Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Zorgplicht pensioenadviseur

2 augustus 2017

Volgens de Rechtbank Rotterdam moet een tussenpersoon die een pensioenverzekering sluit zodanig inlichtingen inwinnen dat kan worden beoordeeld of deze pensioenverzekering binnen de juridische en fiscale randvoorwaarden valt. Hij heeft een zelfstandige onderzoekplicht. 

Aanvullend pensioen 

X is vanaf 1982 in loondienst van B BV. Hij neemt als werknemer verplicht deel in de pensioenregeling van het Bedrijfspensioenfonds Bouw (BPF Bouw). B BV benoemt in 1992 X tot directeur. De assurantietussenpersoon van B BV (hierna: tussenpersoon) sluit in 1999 in opdracht van B BV een pensioenverzekering voor het door X als directeur op te bouwen (aanvullend) pensioen. X blijft daarnaast pensioen opbouwen bij BPF Bouw.

B BV wijst de tussenpersoon in 2013 erop dat de pensioenverzekering fiscaal bovenmatig is omdat geen rekening wordt gehouden met de vanaf 1999 voortgezette pensioenopbouw bij BPF Bouw. De pensioenverzekering wordt gedeeltelijk afgekocht nadat B BV op 20 november 2014 daarvoor toestemming krijgt van de belastingdienst. Daarmee is de pensioenverzekering weer in overeenstemming met de fiscale regels gebracht. De pensioenverzekeraar betaalde de teveel betaalde premies (€ 99.967) en het daarover behaalde beleggingsresultaat (€ 25.409) in 2014 terug aan B BV. 

B BV stelt dat de tussenpersoon een fout heeft gemaakt bij de advisering over het aanvullend pensioen. B BV vordert van de tussenpersoon een schadevergoeding van ongeveer € 100.000. De tussenpersoon betwist deze schadevergoeding. Volgens hem bestond in 1999 geen bijzondere zorgplicht voor het als tussenpersoon afsluiten van een aanvullende pensioenverzekering. Bovendien adviseerde hij niet over de verzekering maar is hij afgegaan op de door de adviseur van B BV, Ernst & Young, aangeleverde gegevens omtrent het bij BPF Bouw opgebouwde pensioen. In het faxbericht van Ernst & Young van 20 juli 1999 staat vermeld: “Inbouw afgefinancierd sfb-pensioen (uitgangspunt) fl. 6.820,-“. 

Rechtbank: tussenpersoon heeft zorgplicht 

Volgens de rechtbank rustte ook in 1999 op een (verzekerings)tussenpersoon de verplichting om zodanige inlichtingen in te winnen dat kan worden beoordeeld of deze pensioenverzekering binnen de juridische- en fiscale randvoorwaarden valt. De tussenpersoon mag daarbij niet alleen afgaan op de door of namens de opdrachtgever verstrekte informatie over de bestaande pensioenvoorziening. Hij moet ook zelf nagaan in hoeverre deze informatie correct is. Dit geldt zeker nu Ernst & Young in haar faxbericht van 20 juli 1999 waarschuwt: “Uitgangspunten zijn aannames die voorlopig als juist worden verondersteld teneinde te pogen de zaak voor 1 augustus rond te krijgen”. Een zorgvuldig handelend tussenpersoon had tenminste de vraag moeten stellen of X vanaf 1 januari 1999 inderdaad vrijgesteld was van de verplichte pensioenverzekering. Het gaat hier immers om een bestaande pensioenvoorziening bij een bedrijfstakpensioenfonds waarvoor verplichte deelname geldt. Bovendien kon de tussenpersoon uit de loonstrook van X opmaken dat na 1 januari 1992 nog premies werden afgedragen aan BPF Bouw. 

Doordat de tussenpersoon naliet nader onderzoek te verrichten naar opbouw van het pensioen bij het BPF Bouw, heeft hij niet gehandeld met de zorgvuldigheid die (ook in 1999) van een redelijk handelend en redelijk bekwaam verzekeringstussenpersoon kon worden gevergd, aldus de rechtbank. Volgens de rechtbank is de tussenpersoon aansprakelijk voor de door B BV geleden schade. De rechtbank bepaalt de schade – buiten het terugbetalen van de premies en het vergoeden van het beleggingsresultaat -  op ongeveer € 35.000. 

Commentaar

Een duidelijke uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. Ook in 1999 rustte op een tussenpersoon die bemiddelt bij het sluiten pensioenverzekeringen een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in elk geval in, dat de tussenpersoon beoordeelt of de pensioenverzekering binnen de juridische- en fiscale regelgeving valt. Daarbij mag de tussenpersoon niet afgaan op door of namens de opdrachtgever verstrekte informatie. De tussenpersoon heeft een zelfstandige onderzoekplicht. 

De uitspraak van de rechtbank komt overeen met de eisen die de Wft tegenwoordig stelt aan bemiddeling en advisering bij pensioenverzekeringen. 

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Rotterdam, 19 juli 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 augustus 2017.