Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Praktijkvraag – Toetsing aan kostprijsstaffel leeftijdsdiscriminatie

Vraag

Op 1 januari 2018 gaat de fiscale pensioenrichtleeftijd omhoog van 67 naar 68 jaar. Voor beschikbare premieregelingen gaan nieuwe maximale fiscale staffels gelden. Om te bepalen of bestaande beschikbare premieregelingen met  een 3% of 4%-staffel en een pensioenrichtleeftijd van 67 ongewijzigd kunnen worden voortgezet, zonder dat daardoor sprake is van fiscale bovenmatigheid, toetst Aegon deze regelingen aan de zogenoemde kostprijsstaffel. Ik hoor van een aantal adviseurs dat dit leidt dit tot leeftijdsdiscriminatie. Is dat zo?

Antwoord

Nee, dat is niet het geval. Voor de vraag of er sprake is van leeftijdsonderscheid moeten we kijken naar de civiel juridische pensioenovereenkomst. En zowel voor beschikbare premieregeling op basis van een 4%-staffel, als op basis van een 3%-staffel, als op basis van een (evenredig verlaagde) kostprijs voor een middelloonregeling is het pensioenresultaat op de pensioendatum voor alle deelnemers gelijk en is er dus geen sprake van leeftijdsonderscheid. Dat is nu zo en verandert niet omdat de fiscale pensioenrichtleeftijd en daarmee de fiscaal maximale beschikbare premiepercentages wijzigen.

Het lijkt erop dat deze adviseurs hun standpunt met name baseren op de voorwaarde genoemd onder c van Bijlage V bij het meest recente staffelbesluit (20 januari 2017, nr. 2017-7168). Daarin staat: “Een met de ingelegde premies behaald overrendement kan alleen worden aangewend voor een fiscaal maximaal toegestane indexatie van het pensioen.” De adviseurs lijken daaraan de conclusie te verbinden dat  -doordat Aegon de bestaande regelingen met een 3- of 4% staffel toetst aan de kostprijsstaffel - ook de pensioenovereenkomst wijzigt. En dat het nominaal op te bouwen pensioen gebaseerd moet zijn op marktrente en niet op 3% of 4% rekenrente. Dit is een verkeerde interpretatie van het besluit.

Het begrip “overrendement” in onderdeel c van Bijlage V mag, om te voldoen aan de voorwaarden van bijlage V van het besluit worden ingevuld met de in het tarief gehanteerde rekenrente en hoeft niet per definitie ingevuld te worden aan de hand van de marktrente. De strekking van deze bepaling is, dat het pensioenresultaat nooit meer kan zijn dan een middelloonresultaat met fiscaal maximale indexering. Als er te veel kapitaal is, moet het meerdere terug naar de werkgever of de uitvoerder. Dat is ook bij een 3%-staffel het geval en verandert niet doordat Aegon toetst aan de kostprijsstaffel. Deze zienswijze bevestigde Ben Schuurman van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst Aegon.

Door de overrente te baseren op de gehanteerde tariefrente en niet op de marktrente handelt een pensioenuitvoerder niet in strijd met de voorwaarden van bijlage V en, zoals hiervoor aangegeven, is er dan ook geen sprake van leeftijdsdiscriminatie.

 

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 20 oktober 2017