Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Wet uitfasering PEB; rechten ex-partner

25 januari 2018

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) geeft in een Vraag & Antwoord aan hoe de pensioenrechten van de ex-partner van de DGA kunnen worden uitgefaseerd.

Uitfasering PEB

Volgens de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer kunnen DGA ’s uiterlijk tot en met 31 december 2019 het volledige in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting (ODV). Bij volledige afkoop of omzetting in een ODV kan de het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en fiscale balanswaarde van  pensioenverplichting onbelast worden prijsgegeven.

Vervening pensioenrechten

Volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) heeft de ex-partner van een DGA bij echtscheiding recht op de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen. Daarnaast heeft de ex-partner recht  op het opgebouwde partnerpensioen (bijzonder partnerpensioen). Wanneer de claim tot verevening binnen twee jaar wordt gemeld bij de pensioenuitvoerder, heeft de ex-partner een rechtstreekse vordering op de pensioenuitvoerder. Als het pensioen ook na de echtscheiding en verevening in eigen beheer wordt gehouden, heeft de partner dus een rechtstreekse vordering op het pensioenlichaam (BV).

Het recht op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen van de DGA is geen eigen pensioenaanspraak van de ex-partner. De ex-partner kan het recht op gedeeltelijke uitbetaling van de ouderdomspensioenuitkeringen dan ook niet afkopen of omzetten in een ODV. De aanspraak op ouderdomspensioen is een pensioenaanspraak van de DGA. Alleen de DGA kan de in eigen beheer verzekerde aanspraak op ouderdomspensioen afkopen of omzetten in een ODV. Dat kan hij overigens alleen met schriftelijke instemming van zijn ex-partner.

De aanspraak op bijzonder partnerpensioen is wel een eigen pensioenaanspraak van de ex-partner. De ex-partner kan de in eigen beheer verzekerde aanspraak op bijzonder partnerpensioen dan ook prijsgeven gevolgd door afkoop of omzetten in een ODV.

Conversie

Volgens de WVPS kunnen partijen bij echtscheiding overeen komen dat de ex-partner een eigen recht op ouderdomspensioen krijgt in plaats van een recht op uitbetaling van een deel van de uitkeringen van het ouderdomspensioen en een aanspraak op bijzonder partnerpensioen (conversie). Er is in dat geval wel sprake van een eigen pensioenaanspraak van de ex-partner. Als de geconverteerde rechten in eigen beheer worden gehouden, kan de ex-partner deze prijsgeven gevolgd door afkopen of omzetten in een ODV.

Korting bij afkoop

De afkoopwaarde is gelijk aan de fiscale waarde bij afkoop vóór het prijsgeven van de pensioenaanspraken. Op deze grondslag mag de belastingplichtige een korting toepassen. Dat houdt in dat de grondslag verlaagd wordt met respectievelijk, 34,5% (2017), 25% (2018) en 19,5% (2019). De korting wordt berekend over het laagste bedrag van de fiscale waarde bij afkoop en de fiscale waarde eind 2015. 

Als de conversie plaats heeft gevonden na 31 december 2015 was er op die datum nog geen sprake  van een zelfstandige pensioenaanspraak van de ex-partner. Voor het bepalen van de afkoopkorting waar de DGA en de ex-partner recht op hebben, moet de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting per 31 december 2015 naar evenredigheid worden toegerekend aan de na de conversie resterende pensioenaanspraak van de DGA en aan de eigen pensioenaanspraak van de ex-partner. In Vraag & Antwoord 18-002 staat een cijfervoorbeeld hoe dat moet. Het komt erop neer dat de waarde voor de DGA bepaald wordt door de fiscale waarde van het ouderdomspensioen per ultimo 2015 te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller bestaat uit de aanspraken op ouderdomspensioen van de DGA die resteren ná de conversie en de noemer uit de aanspraken op ouderdomspensioen vóór de conversie. De resterende fiscale waarde eind 2015 wordt toegerekend aan de ex-partner.

Commentaar

De WVPS bevat geen verplichting om verevende of geconverteerde rechten voor de ex-partner te herverzekeren bij een professionele verzekeraar. Volgens de jurisprudentie kan de ex-partner dit wel eisen en zal een dergelijke eis alleen worden afgewezen als door het betalen van de koopsom de continuïteit van de BV in gevaar komt. Zie ook onze berichten van 15 oktober 2014 en 24 april 2017.

Er zullen situaties zijn waarin de ex-partner de pensioenrechten wil afkopen dan wel omzetten naar een ODV. In het laatste geval wellicht gevolgd door omzetting in een lijfrente. Onduidelijk is of in dat geval de ex-partner dan ook een deel van de pensioenrechten moet prijsgeven. Immers als de B.V. voldoende middelen heeft, zal – door het prijsgeven - het verschil tussen de commerciële – en de fiscale de waarde van het pensioen de waarde van aandelen verhogen. Die verhoging zal in de meeste gevallen toekomen aan de DGA.

In het tweede lid van artikel 38n van de Wet op de loonbelasting staat hierover:

“In afwijking van het eerste lid kan een aanspraak ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in het eerste lid zonder toepassing van artikel 19b, zoals dat artikel luidde op 31 december 2016, worden prijsgegeven voor zover de waarde in het economische verkeer van die aanspraak hoger is dan de fiscale balanswaarde van de tegenover die aanspraak staande verplichting op het moment van prijsgeven mits die aanspraak op datzelfde tijdstip geheel: (…)” 

Het woordje “kan” in deze bepaling impliceert naar onze mening dat de DGA hier een keuze heeft. Maar als de aanspraken niet worden prijsgegeven leidt dit tot een hogere afkoopwaarde of omzettingswaarde. De korting bij afkoop wordt daarentegen nog steeds afgeleid van de lagere fiscale waarde eind 2015. Wellicht dat de ex-partners de eventuele waardestijging van de aandelen door het prijsgeven van de aanspraken beter op een andere manier kunnen compenseren. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Belastingdienstpensioensite; Vraag & Antwoord 18-001, 19-01-2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 april 2018