Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wiebes trekt cassatieverzoek belastingheffing internationale uitkering in

18 mei 2016

De staatssecretaris van Financiën trekt een cassatieverzoek in tegen een uitspraak van het Hof Den Haag waarover wij vorig jaar een nieuwsbericht schreven. Het betreft de discussie wie belasting mag heffen over een invaliditeitsuitkering: Nederlandse Belastingdienst of het Europees Octrooibureau.

Waar ging procedure over?

X trad vóór 1 januari 1995 in dienst van het Europees Octrooibureau (EOB). In juli 2003 raakte hij arbeidsongeschikt. Hierna verrichtte X geen werkzaamheden meer voor het EOB. Vanaf juli 2003 tot 1 januari 2008 ontving X een ‘invalidity pension’ (invaliditeitspensioen) van het EOB op grond van de toen geldende pensioenregeling voor invaliden van het EOB. Dit invaliditeitspensioen was niet onderworpen aan een interne heffing van de EOB. Hierover hief Nederland inkomstenbelasting. Met ingang van 1 januari 2008 paste het EOB zijn interne regelgeving aan. Vanaf die datum ontving X een ‘invalidity allowance’. Deze uitkering wordt wél onderworpen aan interne belastingheffing. Het geschil betrof de vraag of de ‘invalidity allowance’ onder de Nederlandse inkomstenbelastingheffing kan vallen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de ‘invalidity allowance’ niet aan Nederlandse inkomstenbelastingheffing kan worden onderworpen omdat deze onder het Protocol on Privileges and Immunities valt. De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in cassatie.

Intrekken cassatieverzoek

Staatssecretaris Wiebes van Financiën trekt het cassatieverzoek tegen deze uitspraak in. Hij licht zijn besluit als volgt toe:
“Op 6 april 2016 heeft het Bundesfinanzhof in een procedure die inhoudelijk vergelijkbaar is met de onderhavige procedure, zijn arrest van 11 november 2015, nr. I R 28/14, gepubliceerd. De overwegingen van het Bundesfinanzhof zijn in lijn met hetgeen het Hof in de voorliggende procedure heeft beslist. Ik zie in genoemd arrest bevestigd dat ’s Hofs oordelen waartegen mijn cassatieberoep is gericht, geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting. Aangezien voor het overige de oordelen van feitelijke aard zijn en geenszins onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd, valt mijns inziens van het instellen van mijn beroep in cassatie tegen de hofuitspraak geen succes te verwachten. Derhalve heb ik mijn beroep in cassatie ingetrokken.”

Commentaar

Met het intrekken van dit cassatieverzoek belast Wiebes de rechterlijke macht niet onnodig met een uitspraak waarvan hij de slagingskans gering acht. Een goede zaak. Dit zou vaker moeten gebeuren.

Internationale organisaties kennen –kort gezegd- hun eigen wet- en regelgeving en vallen niet onder de wetgeving van hun gastland. Deze organisaties stellen medewerkers aan op basis van het Personeelsstatuut van de organisatie en vallen niet onder het Nederlands recht. Zo is bijvoorbeeld de Pensioenwet (PW) niet van toepassing op de pensioenregeling van een dergelijke organisatie. Iets vergelijkbaars geldt voor het fiscale recht. De Nederlandse loon- en inkomstenbelasting is niet van toepassing op het inkomen van de werknemers van internationale organisaties. Zij kennen een interne heffing die de inkomstenbelasting van het gastland vervangt. Dat was ook het geval in de procedure van de arbeidsongeschikte medewerker van de EOB.

Nederland is gastland voor bijna 40 internationale organisaties. Denk hierbij aan Europol, het Internationaal Gerechtshof, het Internationaal Joegoslaviëtribunaal, het Internationaal Strafhof en de Europese Octrooiorganisatie. Deze internationale organisaties hebben met elkaar gemeen dat de Nederlandse civiele en fiscale wetgeving niet op hen van toepassing is. Een gerechtelijke uitspraak over de belastingheffing over een invaliditeitsuitkering van een medewerker van zo’n organisatie bevestigde dat nog eens.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: Intrekking beroepschrift in cassatie van 4 mei 2016, nr. DGB 2016-1902, n.a.v. Hof Den Haag, 23 september 2015, nr. 15/00280, ECLI:NL:GHDHA:2015:2648

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 mei 2016.