Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Werkgever komt re-integratieverplichting niet na

Werkgever komt re-integratieverplichting niet na

28 januari 2020

Het niet nakomen van de re-integratieverplichting door de werkgever geeft de zieke werknemer geen recht op 100% loondoorbetaling in het tweede jaar.

Werkgever moet loon doorbetalen

Mevrouw Y werkt sinds 1 mei 2015 voor de eenmanszaak van X als verzorgende in de thuiszorg. Volgens de arbeidsovereenkomst werkte ze minimaal 8 uur en maximaal 16 uur per week tegen een tarief van € 17,02 bruto per uur. Verder is de cao voor de Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (hierna: de cao) van toepassing.

Y meldde zich op 22 mei 2017 ziek bij X. Zij stuurde X vanaf september 2017 een aantal brieven en vroeg om haar ziekmelding aan het UWV door te geven. Volgens Y heeft X - ondanks diverse verzoeken -nog steeds niet al het loon betaald, noch de ontbrekende loonstroken verstrekt.

In een e-mail van 24 september 2019 heeft X aan Y geantwoord dat zij het loon vóór 15 oktober 2019 zal betalen. Ook vermeldt X in haar e-mail dat zowel het UWV als de bedrijfsarts op de hoogte zijn en Y op korte termijn bericht ontvangt.

Op 17 oktober 2019 heeft X een bedrag van € 1.185,88 betaald aan Y voor het loon en vakantiegeld van mei 2019.

Kort geding

Y spant een kort geding aan. zij Y vordert dat de kantonrechter X veroordeelt tot onder meer 100% loondoorbetaling tot de dag dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Dit betekent volgens Y een betaling van een bedrag € 5.659,70 bruto, voor het nog verschuldigde salaris over de maanden december 2018 tot en met oktober 2019 en betaling van het bruto maandsalaris van € 987,16 vanaf november 2019.

Op de zitting vertelt Y dat X in januari 2018 wel heeft toegezegd dat zij Y zou aanmelden bij de bedrijfsarts. Y heeft daarna afgewacht maar werd niet opgeroepen. Y heeft zich uiteindelijk in 2019 zelf ziek gemeld bij het UWV. De kantonrechter moet beoordelen of alles wat Y heeft aangevoerd (zowel feitelijk als juridisch) voldoende is om het door haar gevorderde toe te kunnen wijzen.

Voor een kort geding moet er sprake zijn van spoedeisendheid. Daarvan is volgens de kantonrechter sprake omdat Y stelt dat zij in financiële problemen zit vanwege de achterstallige en onregelmatige loonbetalingen.

100% of 70% loondoorbetaling?

Bij de berekening van de vordering ging Y uit van het gemiddelde maandsalaris van de drie maanden voordat zij ziek werd, een bedrag van € 987,16 bruto per maand. X heeft dit bedrag in het eerste ziektejaar maandelijks aan Y betaald en ook in de maanden juni tot en met november 2018.

Volgens de cao wordt in het eerste jaar 100% van het loon doorbetaald. En in het tweede ziektejaar slechts 70% van het loon. Y legde op de zitting uit dat zij bij haar berekening uit is gegaan van doorbetaling van 100% van het loon omdat in de cao staat dat als een werknemer in het tweede ziektejaar een aantal uur productieve arbeid en/of re-integratieactiviteiten verricht, 100% van het loon wordt betaald over die uren. Volgens Y heeft zij ook in het tweede jaar recht op 100% doorbetaling omdat X nalatig is geweest. Daarvan – vindt Y – dat zij niet de dupe mag zijn. Zij redeneert dat als X het goed had geregeld, haar had laten oproepen door de bedrijfsarts en het traject van re-integratie in gang had gezet, zij nu misschien al weer (deels) kon werken. Dan had ze over die uren 100% loon ontvangen.

De kantonrechter oordeelt dat Y in het tweede ziektejaar slechts recht had op 70% van het loon. Volgens de kantonrechter heeft Y wel een punt dat het feit dat zij nog niet met haar re-integratie heeft kunnen beginnen grotendeels te wijten is aan X. X had tijdig een bedrijfsarts moeten inschakelen en een re-integratietraject moeten opstarten. De vraag is echter of het feit dat X dat niet heeft gedaan betekent dat Y recht heeft op doorbetaling van 100% van het loon in plaats van het gebruikelijk percentage van 70% in het tweede ziektejaar. Volgens de kantonrechter heeft Y op geen enkele manier onderbouwd dat dat zo is. Verder vindt de kantonrechter dat Y ook zelf eerder een re-integratietraject had kunnen forceren door X al eerder (na januari 2018) in gebreke te stellen op het punt van de re-integratie. In plaats daarvan heeft Y vanaf januari 2018 tot de zomer van 2019 stilgezeten. Tot slot vindt de kantonrechter het van belang dat X een eenmanszaak heeft met – naast Y – nog een andere werknemer. X moet dus hard werken om de loonbetalingen aan Y (waar geen inkomsten voor de eenmanszaak tegenover staan) te kunnen compenseren.

Het voorlopig oordeel in dit kort geding is dat Y in het tweede ziektejaar slechts recht had op 70% van het loon. De herberekening waarbij ervan wordt uitgegaan dat Y recht heeft op 70% van het loon vanaf juni 2018 tot en met oktober 2019 resulteert in een lager bedrag dan het bedrag dat Y inmiddels heeft ontvangen. Naar voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Y daarom geen loonvordering op X. De vordering is dus ongegrond en zal dan ook worden afgewezen.

Commentaar

Voor re-integratie is niet alleen de werkgever, maar ook de werknemer verantwoordelijk. Dat blijkt wel uit deze uitspraak.

De verhoudingen tussen de werkgever en Y (voormalig vriendinnen) stonden duidelijk op scherp. Y wilde haar werkgever ertoe dwingen om ook het tweede ziektejaar 100% loon door te betalen. De rechter laat zich niet meeslepen in de strijd die niet langer zakelijk lijkt en kijkt naar de feiten. En feit was dat Y zelf geen enkele actie had ondernomen met betrekking tot de re-integratie.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Midden Nederland, 20 december 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 januari 2019