Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Praktijkvraag – Knip bij combiregeling

Vraag

Een relatie van mij heeft een zogenoemde combinatieregeling. De opbouw van ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden na pensioendatum vindt plaats in een beschikbare premieregeling. Het partnerpensioen ingaande bij overlijden van de deelnemer vóór de pensioendatum is op eindloonbasis. Voor de hele regeling wordt de middelloonfranchise van € 13.344 gehanteerd. Dat is toegestaan op basis van een besluit van de staatssecretaris mits  bij de bepaling van het partnerpensioen geen knip wordt toegepast. Geldt dit ook voor werknemers die in het verleden een hoger salaris hadden dan € 100.000?

Antwoord

Ja.

In het besluit van 24 november 2017 (nr. 2017 126948) keurt de staatssecretaris goed dat in de zogenaamde combiregeling de middelloonfranchise (€ 13.344 voor 2018) mag worden gehanteerd voor het op eindloon bepaalde partnerpensioen. Daarvoor stelt de staatssecretaris de voorwaarde dat bij de bepaling van het risicopartnerpensioen niet mag worden uitgegaan van de zogenaamde knip. Dit betekent dat voor de berekening van het partnerpensioen het huidige fiscale kader moet worden toegepast. Dat houdt ook in dat voor de gehele diensttijd (dus ook de diensttijd voordat die aftopping in de wet kwam) moet worden uitgegaan van het afgetopte salaris.

Dit is te voorkomen door het partnerpensioen dat ingaat bij overlijden vóór de pensioendatum te bepalen op basis van middelloon. Dan mag de middelloonfranchise worden toegepast voor de hele pensioenregeling. Daar en boven mag, volgens de goedkeuring van de staatssecretaris in het besluit van 24 november 2017, bij de bepaling van dit partnerpensioen ook worden uitgegaan van het fiscale kader zoals dit gold in desbetreffende dienstjaren. Met andere woorden: wanneer het partnerpensioen is toegezegd op basis van middelloon mag voor de bepaling van dat partnerpensioen over de jaren waarin de aftoppingsgrens nog niet gold worden uitgegaan van het niet afgetopte salaris.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 26 januari 2018.