Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wet uitfasering PEB; onbepaald verzekerd deel (5)

29 juni 2017

In een brief aan de Eerste Kamer zet staatssecretaris Wiebes nog eens uiteen dat vóór 1 juli 2017 een pensioenregeling in eigen beheer in combinatie met onbepaald verzekerde deel moet worden gesplitst. Is het nu duidelijk?

Juridische verplichting

Volgens de staatssecretaris mag de aanvulling door het eigenbeheerlichaam (BV) nooit meer zijn dan nodig is voor het voldoen aan de verplichting die de BV op 1 juli 2017 heeft. Deze verplichting moeten de dga en de BV uiterlijk per 30 juni 2017 berekenen. Desgevraagd bevestigt de staatssecretaris dat het hier gaat om de juridische verplichting. In een voorbeeld geeft de staatssecretaris aan hoe je deze verplichting moet bepalen.

In het voorbeeld wordt de verplichting bepaald op 30 juni 2017. Dat houdt in dat de BV uiterlijk op die datum moet bepalen hoe hoog de mogelijke pensioenuitkering uit de verzekering zal zijn. De aldus vastgestelde verplichting is dan de maximale aanvulling die de BV na 30 juni 2017 mag doen. De verplichting van het eigenbeheerlichaam kan na 30 juni 2017 wel lager worden als blijkt dat van de verzekeringsmaatschappij een hogere uitkering wordt ontvangen dan op 30 juni 2017 was berekend. Partijen kunnen dit voorkomen door het onbepaalde verzekerde deel om te zetten in een bepaald verzekerd deel. Maar een eventuele negatieve waardeontwikkeling van de pensioenverzekering – na 30 juni 2017 - mag de BV niet compenseren. 

Overdracht verzekerd kapitaal na 30 juni 2017

De staatssecretaris geeft aan dat het onwenselijk is dat na 30 juni 2017 nog verzekerd kapitaal fiscaal geruisloos wordt overgedragen aan de BV. Hij stelt dat de overdracht niet onder het overgangsrecht van artikel 38n Wet LB valt. Want hierin staat: “. (…) aanspraken ingevolge een pensioenregeling waarvan een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen d of e, zoals dat artikel luidde op 31 december 2016, als verzekeraar optreedt,(…)”.

Commentaar

Wij zijn het niet eens met de wijze waarop de staatssecretaris de juridische verplichting van de BV vaststelt. Naar onze mening is deze juridische verplichting de op 30 juni 2017 opgebouwde aanspraak voor zover deze niet uit de pensioenverzekering voortkomt.

De exacte omvang van deze verplichting staat dus op 30 juni 2017 niet vast. Deze kan pas bepaald worden op het moment dat de pensioenverzekering uitkeert . Een van de kenmerken van pensioen in eigen beheer in combinatie met een onbepaald verzekerd deel is dat niet de dga maar de BV het risico loopt van de waardeontwikkeling van de pensioenverzekering. Het is ons niet duidelijk op grond waarvan de staatssecretaris vindt dat je deze aanvulling op 1 juli 2017 moet fixeren. Het staat in elk geval haaks op hetgeen de Kennisgroep meldde in de brief van 16 april 2004; ”Het elders verzekerde deel van het streefpensioen is onbepaald. De werkgever geeft in de toekomst een aanvulling op het uit het verzekerde kapitaal bij de externe verzekeraar te verkrijgen pensioen, waardoor het totale pensioen uitkomt op het toegezegde eind- of middelloonpensioen. Zolang de opgebouwde eind- of middelloonpensioenen niet volledig bij een externe verzekeraar zijn verzekerd is er sprake van een aanvullend eigen beheer. In die situatie wordt de totale pensioenregeling beschouwd als een eind- of middelloonregeling en is het besluit niet van toepassing”.

Omdat een positieve waardeontwikkeling van de verzekering na 30 juni 2017 wel leidt tot een verlaging van de verplichting van de BV en een negatieve niet, zijn de dga en de BV min of meer gedwongen het onbepaald verzekerde deel om te zetten in een bepaald verzekerd deel. Wij stellen vast dat de staatssecretaris een andere invulling geeft aan de juridische verplichting dan hetgeen partijen eerder zijn overeengekomen. Deze invulling wijkt ook af van de juridische verplichting die blijkt uit de modelpensioenovereenkomsten van de belastingdienst die tot voor kort op de site van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen  stonden. Want door de min of meer voorgeschreven splitsing op 30 juni komt de waardeontwikkeling van de pensioenverzekering volledig voor rekening van de dga. Hierop moeten partijen de pensioenovereenkomst aanpassen en is dus – naast het stoppen met de opbouw - sprake van een wijziging van de juridische verplichting van de de opgebouwde pensioenaanspraken

Bovendien roept het standpunt van de staatssecretaris vragen op over de vaststelling van de mogelijke uitkering van het verzekerde pensioen. Moet je hier uitgaan van de parameters die gehanteerd worden bij de herleidingsmethode (fiscale waardering: 4% en geen leeftijdterugstelling) of de commerciële waardering (opgebouwde verzekerde kapitaal is koopsom voor een gegarandeerd uitgesteld pensioen). Gezien de huidige marktomstandigheden leidt de eerste methode tot een lager pensioen dan feitelijk door de BV en dga werd overeengekomen. In feite komt de BV de juridische verplichting, dat zij het verzekerde pensioen aanvult, niet na. De laatste methode daar en tegen leidt tot een stijging op 30 juni 2017 van de verplichting in eigen beheer. Vanwege het uitgangspunt van nakomen van de juridische verplichting zijn wij voorstander van de laatste methode.

De staatssecretaris stelt dat de overdracht niet onder het overgangsrecht van artikel 38n Wet LB valt. Wij betwijfelen dit. Zie hiervoor ook de berichten die wij eerder over dit onderwerp op onze site plaatsten. Naar onze mening bestaat de juridische verplichting van de BV op 31 december 2016 in een aanvulling op het pensioen dat de dga uit de pensioenverzekering krijgt. Deze aanvulling valt naar onze mening ook onder de tekst van dit artikel.

De opvatting van de staatssecretaris geeft helaas niet de gewenste duidelijkheid. De splitsing in twee pensioenregelingen heeft gevolgen voor de  adviespraktijk. In elk geval moeten volgens deze opvatting, vóór 1 juli 2017 alle pensioenregelingen waarin partijen pensioen in eigen beheer in combinatie met een onbepaald verzekerd deel zijn overeengekomen, de opgebouwde aanspraken in eigen beheer en de verzekerde aanspraken worden gefixeerd op de wijze als in het voorbeeld is aangegeven. Maar welke parameters moeten partijen daarbij aanhouden? De splitsing geldt ook voor de pensioenregelingen/pensioenverzekeringen die in het verleden premievrij zijn gemaakt.

Voor pensioenverzekeringen waarvan de premiebetaling wordt voortgezet moet deze fixatie uiteraard ook worden toegepast. Daarbij moet je ook nog beoordelen of het voortzetten van de premiebetaling is bedoeld voor de opbouw na 30 juni 2017 of een overheveling betreft van het eigen beheer. In elk geval moet je voor deze pensioenverzekeringen een nieuwe pensioenbrief maken.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Brief aan Eerste Kamer van 27 juni 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 juni 2017