Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wetsvoorstel uitfasering PEB; antwoorden en Beleidsbesluit

7 februari 2017

In de Nota naar aanleiding van het verslag beantwoordt staatssecretaris Wiebes vragen van de Tweede Kamer over de novelle van het Wetvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen. Ook stuurt hij de Tweede Kamer het concept van het Besluit uitfasering pensioen in eigen beheer.

Nota n.a.v. verslag Tweede Kamer

In ons bericht van 25 januari 2017 gaven wij een samenvatting van de door de staatssecretaris ingediende novelle. Op vragen van de Tweede Kamer antwoordt de staatssecretaris in de Nota naar aanleiding van het verslag. Wij selecteerden een aantal van die antwoorden.

DGA ’s krijgen informatie via de Nieuwsbrief Loonheffing 2017, de algemene- en de pensioenwebsite van de belastingdienst over de gewijzigde regelgeving.

Anders dan wij in ons bericht van 25 januari 2017 meldden, streeft de staatssecretaris naar een ingang van het wetsvoorstel op 1 april 2017. Voor de overige fiscale maatregelen (zoals de doorwerkvereiste en 100%-grens) geldt terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. De coulance regeling schuift ook drie maanden op. Dat houdt in DGA ’s tot 1 juli 2017 hun pensioenregeling in eigen beheer premievrij kunnen maken. Zij kunnen ook tot 1 juli 2017 verzekerd pensioenkapitaal geruisloos overdragen aan hun hun BV. Als de DGA gebruik maakt van de coulance regeling kan hij nog uiterlijk tot 1 juli 2017 pensioenaanspraken in eigen beheer opbouwen. Dit volgt uit het Concept Besluit uitfasering pensioen in eigen beheer.

Na 1 juli 2017 kan de DGA zijn verzekerde pensioenkapitaal niet meer geruisloos aan de BV overdragen. Als er sprake is van een gedeeltelijk verzekerde regeling kan de DGA volgens de staatssecretaris de premiebetaling laten voortzetten mits partijen de pensioenbrief aanpassen.

Bij extern eigen beheer, zonder dat sprake is van een fiscale eenheid tussen de Werk-BV en het eigen beheer lichaam worden toekomstige indexatielasten door de Werk BV geactiveerd. Bij omzetting van het pensioen in een oudedagsverplichting (ODV) kan de Werk BV deze lasten getemporiseerd ten laste de fiscale winst brengen. Dit kan lineair in de periode die start op de datum van omzetting en die doorloopt tot het jaar waar waarin de DGA 87 jaar wordt. Bij overlijden van de DGA in deze periode wijzigt deze termijn niet. Immers de verlichting gaat dan over op de erfgenamen van de DGA. De aftrek wijzigt ook niet als de BV besluit de ODV om te zetten in een lijfrente voor de DGA. Bij emigratie van de BV of liquidatie zal aftrek ineens wel mogelijk worden gemaakt.

Volgens een nieuwe artikel in de Wet op de vennootschapsbelasting (artikel 34e)kan de BV bij afkoop of omzetting in een ODV geen fiscaal voordeel behalen. De staatssecretaris geeft nog eens uitdrukkelijk aan dat het hier gaat om zowel positieve als negatieve resultaten. In de parlementaire behandeling was ten onrechte gesuggereerd dat bij afkoop of omzetting de toekomstige indexatielasten konden worden afgetrokken.

De staatssecretaris legt nog eens uit waarom de DGA zijn partner moet compenseren wanneer hij het pensioen afkoopt of omzet in een ODV. De partner van de DGA heeft een recht op partnerpensioen en een afgeleid recht op een deel van het ouderdomspensioen. Als de DGA besluit tot afkoop of omzetting in een ODV verliest zijn partner deze rechten. Afhankelijk van het huwelijksvermogensrecht en/of andere afspraken is er dan sprake van een schenking van de partner aan de DGA. Deze schenking kan de DGA voorkomen door de partner een passende compensatie te geven. Deze compensatie kan een voorwaardelijk recht zijn.

Commentaar

De staatssecretaris licht toe dat een BV op grond van het wetsvoorstel (artikel 34 e Wet Vpb) bij afkoop of omzetting de indexatielasten niet ten laste van de fiscale winst kan brengen. Om BV ’s met een extern eigen beheer tegemoet te komen staat hij toe, dat Werk BV ’s de geactiveerde toekomstige indexatielasten wel (getemporiseerd) ten laste van de fiscale winst kunnen brengen.

Overigens houdt de staatssecretaris ook in deze nota vast aan het uitgangspunt dat een DGA zijn gedeeltelijk verzekerde regeling premiebetalend kan voortzetten. Maar dan moet hij wel de pensioenbrief laten aanpassen. Wij begrijpen dit als de DGA zijn pensioen in eigen beheer afkoopt of omzet in een ODV. Maar vinden in de voorgestelde gewijzigde regelgeving geen aanknopingspunt dat dit ook moet als de DGA een onbepaald verzekerde regeling heeft waarvan hij het pensioen in eigen beheer premievrij maakt. Immers in het wetsvoorstel staat dat voor dit premievrij gemaakte pensioen de wetgeving tot en met 31 december 2016 (gewijzigd in 30 maart 2017) geldt.

Het ziet er naar uit dat het wetsvoorstel op 1 april 2017 ingaat. De periode waarin DGA ’s een keuze kunnen maken is daardoor iets ingekort. Welke keuze een DGA in 2017 of de daarop volgende twee jaar het beste kan maken hangt af van diverse factoren. En is per DGA verschillend. Aegon Adfis geeft begin maart hierover een training. De nadruk in deze training ligt op de advisering van de DGA. Als u meer wilt weten over deze training of wilt u inschrijven? Klik dan hier.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: