Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wetsvoorstel wijziging rol OR bij pensioenen

22 april 2016

Op 20 april 2016 gaf staatssecretaris Klijnsma antwoord op de vragen van de Tweede Kamer bij het wetsvoorstel dat de rol van de ondernemingsraden op het gebied van pensioenen wijzigt. Zij publiceerde daarnaast een wijziging van het wetsvoorstel. 

Wetsvoorstel dicht een lacune

Werkgevers en werknemers zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de arbeidsvoorwaarde pensioen. Beide partijen moeten hierop een bepalende invloed hebben  via cao of via de ondernemingsraad (OR). De huidige wet bevat echter in de ogen van Klijnsma een lacune. De OR heeft nu instemmingsrecht bij vaststelling en intrekking van de pensioenovereenkomst. De OR heeft echter geen invloed op een voorgenomen besluit van de ondernemer tot het wijzigen van de pensioenovereenkomst die is ondergebracht bij een ondernemingspensioenfonds. De ondernemer kan dus besluiten om van een uitkeringsregeling over te gaan naar een individuele beschikbare premieregeling of andersom, zonder dat de OR hierbij instemmingsrecht heeft. Het wetsvoorstel verandert dit. 

Instemmingsrecht bij keuze pensioenuitvoerder

De Tweede Kamer stelde Klijnsma vragen over het instemmingsrecht wanneer een ondernemer de pensioenovereenkomsten wil onderbrengen bij een buitenlandse pensioenuitvoerder. Het instemmingsrecht gold niet bij voorgenomen onderbrenging bij een Nederlandse uitvoerder. Als reactie hierop schrapt Klijnsma desbetreffende bepaling. 

Om te voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over de reikwijdte van het instemmingsrecht bij de keuze van de pensioenuitvoerder kiest het kabinet ervoor in artikel 27, zevende lid, WOR expliciet te vermelden dat de OR instemmingsrecht heeft bij de keuze van de pensioenuitvoerder. Daarbij is het niet van belang of dit een binnenlandse of een buitenlandse uitvoerder is.

Instemmingsrecht ten aanzien van de uitvoeringsovereenkomst

In het gewijzigde wetsvoorstel is bij het instemmingsrecht met betrekking tot elementen in de uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de arbeidsvoorwaarde pensioen het woord “direct” vervallen. De regering geeft als reden dat sprake is van invloed op de pensioenovereenkomst - en daarmee instemmingsrecht voor de ondernemingsraad - wanneer een bepaald element uit een uitvoeringsovereenkomst de uitkomsten van de pensioenregeling, het ‘pensioenresultaat’, kan beïnvloeden. Onderdelen uit de uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst zijn onder meer de keuze van de pensioenuitvoerder, regelingen over de wijze waarop de premie wordt vastgesteld en de maatstaven voor de toeslagverlening. Ook kan een eventuele bijstortingsplicht van de werkgever en een regeling voor premierestitutie die in de uitvoeringsovereenkomst is opgenomen invloed hebben op de pensioenovereenkomst. Geen invloed op de pensioenovereenkomst hebben elementen zoals de wijze waarop en termijnen waarin de verschuldigde premie door de werkgever moet worden voldaan aan de pensioenuitvoerder en de informatie die door de werkgever aan de pensioenuitvoerder wordt verstrekt. De reden daarvoor is dat deze onderdelen de onderlinge relatie tussen werkgever en pensioenuitvoerder betreffen. Het toekennen van instemmingsrecht over de gehele uitvoeringsovereenkomst past niet bij de verantwoordelijkheidsverdeling tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder. De werkgever is verantwoordelijk voor het onderbrengen van de pensioenovereenkomst via een uitvoeringsovereenkomst bij een pensioenuitvoerder. Werkgevers en werknemers zijn verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarde pensioen. Dat laatste betekent dat alleen elementen uit de uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de arbeidsvoorwaarde pensioen, instemmingsplichtig kunnen zijn.

Uitzondering voor verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds

Uitgangspunt van de regering is dat er alleen instemmingsrecht kan bestaan ten aanzien van een voorgenomen besluit van de ondernemer. In de situatie waar de ondernemer geen zeggenschap heeft, is er dus geen instemmingsrecht. Dit betekent dat er geen instemmingsrecht is ten aanzien van het wijzigen van een verplichte regeling of van een vrijwillige excedentregeling, die reeds inhoudelijk is geregeld. Wel is er instemming nodig voor een voorgenomen besluit van de ondernemer tot vaststellen en intrekken van het vrijwillige deel, tot vrijwillige aansluiting of voor een latere intrekking van de vrijwillige aansluiting bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. 

Overdragen bevoegdheid aan het bestuur van het pensioenfonds

In de praktijk komt het voor dat door incorporatie van het pensioenreglement in de arbeidsovereenkomst de werknemer wordt gebonden aan wijzigingen van het pensioenreglement. Deze constructie is niet onomstreden maar is in het Delta Lloyd arrest (HR 8 november 2013) aanvaard. Als de wijzigingsbevoegdheid is overgedragen aan het pensioenfondsbestuur is het ook dit bestuur dat besluit tot wijziging van de pensioenovereenkomst en niet de ondernemer. Voor de toepassing van artikel 27 WOR is dan in beginsel ook geen sprake van een voorgenomen besluit van de ondernemer en dus ook geen instemmingsrecht van de OR. 

Commentaar

In de vakliteratuur werd twijfel geuit over of het onderscheid tussen de keuze voor een binnenlandse pensioenuitvoerder en de keuze voor een buitenlandse pensioenuitvoerder een belemmering is van het vrije verkeer van diensten of discriminatie naar nationaliteit. Nu deze bepaling is komen te vervallen, zal dit geen punt van discussie meer zijn.  

In het gewijzigde wetsvoorstel is bij het instemmingsrecht met betrekking tot elementen in de uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de arbeidsvoorwaarde pensioen het woord “direct” vervallen. Het wegvallen van dit woord levert ongetwijfeld discussies op tussen de werkgever en de OR of een bepaalde beslissing van de werkgever instemmingsplichtig is. Discussie die men eerder juist door het woord “direct” wilde voorkomen. Het schrappen van het woord "direct" zal kunnen  betekenen dat vrijwel de gehele uitvoeringsovereenkomst instemmingsplichtig wordt. En dat was nu juist niet de bedoeling. 

Indien de OR vindt dat zij instemmingsplichtig is op een bepaald onderdeel van de uitvoeringsovereenkomst, zal zij dit moeten aangeven bij de werkgever. Indien de werkgever vervolgens een andere mening is toegedaan, kan de OR de beslissing van de werkgever voorleggen aan de kantonrechter. De kantonrechter zal dan een onafhankelijk oordeel vellen. Indien de kantonrechter de OR in het gelijk stelt, zal de beslissing van de werkgever alsnog aan de OR voor instemming moeten worden voorgelegd. Indien de OR die instemming niet verleent dan zullen werkgever en ondernemingsraad moeten trachten tot een alternatief te komen. Een dergelijke gang van zaken kan voorkomen worden door zo veel als mogelijk duidelijk afspraken te maken over de onderwerpen die instemmingsplichtig zijn en een goede communicatie over voorgenomen beslissingen tussen de werkgever en OR. Bovendien zorgt de in het wetsvoorstel opgenomen verplichting van de ondernemer om de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk te informeren over elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van uitvoeringsovereenkomst, ervoor dat een gesprek hierover tussen ondernemer en ondernemingsraad kan plaatsvinden voordat de beslissing genomen is.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Nota naar aanleiding van Verslag en Nota van Wijziging Wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen, Kamerstukken II 2015/16, 34 378, 20 april 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 april 2016.