Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Zweedse bronheffing voor buitenlandse pensioenfondsen niet in strijd met EU-recht

16 juni 2016

Zweden behandelt binnenlandse pensioenfondsen bij de belastingheffing op uitgekeerde dividenden anders dan buitenlandse pensioenfondsen. Het Hof van Justitie EU oordeelt dat dit niet in strijd is met het EU-recht. Het is wel in strijd met het EU-recht dat buitenlandse pensioenfondsen hun kosten niet in aftrek kunnen brengen.

Zweedse belastingheffing van pensioenfondsen

In Zweden bepaalt het land van vestiging van een pensioenfonds de manier waarop Zweden belasting heft over beleggingsrendementen. Binnenlandse fondsen betalen belasting over een fictief rendement. De berekening gaat als volgt. De heffingsgrondslag bestaat uit de waarde van alle activa aan het begin van het belastingjaar verminderd met de schulden op die datum. Vervolgens vermenigvuldig je dat nettobedrag met het gemiddelde rendement op staatsobligaties in het voorgaande kalenderjaar. Het resultaat daarvan is een fictief rendement dat Zweden belast tegen 15%.

Bij buitenlandse pensioenfondsen houdt de Zweedse Belastingdienst 30% bronheffing in van de dividenden die een Zweedse vennootschap uitkeert aan buitenlandse pensioenfondsen. Op basis van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting kan dit tarief lager uitpakken. Volgens het Verdrag tussen Zweden en Nederland bedraagt het tarief 15%.

Procedure door Pensioenfonds Metaal en Techniek

Het Nederlandse Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) ontvangt Zweedse dividenden. Hierop houdt de Zweedse belastingdienst 15% dividendbelasting in tussen 2002 en 2006. Dit vertegenwoordigt een bedrag van ongeveer € 2,3 miljoen. PMT verzoekt om teruggaaf van dividendbelasting, omdat zij op dezelfde wijze als Zweedse pensioenfondsen behandeld wil worden. De Zweedse rechter stelde een prejudiciële vraag in deze zaak.

Uitspraak Hof van Justitie EU

Het Hof van Justitie EU (het Hof) oordeelt dat het verschil in behandeling door Zweden, bij de belastingheffing op aan pensioenfondsen uitgekeerde dividenden, niet in strijd is met het vrij verkeer van kapitaal. Zweden mag volgens het Hof een bronbelasting heffen over dividenden die door een Zweedse vennootschap worden uitgekeerd aan een niet-ingezeten pensioenfonds. En wanneer de dividenden worden uitgekeerd aan een Zweeds pensioenfonds mag Zweden een belasting heffen over het fictief rendement.

De twee belastingstelsels verschillen met name op de berekeningswijze van de heffingsgrondslag en de wijze van de belastinginning. Het nominale belastingtarief is bij beide stelsels hetzelfde. Het verschil in belastingdruk kan buitenlandse pensioenfondsen ontmoedigen om in Zweden te investeren. Volgens het Hof vormt het dus een in beginsel verboden beperking van het vrije kapitaalverkeer. Lidstaten hebben echter het recht om onderscheid in hun belastingwetgeving te maken tussen belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren met betrekking tot hun vestigingsplaats of de plaats waar hun kapitaal is belegd. Deze bepaling, waarmee wordt afgeweken van het fundamentele beginsel van het vrije kapitaalverkeer, moet eng worden uitgelegd. Volgens de rechtspraak van het Hof is een belastingregeling verenigbaar met de Verdragsbepalingen voor het vrije kapitaalverkeer wanneer het verschil in behandeling betrekking heeft op situaties die niet objectief vergelijkbaar zijn of wordt gerechtvaardigd door een dwingend vereiste van algemeen belang.

Het Hof beoordeelt in hoeverre binnenlandse en buitenlandse pensioenfondsen zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Zij constateert dat Zweden bevoegd is om al het inkomen van binnenlandse pensioenfondsen te belasten. Maar dat zij dat niet kan van buitenlandse pensioenfondsen. Zweden kan wel de inkomsten belasten die afkomstig zijn van activa die zich in Zweden bevinden. Het doel van de Zweedse wetgeving (heffen van belasting over alle activa van pensioenfondsen) kan niet bereikt worden bij buitenlandse pensioenfondsen. Het Hof oordeelt dan ook dat een buitenlands pensioenfonds zich niet in een situatie bevindt die vergelijkbaar is met die van een binnenlands pensioenfonds. Dat is de rechtvaardiging voor de twee verschillende vormen van belastingheffing voor binnenlandse en buitenlandse pensioenfondsen.

Het Hof merkt echter nog wel op dat het in strijd met het EU-recht is dat buitenlandse pensioenfondsen eventuele beroepskosten, die rechtstreeks verband houden met de ontvangst van de dividenden, niet in aanmerking kunnen nemen terwijl die kosten volgens de methode voor de berekening van de heffingsgrondslag van binnenlandse pensioenfondsen wel in aanmerking worden genomen. De Zweedse rechter gaat hier nog een uitspraak over doen.

Commentaar

Volgens de hoofdregel zijn alle beperkingen van het vrije kapitaalverkeer binnen de EU verboden maar daar is een aantal uitzonderingen op. Het Hof accepteerde de bronheffing van dividenden in de procedure van PMT tegen Zweden omdat binnenlandse en buitenlandse pensioenfondsen in deze specifieke situatie niet vergelijkbaar zijn. Het is lastig om bredere werking aan dit arrest te geven omdat de situatie erg specifiek is.

Overigens wel interessant om te constateren dat de berekeningsmethode van de te betalen belasting voor Zweedse binnenlandse pensioenfondsen erg lijkt op onze berekening van de Nederlandse box 3-heffing. Groot verschil is dat Zweden niet werkt met een fictief rendement van 4% maar uitgaat van gemiddelde rendement op staatsobligaties in het voorgaande kalenderjaar.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: HvJ, 2 juni 2016, C‑252/14, ECLI:EU:C:2016:402

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 juni 2016.