkgever A. Y spreekt met A af dat zij dezelfde arbeidsvoorwaarden houdt als zij bij haar vorige werkgever had. De accountant van A schrijft Y dat een aanvraag is ingediend bij het pensioenfonds PGGM. Ook stuurt de accountant Y een concept arbeidsovereenkomst en een pro forma loonberekening.

Op 16 juni 2009 ondertekenen A en Y de arbeidsovereenkomst. Artikel 14 van het arbeidscontract luidt: “Voor werknemer wordt een pensioenvoorziening getroffen. Werknemer zal door werkgever worden aangemeld bij een pensioenfonds. De verschuldigde pensioenpremie zal voor 60% door de werkgever en voor 40% door de werknemer worden voldaan. De betaling door de werknemer zal geschieden door middel van een maandelijkse inhouding van de pensioenpremie op het brutoloon.

A houdt op het salaris van Y maandelijks pensioenpremie in onder vermelding van “OP-premie Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW)”. PFZW schrijft Y op 4 april 2014 dat haar werkgeefster niet is aangesloten bij dit pensioenfonds en dat er geen premie voor haar is afgedragen.

De arbeidsovereenkomst tussen A en Y raakt vervolgens zo verstoord dat Y naar de rechter stapt.

Kantonrechter: werkgever schiet tekort

Y vraagt de rechter om A te veroordelen tot onder meer storting van € 45.948,89. De Kantonrechter gaat daarin mee.

A moest Y aanmelden bij een pensioenfonds en dat heeft zij niet gedaan terwijl zij wel premie heeft ingehouden, aldus de kantonrechter. Volgens de kantonrechter staat daarmee vast dat A tekort is geschoten.

De stelling van A dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen aanmelding bij PGGM (pensioenuitvoerder voor PFZW) maar dat de accountant daar met medeweten van Y niets mee heeft gedaan overtuigt de rechter niet. Die stelling heeft A niet toegelicht en onderbouwd. De kantonrechter: A wist in ieder geval sinds 2010 van het inhouden van premie voor PFZW en heeft daarin berust. Y heeft onweersproken gesteld dat zij op vrijwillige basis bij PFZW aangemeld had kunnen worden en zij mocht redelijkerwijs aannemen dat met het in artikel 14 bedoelde pensioenfonds PFZW was bedoeld.

Werknemer mag vertrouwen op de schijn

A is het niet eens met het toewijzing van het bedrag van de becijferde pensioenwaarde: € 45.948,89. Onvoldoende aangevoerd om haar toe te laten tot bedoeld tegenbewijs. Volgens A is in de actuariële berekening onterecht aangeknoopt bij pensioen van PFZW.

A voert daarvoor aan dat geen pensioenvoorziening is afgesproken. Het Hof is daar snel mee klaar. A heeft bij de kantonrechter bevestigd dat zij een arbeidsovereenkomst is aangegaan met Y. De arbeidsovereenkomst levert volgens het hof dwingend bewijs op van de juistheid van de inhoud ervan, behoudens tegenbewijs. En dat tegenbewijs heeft A niet geleverd.  

A voert ook aan dat niet een pensioen van PFZW is afgesproken, maar een pensioen 'maximaal naar analogie van' het pensioen voor notarismedewerkers. Daarover hebben partijen in oktober 2010, na ondertekening van de arbeidsovereenkomst, ook nog met elkaar gesproken, aldus A. Y heeft dat echter betwist; zij heeft bij haar overstap aangegeven er niet op achteruit te willen gaan. Uit de loonstroken heeft zij afgeleid dat zij door A bij PFZW is aangemeld. Het hof constateert dat, wanneer A al meende dat ten onrechte premie voor PFZW werd ingehouden, zij dat vanaf 2010 op zijn beloop heeft gelaten. Dat blijkt onder meer uit wat A zelf verklaarde bij de kantonrechter. Daarmee heeft zij als werkgeefster op zijn minst de schijn gewekt dat de pensioentoezegging met haar instemming werd uitgevoerd. Daarop mocht Y vertrouwen, aldus het hof.

Voorts voert A aan dat aansluiting bij PFZW in het geheel niet mogelijk zou zijn geweest. Zij verbindt aan die (overigens door Y betwiste) stelling vervolgens geen duidelijke conclusie. Wanneer A haar verplichting om aan de pensioentoezegging te voldoen correct was nagekomen via een ander pensioenfonds of via een verzekeraar, had Y geen pensioenschade geleden aldus het hof.

Het hof bekrachtigt het besluit van de rechtbank. A moet Y onder meer € 45.948,89 vergoeden. 

Commentaar

Het lijkt zo duidelijk: als je pensioen toezegt dan moet je dat ook nakomen. Ook wanneer de arbeidsrelatie is verslechterd. Maar dat vond A in deze casus kennelijk niet. A draaide zich in allerlei bochten om onder haar toezegging uit te komen. Dit kost haar een flinke duit. Naast € 45.948,89 voor het pensioen veroordeelt het hof A ook tot vergoeding van de kosten van het hoger beroep en het salaris van de advocaat van Y. In totaal bijna , € 5.000. Daarnaast heeft A natuurlijk ook nog haar eigen advocaatkosten gemaakt.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 oktober 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 november 2017.