Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Zwaarwichtig belang kan slechts worden beoordeeld in verhouding met het door de wijziging geraakte belang van de werknemer

Zwaarwichtig belang kan slechts worden beoordeeld in verhouding met het door de wijziging geraakte belang van de werknemer

29 maart 2021

Het bestaan van een zwaarwichtig belang bij de werkgever op grond waarvan hij een eenzijdige wijziging van de pensioenregeling kan doorvoeren, moet niet eerst zelfstandig worden beoordeeld, maar kan slechts worden beoordeeld in verhouding tot het door de wijziging geraakte belang van de werknemer.

Eenzijdige wijziging

X is sinds augustus 2015 in dienst bij Y BV. Hij neemt op grond van zijn arbeidsovereenkomst deel aan de pensioenregeling van Y BV. De pensioenovereenkomst behelst een middelloonregeling met een jaarlijkse pensioenopbouw van 1,875% van de pensioengrondslag. De pensioenverzekeraar zegt de uitvoeringsovereenkomst op tegen 1 januari 2019. Hij stelt gelijktijdig een tweetal alternatieven voor; te weten een aangepaste middelloonregeling en een beschikbare premieregeling. Y BV schakelt een pensioenadviseur in waarbij hij aangeeft bij voorkeur een vorm van middelloonregeling voor de deelnemers te willen handhaven. De pensioenadviseur concludeert na vergelijking van aanbiedingen van vier verschillende pensioenuitvoerders dat het aanbod van de huidige pensioenverzekeraar voor zowel de werkgever als de werknemers als beste uit de vergelijking komt.

Omdat het handhaven van de middelloonregeling leidt tot een kostenstijging van ongeveer 35%, oftewel € 110.000 per jaar, stelt Y BV voor om de helft hiervan voor eigen rekening te nemen en de andere helft te compenseren door de opbouw te verlagen tot 1,63% per dienstjaar. De OR stemt in met de nieuwe uitvoeringsovereenkomst met de pensioenverzekeraar op basis van dit voorstel.

Y BV informeert vervolgens in maart 2019 haar personeel en vraagt de werknemers individueel in te stemmen met de gewijzigde pensioenregeling per 1 januari 2019. X gaat niet akkoord en herhaald overleg tussen X en Y BV brengt hierin geen verandering. Y BV laat vervolgens weten de nieuwe pensioenregeling ook ten aanzien van X te laten gelden. X stapt naar de kantonrechter en vraagt deze voor recht te verklaren dat Y BV de pensioenregeling niet eenzijdig kon wijzigen omdat er geen zwaarwichtig belang was aan de zijde van Y BV.

Zwaarwichtig belang

Een werkgever mag een pensioenovereenkomst eenzijdig wijzigen als de bevoegdheid daartoe schriftelijk in de pensioenovereenkomst is opgenomen en er tevens sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken (artikel 19 Pensioenwet). Artikel 7:613 BW bevat een soortgelijke bepaling voor het wijzigen van de arbeidsovereenkomst. In de arbeidsovereenkomst tussen X en Y BV staat een dergelijke eenzijdig wijzigingsbeding.

De kantonrechter concludeert dat een werkgever dus, ook al heeft hij zich het recht op eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden voorbehouden, daartoe niet in alle gevallen mag overgaan.

Aan de zijde van de werkgever moet sprake zijn van een zwaarwichtig belang, maar ook het belang van de werknemer speelt een rol.

Volgens X moet de werkgever eerst aantonen dat er sprake is van een voldoende zwaarwegend belang. Wanneer en voor zover er een zwaarwegend belang is moet worden getoetst of ongewijzigde toepassing van de geldende arbeidsvoorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. X stelt dat er voor Y BV onvoldoende zwaarwichtig belang is, omdat uit de door Y BV overgelegde stukken niet kan worden geconcludeerd dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt bij handhaving van de oude pensioenregeling met de gestelde extra kosten. Het bedrag van € 110.000 per jaar is volgens X ‘peanuts’ vergeleken met de bedragen die er omgaan in de groep waartoe Y BV behoort.

De kantonrechter volgt het betoog van X niet dat Y BV eerst een zelfstandig zwaarwichtig belang moet aantonen en dat pas als dat zwaarwichtige belang is komen vast te staan een afweging tussen de belangen van beide partijen moet plaatsvinden. Volgens hem moet het zwaarwichtige belang van Y BV worden afgewogen ten opzichte van het belang van X bij handhaving van de oude regeling.

De kantonrechter haalt vervolgens het zogenoemde Fair Play arrest van de Hoge Raad aan. De overwegingen van de Hoge Raad in dit arrest bevestigen volgens de kantonrechter dat het bestaan van een zwaarwichtig belang bij de werkgever slechts kan worden beoordeeld in verhouding tot het door de wijziging geraakte belang van de werknemer en niet eerst zelfstandig moet worden beoordeeld. De kantonrechter concludeert dat, om de afweging tussen de belangen van de werkgever en de werknemer te kunnen maken, partijen zullen moeten stellen wat hun belang is bij wijziging dan wel handhaving van de in geschil zijnde arbeidsvoorwaarde.

Y BV heeft haar belang bij de wijziging van de pensioenregeling gesteld. X deed dat naar het oordeel van de kantonrechter echter niet. Hij betwist slechts de zwaarwegendheid van het door Y BV gestelde belang. Dat is volgens de kantonrechter in het kader van de vereiste belangenafweging niet voldoende omdat een afweging van belangen slechts mogelijk is als alle belangen worden gekend. Zoals de Hoge Raad overwoog in het Fair Play arrest, bepaalt het gewicht van de daar tegenoverstaande belangen van de werknemer mede het gewicht van de belangen van de werkgever. De kantonrechter formuleert vervolgens zelf het belang van X als het door de verlaging van het opbouwpercentage lagere te bereiken ouderdomspensioen dan in het geval als het oude opbouwpercentage wordt gehandhaafd.

Afweging belangen valt uit in het voordeel werkgever

De kantonrechter oordeelt dat Y BV met de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk maakt dat de financiële positie van de groep waartoe Y BV behoort niet bijzonder florissant is. Een zekere extra financiële last van € 550.00 gedurende de looptijd van de nieuwe uitvoeringsovereenkomst (vijf jaar) vormt in deze situatie naar het oordeel van de kantonrechter onmiskenbaar een zwaarwegend belang voor Y BV. Uit de overwegingen van het Fair Play arrest volgt dat het gewicht van de belangen van de werkgever mede wordt bepaald door het gewicht van de daar tegenoverstaande belangen van de werknemer. Volgens de kantonrechter is het zwaarwichtig belang van de werkgever geen zelfstandig te bepalen absoluut gegeven, maar is de waardering of weging ervan mede afhankelijk van het belang dat de werknemer ten gunste van zichzelf aanvoert. Bij de beoordeling neemt de kantonrechter alle omstandigheden van het geval in acht.

Volgens de kantonrechter is de nieuwe pensioenregeling in de kern een ongewijzigde voortzetting van de oude regeling met een relatief beperkte andere uitwerking omdat het opbouwpercentage iets lager is (0,245%) dan voorheen. De kantonrechter oordeelt dat hieruit in algemene zin niet valt af te leiden dat dit tot een substantiële verlaging van de te zijner tijd door X te ontvangen pensioenuitkering leidt.

De kantonrechter is daarom van mening dat Y BV met hetgeen zij aanvoert en de door haar daarbij gegeven onderbouwing in voldoende een zodanig zwaarwegend belang bij de door haar voorgestane wijziging van de pensioenregeling aannemelijk maakt dat het niet nader geconcretiseerde of onderbouwde belang van X bij handhaving van de oude pensioenregeling daarvoor op gronden van redelijk en billijkheid moet wijken. Daarbij is volgens de kantonrechter tevens van belang dat Y BV de procedure met betrekking tot de wijziging van de pensioenregeling op zorgvuldige wijze vorm gaf, de OR daarmee na deugdelijk onderzoek ingestemde en Y BV onweersproken heeft gesteld dat de nieuwe regeling volledig op losse schroeven komt te staan als niet het volledige personeel daaraan deelneemt. Dit alles leidt ertoe dat de kantonrechter de vorderingen van X afwijst.

Commentaar

Als de woorden ‘redelijkheid en billijkheid’ voorkomen in een wetsbepaling, volgt daar per definitie uit dat er sprake is van een belangenafweging. Bij een eenzijdige wijziging door de werkgever moet sprake zijn van een zwaarwegend belang bij de werkgever dat zodanig is dat de belangen van de werknemers die hierdoor worden geschaad in redelijkheid en billijkheid moeten wijken. Volgens X was er geen zwaarwegend belang voor de werkgever omdat de extra kosten in relatie tot de totale bedrijfslasten niet zodanig waren dat de continuïteit van Y BV in gevaar kwam. En als er geen zwaarwegend belang is, kom je aan de vraag of het redelijk en billijk is dat belangen van werknemers worden geschaad niet toe. In de literatuur heet dit ‘de absolute benadering’. X schoot zich hiermee echter in zijn eigen voet, want de Hoge Raad volgde inmiddels in het Fair Play arrest de zogenoemde ‘relatieve benadering’. Dat betekent dat de zwaarte van het belang van de werkgever wordt getoetst aan de hand van de zwaarte van de belangen van de werknemer. X gaf echter in de procedure niet aan hoe zwaar hij in zijn belangen werd geschaad. Daarom nam de kantonrechter als maatstaf de achteruitgang in zijn pensioenresultaat. Die was volgens de kantonrechter niet substantieel, terwijl de extra kosten voor Y BV dat wel waren. Daarom moet op grond van deze relatieve benadering het belang van X wijken voor het belang van Y BV.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 16 maart 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:806

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 25 maart 2021.