Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wet uitfasering PEB en overige fiscale pensioenmaatregelen: behandeling Eerste Kamer

13 december 2016

In de Memorie van Antwoord (MvA) op het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, geeft de staatssecretaris aan de Eerste Kamer een toelichting op de compensatie aan de (ex-)partner en onbepaald extern verzekerd deel. Verder geeft hij in de nota naar aanleiding van het verslag antwoord op de vragen die hierover zijn gesteld.

Compensatie aan de (ex-)partner

Als de DGA kies voor afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting kan hij hieraan voorafgaand een deel van zijn pensioenaanspraken fiscaal geruisloos prijsgeven. Volgens de Wet Verevening pensioen bij scheiding (Wet VPS) heeft de partner van de DGA bij echtscheiding recht op een deel van de tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraken. Afhankelijk van het huwelijksgoederen regime of andere afspraken die de partners voor verdeling van de pensioenaanspraken hebben gemaakt, verliest de partner bij afkoop of omzetting van het pensioen van de DGA een deel van zijn rechten. Daarom is in het wetsvoorstel opgenomen dat de partner moet instemmen met afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting.

Maar de DGA moet de partner ook compenseren voor het verlies van deze rechten. Als partijen geen passende compensatie regelen, kan er sprake zijn van een belaste schenking van de partner aan de DGA. Het verzoek van Kamerleden om in de Successiewet voor deze situatie een uitzondering op te nemen voor de partner van DGA honoreert de regering niet.

Er zijn geen vormvoorschriften om passende compensatie voor de partner van de DGA te regelen. Dit kan door aanpassing van de huwelijkse voorwaarden of door een onderhandse akte. Volgens de staatssecretaris is het voldoende als de compensatie geldt onder voorwaarde van overlijden van de DGA of echtscheiding. Het is dus niet vereist dat de DGA direct, bij het prijsgeven en afkopen of omzetten van het pensioen, de waarde van de gemiste rechten verrekent. Bij de bepaling van de omvang van de compensatie mogen partijen rekening houden met een eventuele onderdekking in de BV.

De compensatie aan de partner kan achterwege blijven als de DGA en zijn partner zijn gehuwd in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding. Dit geldt ook als partijen pensioenverevening bij echtscheiding hebben uitgesloten.

Onbepaald extern verzekerd deel

Voor veel DGA’s met pensioen in eigen beheer geldt het volgende. Partijen namen in de pensioenovereenkomst op dat deze aanspraken door de BV in eigen beheer worden uitgevoerd en dat een deel is verzekerd. Het verzekeren gebeurt vaak door middel van een kapitaalverzekering met een pensioenclausule. Voor zover de kapitaalverzekering onvoldoende dekking geeft voor de toegezegde aanspraak moet de BV deze uit eigen beheer aanvullen.

In de MvA stelt de staatssecretaris dat in dit geval sprake is van twee pensioenovereenkomsten. Eén met als uitvoerder de verzekeraar en één met als uitvoerder de BV. Omdat de DGA vanaf 1 januari 2017 geen pensioen in eigen beheer meer kan opbouwen moeten hij en de BV de aanspraken in eigen beheer vanaf die datum bevriezen. Volgens de staatsecretaris impliceert dit dat de door de BV opgestelde pensioenovereenkomst zodanig moet worden aangepast dat de DGA alleen nog verder pensioen opbouwt bij de externe verzekeraar en niet meer bij de BV.  

Leden van de Eerste Kamer zetten vraagtekens bij deze benadering. Zij stellen dat de DGA voor zijn pensioentoezegging alleen de BV kan aanspreken omdat de verplichtingen volledig bij de BV zitten. De DGA kan de verzekeringsmaatschappij alleen rechtstreeks aanspreken voor het nakomen van de verplichting uit hoofde van de verzekering en niet uit hoofde van een pensioenregeling, aldus de Eerste Kamerleden. Daarom zou de overdracht van pensioenkapitaal van een onbepaald verzekerd deel ook na 1 april 2017 nog fiscaal geruisloos mogelijk moeten zijn. In dat geval is er namelijk geen sprake van overdracht van de verplichting van een pensioenregeling naar een niet toegelaten verzekeraar omdat deze verplichting al helemaal bij de BV zit. 

In de nota naar aanleiding van het verslag nuanceert de staatssecretaris zijn standpunt. Hoewel er sprake is van één pensioenovereenkomst zijn er volgens hem twee pensioenuitvoerders. De DGA kan de verzekeraar aanspreken op het pensioen uit de verzekering en de BV op het pensioen in eigen beheer. Volgens hem impliceert dit  niet dat na 1 april 2017 nog fiscaal geruisloos waardeoverdracht van de verzekeraar naar de BV kan plaatsvinden.

Termijn 

De beoogde ingangsdatum van het wetsvoorstel is 1 januari 2017. Vanaf die datum kan de DGA geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. De staatssecretaris geeft DGA’ s tot 1 april 2017 ruimte om hun pensioenovereenkomst aan te passen aan de nieuwe regelgeving. Tot die datum kunnen DGA ’s ook nog fiscaal geruisloos verzekerd pensioenkapitaal overhevelen naar hun BV. De staatssecretaris is niet bereid deze termijn nog verder op te rekken.

Commentaar

De compensatie voor de partner van de DGA blijft lastig. De staatssecretaris geeft geen strakke richtlijnen hoe partijen een dergelijke compensatie moet vaststellen. Zorgvuldige advisering op dit gebied is beslist aan te raden.

Het pensioen in eigen beheer met een onbepaald verzekerd deel blijft onduidelijk. Volgens de staatssecretaris is er in dat geval sprake van twee pensioenuitvoerders. De DGA kan de verzekeraar aanspreken voor het verzekerde deel van het pensioen. Maar houdt dit ook in dat partijen - zoals de staatssecretaris eerder aangaf - de pensioenovereenkomst zodanig moeten wijzigen, dat zij in de pensioenovereenkomst moeten opnemen dat de DGA voor het elders verzekerde deel van het pensioen alleen aanspraak heeft op het pensioen dat wordt uitgekeerd door de verzekeraar? In dat geval verliest de DGA de aanvulling uit eigen beheer bij een tegenvallend pensioen uit de pensioenverzekering. Net als de leden van de VVD in de eerste Kamer hebben wij moeite met deze redenering. Waar is de staatssecretaris bang voor? Dat het eigen beheer na 1 januari 2017 nog kan toenemen? Als dat zo is, komt dat omdat het verzekerd pensioenkapitaal steeds op basis van de fiscale waarderingsregels moest worden ingebouwd. Als de inbouw op basis van commerciële tarieven had plaatsgevonden was de fiscale waarde van de verplichting een stuk hoger. Door nu het onbepaalde deel bepaald te maken mist de DGA een stuk van zijn pensioenopbouw als de uitkering op basis van commerciële tarieven lager is dan die op basis van de fiscale rekenregels. Dat is niet terecht nu partijen er bewust voor gekozen hebben dat de BV dit risico draagt en voor aanvulling zorgt. Er is dus naar bedoeling van partijen en ook juridisch sprake van één pensioenovereenkomst. Dat voor de financiering hiervan meerdere overeenkomsten zijn gesloten doet naar onze mening niet ter zaken.

Overigens wat moet er gebeuren met pensioenovereenkomsten met onbepaald verzekerde delen die al eerder premievrij zijn gemaakt? Ook daar loopt de BV het risico dat het de aanspraak moet aanvullen en dat daardoor de verplichting in eigen beheer in de toekomst zal toenemen. En wat gebeurd er als de belastingdienst in het verleden hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Moeten die hun pensioenovereenkomst ook nog aanpassen? 

Het lijkt erop dat door het oprekken van de uitvoeringstermijn tot 1 april 2017, DGA’ s nog tot die datum pensioen in eigen beheer kunnen opbouwen. De parlementaire stukken zijn hierover niet eensluidend. Wellicht dat in het Uitvoeringsbesluit dit duidelijk kan worden aangegeven.

De Eerste Kamer stemt op 19 december 2016 over dit wetsvoorstel. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Memorie van antwoord bij het pakket Belastingplan 2017 en Verslag vaste commissie van Financiën EK en Nota naar aanleiding van het verslag

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 12 december 2016