Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Werkgever mocht er op vertrouwen dat werknemer heeft ingestemd met wijziging van de pensioenregeling.

Werkgever mocht er op vertrouwen dat werknemer heeft ingestemd met wijziging van de pensioenregeling.

6 juli 2020

Werkgever wijzigt in 2000 zijn pensioenregeling van eindloon naar beschikbare premie. Werknemer maakt geen gebruik van informatiebijeenkomsten, maar tekent wel een aanmeldingsformulier voor een beleggingskeuze. Eind 2016 stelt werknemer zich op het standpunt dat hij nooit instemde met de wijziging. Volgens de kantonrechter mocht de werkgever er onder de gegeven omstandigheden op vertrouwen dat de werknemer heeft ingestemd met de wijziging.

Van eindloon naar beschikbare premie

X was vanaf november 1979 in dienst bij Y BV. In 2000 besloot Y BV de tot die tijd geldende eindloonregeling om te zetten in een beschikbare premieregeling. In 2011 gaat X uit dienst bij Y BV en treedt hij in dienst bij Z BV, waarbij hij overeenkomt dat de bestaande pensioenregeling zou worden overgenomen. Als gevolg daarvan vindt waardeoverdracht plaats naar de pensioenverzekeraar van Z BV.

In 2016 stapt X naar de kantonrechter en vordert vergoeding van de pensioenschade die hij leidt als gevolg van de wijziging van zijn eindloonregeling in een beschikbare premieregeling. Volgens hem is Y BV tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, dan wel een onrechtmatige daad heeft begaan, doordat hij een wijziging van de pensioenregeling heeft doorgevoerd zonder daarvoor de noodzakelijke toestemming van X te hebben verkregen. Indien hem al om toestemming zou zijn gevraagd, stelt X dat Y BV heeft nagelaten om hem afdoende informatie te verstrekken, zodat hij ook uit dien hoofde gehouden is de hierdoor ontstane schade ter vergoeden.

Werknemer moet welbewust instemmen met wijziging die verslechtering inhoudt

De kantonrechter stelt allereerst vast dat X bij aanvang van zijn dienstverband een pensioenvoorziening met Y BV is overeengekomen die een zogeheten eindloonregeling behelsde. Vervolgens overweegt de kantonrechter dat naar vaste rechtspraak de vraag of een overeenkomst tot wijziging van de pensioenaanspraak tot stand is gekomen in beginsel beantwoord moet worden aan de hand van de algemene regels voor de totstandkoming van een nadere overeenkomst. Daarbij geldt volgens de kantonrechter in dit geval dat, gelet op de aard van de rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer, de werkgever slechts erop mag vertrouwen dat een individuele werknemer heeft ingestemd met een wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden die voor hem een verslechtering daarvan inhoudt indien aan de werknemer duidelijkheid over de inhoud van die wijziging is verschaft en, op grond van verklaringen of gedragingen van de werknemer, mag worden aangenomen dat deze welbewust met die wijziging heeft ingestemd. De kantonrechter voegt daar aan toe dat bij de beantwoording van de vraag of de werknemer met de wijziging heeft ingestemd de rechter alle omstandigheden van het geval in zijn beoordeling mag betrekken en niet steeds met zoveel woorden hoeft vast te stellen dat de instemming ondubbelzinnig is.

Werkgever mocht er onder de gegeven omstandigheden op vertrouwen dat werknemer instemde met de wijziging

De kantonrechter oordeelt dat van een goed werkgever verwacht mag worden dat hij zorgvuldig omgaat met de pensioenvoorziening van een werknemer, bijvoorbeeld bij het einde van het dienstverband of bij overgang van een onderneming. In lijn met deze situaties mag volgens de kantonrechter tevens van een werkgever worden verlangd dat hij zorgvuldig te werk gaat wanneer er binnen een onderneming van pensioenregeling gewisseld wordt. De kantonrechter geeft daarbij aan dat het in de rede ligt dat een werkgever in een dergelijk geval zorgt voor voldoende informatievoorziening en advisering.
In dit geval besprak Y BV de wijziging met alle werknemers in een algemene bijeenkomst waar X voor is uitgenodigd, maar waarop hij niet is verschenen. Er is een Powerpoint presentatie gegeven die naderhand ook ter hand is gesteld aan de werknemers, met daarin opgenomen de belangrijkste wijzigingen van de pensioenregeling. Y BV bood aan alle werknemers de gelegenheid om individuele gesprekken te voeren met een adviseur, waarbij vragen konden worden gesteld, van welke mogelijkheid X zonder opgaaf van redenen geen gebruik heeft gemaakt.
X en geen enkele andere werknemer verzette zich in eerste instantie tegen de wijziging. X vulde een aanmeldingsformulier voor een beleggingskeuze in en ondertekende dat. Vanaf 2003 ontving X zogenaamde Factor A brieven. In 2009 was er wederom een door Y BV georganiseerde bijeenkomst op de werkvloer ten aanzien van het pensioen. X voerde een beleggingskeuze door, maar draaide deze vervolgens weer terug. Nadat het dienstverband in 2011 was beëindigd, ontving X informatie over zijn pensioenregeling en de waardeoverdracht daarvan van de pensioenadviseur van Y BV en van de pensioenverzekeraar. Pas in 2016 stelde X zich op het standpunt dat hij geen weet had van de gewijzigde pensioenregeling dan wel dat hij hiermee niet heeft ingestemd.

Volgens de kantonrechter heeft Y BV hiermee voor voldoende informatie en advisering gezorgd. Y BV heeft X behoorlijk in de gelegenheid gesteld informatie en advies in te winnen, waarbij hem tevens de mogelijkheid is geboden om persoonlijk advies in te winnen over zijn pensioen. Dat X heeft nagelaten om van die mogelijkheden gebruik te maken, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet aan Y BV worden tegengeworpen. X kan zich er dan ook niet op beroepen dat hij onvoldoende kennis van zaken had.

De kantonrechter concludeert dan ook dat – voor zover instemming van X al niet uit de ondertekening van het aanvraagformulier dan wel uit de gestelde waardeoverdracht zou kunnen worden afgeleid – onder vorengenoemde omstandigheden Y BV erop heeft mogen vertrouwen dat X heeft ingestemd met de wijziging van de pensioenregeling. De kantonrechter wijst de eis van X dan ook af.

Commentaar

Wijziging van een pensioenovereenkomst komt tot stand door een aanbod van de werkgever en aanvaarding daarvan door de werknemer. Aanvaarding kan ook stilzwijgend geschieden. Zie art. 3.37 BW. Om stilzwijgende instemming aan te nemen bij de wijziging van een pensioenovereenkomst moet sprake zijn van welbewuste instemming van de werknemer. Het zogenoemde “CZ- criterium”. Zie ook ons nieuwsbericht van 10 oktober 2019.
In dit geval had de werkgever een zorgvuldig proces doorlopen met diverse informatie- en voorlichtingsbijeenkomsten en had de werknemer door het ondertekenen van een beleggingskeuze formulier de indruk gewekt dat hij instemde met de wijziging van zijn eindloonregeling in een beschikbare premieregeling. De werkgever mocht er op vertrouwen dat er sprake was van welbewuste instemming van de werknemer. Het feit dat de werknemer zestien jaar na de wijziging pas in het geweer kwam, sprak ook niet in zijn voordeel. Hieruit blijkt maar weer eens dat wijziging van een pensioenregeling een zorgvuldig proces vereist, waarbij de zorgvuldigheid van twee kanten moet komen.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 mei 2020, ECLI:NL:RBZWB:2019:6271

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 6 juli 2020.