Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Werkgever moet werkneemster laten doorwerken na AOW-ingang

13 mei 2019

Een werkgever moet een werkneemster toestaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd door te werken. Werkgever motiveert niet goed waarom het verzoek van werkneemster daartoe niet ingewilligd zou kunnen worden.

Doorwerken volgens werkgever in strijd met bedrijfsbelang

W werkt sinds 1 december 2007 bij werkgever B. B heeft 4400 werknemers in dienst. Binnen het bedrijf geldt een bedrijfs-CAO. Volgens deze CAO eindigt de arbeidsovereenkomst tussen B en een werknemer bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, maar kan de werknemer verzoeken om na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd door te werken. Volgens het CAO zal het bedrijf dat verzoek inwilligen, tenzij het bedrijfsbelang zich er tegen verzet. De geldende pensioenregeling gaat uit van een pensioengerechtigde leeftijd van 68 jaar.

Op 13 augustus 2018 diende W bij haar teamleider een verzoek in om haar arbeidsovereenkomst per de datum waarop zij 66 jaar wordt en de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, te verlengen (het doorwerkverzoek). De teamleider wijst het verzoek van W op 4 september 2018 af.

W maakt vervolgens op grond van de geschillenregeling in de CAO bezwaar tegen de afwijzing van het doorwerkverzoek bij de directeur van B. De directeur handhaaft de afwijzing van het doorwerkverzoek en wijst daarbij op het bedrijfsbelang van B om te verjongen.

Vervolgens vraagt W de Geschillencommissie van B (de Geschillencommissie) op 15 november 2018 om advies over het besluit van de directeur en te beslissen dat zij tot de pensioenleeftijd van 68 jaar bij B in dienst blijft. De Geschillencommissie adviseert B het bezwaar van W gegrond te verklaren en het doorwerkverzoek in te willigen. Volgens de Geschillencommissie bevat de reactie van B onvoldoende steekhoudende argumenten die rechtvaardigen dat het bedrijfsbelang zich verzet tegen langer doorwerken.

De werkgever volgt het advies van de Geschillencommissie niet op met als argument: “Om mee te gaan met de veranderingen is het nodig dat B continu verjongt en de duurzame optimale inzetbaarheid van werknemers bevordert. B wil daarom aantrekkelijk zijn voor jong minder ervaren talent.”

Op 28 december 2018 eindigt de arbeidsovereenkomst van W wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. W laat het er echter niet bij zitten en vordert bij de kantonrechter in kort geding om toegelaten te worden tot hervatting van haar werkzaamheden.

Kantonrechter:

De kantonrechter stelt voorop dat uit de CAO volgt dat een verzoek om na de AOW-gerechtigde leeftijd te mogen doorwerken, in beginsel moet worden toegewezen, tenzij het bedrijfsbelang van zich hiertegen verzet. Volgens de kantonrechter heeft B de argumenten in het advies van de Geschillencommissie onvoldoende weerlegd. Het argument dat verjonging noodzakelijk is, maakt de CAO-bepaling volgens de kantonrechter tot een dode letter. De kantonrechter weegt daarin mee dat W niet onder de maat functioneert, dat zij voldoende inzetbaar is, dat haar functie niet vervalt, dat haar ziekteverzuim beneden gemiddeld is en dat de door de werkgever aangestelde vervanger 55 jaar oud is. De kantonrechter veroordeelt B om de werkneemster gedurende 24 maanden toe te laten om haar werk te hervatten.

Commentaar

Het bedrijfsbelang van verjonging lijkt een gezocht argument bij het niet toestaan van het doorwerken door W. Vooral omdat de vervanger al 55 jaar was. De argumenten van B waren niet voldoende om de kantonrechter te overtuigen van dat bedrijfsbelang. Dit was nodig, omdat doorwerken volgens de CAO-bepaling in beginsel zou worden toegestaan, tenzij het bedrijfsbelang van B zich daartegen verzet.

Door het uiteenlopen van de ingangsdatum van de AOW en het tweedepijler pensioen zal een doorwerkverzoek vaker voor komen. Of werkgevers doorwerken moeten toestaan is afhankelijk van de situatie. Het vonnis van de kantonrechter was gebaseerd op de CAO-bepaling die werknemers in beginsel recht geeft op doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Het lijkt niet aannemelijk dat de kantonrechter de werkgever zou hebben veroordeeld om de werkneemster toe te staan om na de AOW-gerechtigde leeftijd door te werken wanneer in de CAO het doorwerkrecht niet was opgenomen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 mei 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, 17 april 2019