Overslaan en naar de inhoud gaan
Weten wat Aegon met uw informatie doet? Bekijk ons nieuwe Privacy Statement.
Ok

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Praktijkvraag – pensioenverevening bij scheiding

Vraag

Na 15 jaren samenwonen ben ik in 2010 getrouwd met mijn partner. Onlangs hebben wij besloten te gaan scheiden. Mijn partner bouwde pensioen op gedurende de hele periode dat wij samenwoonden en gehuwd waren. Dat pensioen wordt verdeeld. Waarop heb ik recht?

Antwoord

De Wet vervening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) regelt de verdeling van het ouderdomspensioen bij scheiding. Volgens deze wet heeft u in ieder geval recht op de helft van het pensioen dat is opgebouwd in de periode dat u gehuwd was. Ook wanneer er sprake zou zijn van geregistreerd partnerschap heeft u recht op de helft van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens de  periode van geregistreerd partnerschap. Ik ga er echter vanuit dat u ongehuwd samenwoonde zonder dat er sprake was van een geregistreerd partnerschap.

Wanneer uw partner ook partnerpensioen heeft opgebouwd, dan heeft u niet alleen recht op het partnerpensioen dat is opgebouwd tijdens uw huwelijkse periode, maar ook op partnerpensioen dat is opgebouwd tijdens uw samenlevingsperiode. Het partnerpensioen moet dan wel waarde hebben.

Of u ook recht heeft op een deel van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens de periode van samenwonen door uw partner, hangt af van de afspraken die u daarover heeft gemaakt met uw partner. Doorgaans zijn dergelijke afspraken opgenomen in het samenlevingscontract.

Als er geen afspraken over pensioendeling (in het samenlevingscontract) zijn gemaakt, dan heeft u in beginsel geen recht op deling van het tijdens die periode opgebouwde ouderdomspensioen.

De Wvps biedt echter de mogelijkheid om de wettelijke regels ook van toepassing te doen zijn op het pensioen dat is opgebouwd in de vóórhuwelijkse periode van samenwonen. Een dergelijke afspraak kan zijn vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden. Maar als dat niet het geval is, dan kunt u dat alsnog overeenkomen en vastleggen in het echtscheidingsconvenant.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 4 december 2017.