Overslaan en naar de inhoud gaan
Weten wat Aegon met uw informatie doet? Bekijk ons nieuwe Privacy Statement.
Ok

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Praktijkvraag – omzetting middelloon in beschikbare premie

Vraag

Werkgever W heeft een middelloonregeling. Hij overlegt met zijn werknemers om deze regeling om te zetten in een beschikbare premieregeling. W en zijn werknemers kunnen niet uit de voeten met de 3%-staffel. Althans de premies van deze staffel zijn niet hoog genoeg. W vraagt of er nog andere mogelijkheden zijn.

Antwoord

Fiscaal is er inderdaad nog een andere mogelijkheid. Het staffelbesluit van 17 december 2014 biedt in bijlage V de mogelijkheid de beschikbare premie te baseren op de kostprijs van een middelloonpensioen.

W en zijn werknemers streven naar een pensioen dat binnen de fiscaal maximale grenzen van een middelloonstelsel blijft. De jaarlijkse premie die hiervoor wordt vastgesteld, is gebaseerd op de kostprijs van de middelloonregeling die de (pensioen)verzekeraar zou kunnen uitvoeren.

Aan de premieregeling die is afgeleid van de kostprijs van een middelloonregeling worden - in bijlage V van het staffelbesluit - de volgende eisen gesteld:

  • a. Het betreft een premieovereenkomst in de zin van de artikel 10 van de PW op basis van de kostprijs van een fiscaal maximaal nominaal middelloonpensioen.
  • b. De jaarlijks in te leggen beschikbare premie is ten hoogste gelijk aan de op basis van de berekeningsgrondslagen van de pensioenverzekeraar of het pensioenfonds vast te stellen kostprijs van een nominaal middelloonpensioen (dus zonder rekening te houden met indexatie) binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB. Wijziging van deze kostprijs moet derhalve tot aanpassing van de beschikbare premie leiden.
  • c. Een met de ingelegde premies behaald overrendement kan alleen worden aangewend voor een fiscaal maximaal toegestane indexatie van het pensioen.
  • d. In de pensioenregeling is opgenomen dat het pensioen inclusief de toegekende indexatie zowel per jaar als in totaal niet uitgaat boven een middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB.

De pensioentoezegging moet twee begrenzingen hebben, waarbij de deelnemer recht heeft op de laagste van de twee. Deze twee begrenzingen zijn:

1. ten hoogste een pensioentoezegging passend binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB;

2. of indien dit lager is, de pensioenuitkering die men kan aankopen uit de waarde van de beleggingen.

De pensioenuitvoerder moet dit toetsen bij bepaalde gebeurtenissen.

  • e. Een restuitkering, in welke vorm dan ook, vervalt aan de verzekeraar

 

Een beschikbare premieregeling op basis van de kostprijs van een fiscaal maximaal middelloonpensioen is maatwerk. Niet elke pensioenuitvoerder kan of wil zo’n beschikbare premieregeling uitvoeren. Daarmee moet W rekening houden wanneer hij met zijn werknemers een dergelijke beschikbare premieregeling overeenkomt.

Een PPI kan zo’n regeling niet uitvoeren. Zij voldoet niet aan voorwaarde b uit bijlage V. Uit die voorwaarde volgt namelijk dat de uitvoerder ook gekwalificeerd moet zijn om een middelloonregeling uit te voeren. De kostprijs van deze uit te voeren (fictieve) middelloonregeling is immers bepalend voor de berekening van de beschikbare premie. Dit heeft tot gevolg dat een PPI voor deze afwijkende premieovereenkomst niet als (pensioen)verzekeraar kan optreden.