Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Zorgplicht verzekeraar bij een beleggingspensioen

Zorgplicht verzekeraar bij een beleggingspensioen

11 januari 2021

Verzekeraar schiet niet tekort in nakoming zorgplicht. Deelnemer koos er zelf voor 40% van het pensioenkapitaal te beleggen in aandelenfondsen.

Aan te kopen pensioen valt tegen

Het pensioen van X is vanaf 1977 ondergebracht bij Verzekeraar V. Tot 1989 in de vorm van een middelloonregeling, vanaf 1989 in de vorm van een beschikbare premieregeling. In 2001 kiest X ervoor om 40% van zijn pensioenkapitaal te beleggen in aandelenfondsen.

In 2003 ontving X van zijn werkgever een pensioenbrief van de beschikbare premieregeling. De pensioenbrief is door X ondertekend. In datzelfde jaar werd de verzekering premievrij gemaakt omdat X uit dienst trad.

Op 1 februari 2015 kwam de pensioenverzekering tot uitkering. Het pensioenkapitaal bedraagt € 235.855. Daarvoor kocht X een levenslang pensioen aan van € 819 bruto per maand. Hij klaagt over de hoogte van de pensioenuitkering en wil dat V hem compenseert voor de teleurstellende resultaten van zijn pensioenopbouw. Volgens X heeft V geen of onvoldoende rekening te houden met de belangen van X met zijn beleggingsbeleid. Hij verwijt V in strijd te hebben gehandeld met zijn zorgplicht. Hij vraagt de Geschillencommissie van Beroep Financiële Dienstverlening (hierna: de Commissie ) om een oordeel. Volgens X heeft V hem de mogelijkheid ontnomen om pensioen op te blijven bouwen volgens het middelloonstelsel; is hij misleid door de productinformatie van V waardoor beleggen de basis voor de pensioenopbouw werd met als enig alternatief een pensioenspaarrekening met een gegarandeerde rente van 3%, later 2%; staat het uiteindelijke beschikbare bedrag van € 235.855 en de daarvan aangekochte uitkering in geen verhouding tot zijn laatstverdiende salaris terwijl de premie bepaald was aan de hand van het salaris; heeft V geen waarschuwing gegeven waardoor voor hem geen aanleiding was tot ongerustheid en heeft V nooit uit eigener beweging contact met hem opgenomen naar aanleiding van tegenvallende rendementen. Volgens X heeft V daarom ten onrechte geen rekening gehouden met het klantbelang, daar waar hij dat wel had moeten doen.

Tegenvallend resultaat niet terug te voeren op schending zorgplicht

Volgens de geschillencommissie schoot V niet tekort in de nakoming van zijn zorgplicht jegens X. De Commissie oordeelt dat de klacht van X ongegrond is.

Volgens de Commissie is het tegenvallende beschikbare pensioenkapitaal van X niet terug te voeren op een schending van de zorgplicht van V. Niet V maar de werkgever van X heeft gekozen voor een pensioentoezegging in de vorm van een beschikbare premieregeling. Zo’n regeling kenmerkt zich onder meer door het ontbreken van een gegarandeerd bedrag op de pensioendatum en door fluctuatie in de waarde.

Ook met de stelling van X dat V onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn financiële belangen door hem onvoldoende te informeren en begeleiden bij de gemaakte (beleggings)keuzes voor zijn pensioenopbouw is de Commissie het niet eens. Die stelling vindt volgens de Commissie geen steun in de feiten. X verwijt V ten onrechte dat deze hem onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s van beleggen. Het mag volgens de Commissie als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat aan beleggen risico’s verbonden zijn. Daarbij komt dat V X herhaaldelijk heeft gewezen op het karakter van de regeling, de risico’s, de keuzes die hij daarbij had en de eventuele gevolgen daarvan. Volgens de Commissie was voor X duidelijk dat zijn werkgever had gekozen voor een regeling waarbij door hem geen garantie werd gegeven wat betreft de hoogte van het pensioenkapitaal van X op de einddatum. V heeft daaraan uitvoering gegeven en in dat kader aan X de mogelijkheid geboden om de pensioenopbouw te laten plaatsvinden via een pensioenspaarrekening en/of beleggen. Daarin heeft X in 2001 zijn eigen keuze gemaakt.

X had zelf een adviseur kunnen raadplegen, maar hij heeft daar niet voor gekozen. Voor de gevolgen daarvan kan hij V niet verantwoordelijk stellen, nog los van de vraag of hij andere keuzes zou hebben gemaakt. Daarbij komt dat X al in 2001 bewust heeft gekozen voor (gedeeltelijk) beleggen en hem daarbij duidelijk moest zijn dat er geen garantie was voor wat betreft het resultaat. Hoewel de Commissie er begrip voor heeft dat de hoogte van het pensioenkapitaal op de einddatum van de verzekering en de hoogte van het daarmee aan te kopen pensioen door X als teleurstellend zijn ervaren en hij kennelijk de verwachting had dat V hem daarvoor zou behoeden, rustte op V destijds geen waarschuwingsplicht nu de verzekering al in 2003 premievrij was gemaakt.

De conclusie is dat V niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht jegens X en de klacht van X ongegrond is..

Commentaar

Heel begrijpelijk dat X probeert om het teleurstellende resultaat te willen verhalen. Maar net als in een eerdere uitspraken van de Commissie (zie ons nieuwsbericht van 8 mei 2019) is de pensioenuitvoerder niet verantwoordelijk voor het tegenvallende resultaat, nu de verzekeraar (bijna) alles had goed gedaan. Alleen de communicatie had wat beter gekund volgens de Commissie. Net als in de uitspraak in 2019 geeft de Commissie ook hier aan dat het een feit is van algemene bekendheid dat aan beleggen risico’s verbonden zijn.

In het nieuwe pensioenstelsel kennen we alleen nog maar premieovereenkomsten waarbij de uitkomsten afhankelijk zijn van de beleggingsresultaten en de ontwikkeling van de levensverwachting. Iedere deelnemer krijgt hier dus mee te maken. Reden te meer om te zorgen voor een goede communicatie en informatie richting de deelnemer. Daarbij ligt er met name een belangrijke taak voor de pensioenadviseur. Maar ook de verplichtingen van de pensioenuitvoerder op dit vlak worden aangescherpt. In het inmiddels ter consulatie voorliggende concept wetsvoorstel staat onder meer het volgende; “Bij de uitvoering van een nieuwe premieovereenkomst, een verbeterde premieovereenkomst zonder beleggingsvrijheid in de opbouwfase of een variabele uitkering is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en voert een beleggingsbeleid overeenkomstig artikel 135 (het prudent person beginsel). Bij de uitvoering van dit beleggingsbeleid wordt rekening gehouden met de risicohouding van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden”.

Met teleurgestelde verwachtingen hoeft de pensioenuitvoerder, mits hij zich aan deze zorgplicht houdt, geen rekening te houden.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2020-1079; d.d. 22 december 2020

Dit bericht is aangepast naar de stand van zaken op 8 januari 2021