Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Praktijkvraag – Duur ODV-uitkering?

Vraag

Een relatie van mij heeft pensioenaanspraken in eigen beheer. Dit pensioen is in 2013 op zijn 65-jarige leeftijd ingegaan. Tevens heeft deze relatie een bancaire tijdelijke oudedagslijfrente die vanaf zijn 65- tot 75-jarige leeftijd jaarlijks € 21.312 uitkeert.

Ik heb de relatie geadviseerd het pensioen in eigen beheer om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV). De relatie volgt dit advies op maar wil de uitkering in zo kort mogelijk tijd ontvangen. Wat zijn de mogelijkheden?

Antwoord

Voor zover de ODV niet is gebruikt voor aankoop van een lijfrente moet de BV deze binnen een periode van twee maanden na de AOW-ingangsdatum uitkeren in termijnen. De duur van de uitkering in termijnen beloopt in beginsel 20 jaar. Maar als de DGA het pensioen  later dan de AOW-ingangsdatum omzet in een ODV, wordt de duur gekort met de jaren die liggen tussen  de AOW-ingangsdatum en de aanvang van de ODV-uitkeringen. In dit geval ging de AOW-uitkering in 2013 (65-jarige leeftijd) in. In 2017 zetten partijen het pensioen in eigen beheer om in een ODV. Dat houdt in dat de periode van 20 jaar wordt gekort met vier jaar. De BV keert de ODV dus uit gedurende 16 jaar, waarbij de eerste uitkering gelijk is aan de waarde van de OVD gedeeld door 16.

 De DGA mag de ODV ook omzetten in een lijfrente. Dit moet hij direct doen na de omzetting van het pensioen en de lijfrente moet direct ingaan. De lijfrente die de BV aankoopt voor de DGA volgt de regelgeving van artikel 3.125 (lijfrente verzekering) of 3.126a (bancair lijfrente) van de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Op grond van  deze regelgeving kan de belastingplichtige een  tijdelijke oudedagslijfrente of een levenslange oudedagslijfrente kopen. De tijdelijke oudedagslijfrente heeft  een duur van ten minste vijf jaar en de jaarlijkse lijfrente-uitkering mag  niet uitkomen boven € 21.312. De levenslange (bancaire) oudedagslijfrente heeft een duur van ten minste 20 jaar. In dit geval heeft de belastingplichtige al een tijdelijke lijfrente en moet de ODV aangewend worden voor een oudedagslijfrente van 20 jaar. Hij krijgt in dit geval geen korting in verband met het reeds ingegaan pensioen in eigen beheer.