Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Praktijkvraag – Uiterste aankoopmoment lijfrente

Vraag

Een relatie van mij heeft een bancaire lijfrente. Zij is geboren op 26 mei 1946. Op 4 april kreeg zij een brief van de bank dat  zij te laat is met het aankopen van een lijfrente voor haar lijfrentekapitaal. De bank meldt in die brief dat zij op 1 mei 2018 de afkoopwaarde van de lijfrente - na inhouding van loonheffing - aan mijn relatie gaat uitkeren. Mevrouw wil liever nog een lijfrente aankopen. Heeft zij mogelijkheden om de afkoop te voorkomen?

Antwoord

De uiterste ingangsdatum van een lijfrente is volgens de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 (Wet IB) het kalenderjaar waarin de rekeninghouder de leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan zijn AOW-leeftijd. Volgens de Wet IB moet op de contractuele einddatum van het lijfrente contract een lijfrente worden aangekocht. Voor de aankoop van de lijfrente geldt de zogenaamde wettelijke termijn (artikel 3.133, derde lid Wet IB). Deze termijn loopt tot 31 december van het jaar volgend op de expiratiedatum bij expiratie van een lijfrentekapitaal. Als het lijfrentekapitaal expireert en de rekeninghouder is overleden, is deze termijn langer.

Uw relatie heeft haar AOW-leeftijd bereikt op 26 mei 2011 (65 jaar). Dat houdt in dat haar lijfrente uiterlijk had moeten ingaan op 31 december 2016. Uw relatie kan in haar situatie de uiterste ingangsdatum mogelijk oprekken door toepassing van de redelijke termijn. De staatssecretaris heeft dit bepaald in het Verzamelbesluit lijfrente van 13 juni 2012, Nr. BLKB2012/283, onderdeel 4.6.2.

In de situatie van uw relatie loopt de redelijke termijn af op 31 december 2017. De Wet IB (artikel 3. 133, derde lid) geeft de mogelijkheid om de redelijke termijn te verlengen wanneer de belastingplichtige kan aantonen dat hij door bijzondere omstandigheden geen lijfrente kon aankopen. De belastingplichtige moet aan de inspecteur vragen of in zijn geval door bijzondere omstandigheden de redelijke termijn kan worden verlengd.

De enige mogelijkheid die uw cliënt heeft om te voorkomen dat afkoop plaatsvindt per 1 mei 2018 is dat zij een verzoek doet om verlenging van de redelijke termijn. Er moet dan wel sprake zijn van bijzondere omstandigheden waarom er geen lijfrente is aangekocht. Tevens moet de bank meewerken aan de opschorting van de afkoop. Zij zijn immers inhoudingsplichtig voor de loonheffing op het moment dat de lijfrente niet wordt uitgevoerd volgens de voorwaarden. Overschrijding van de uiterste termijn hoort daarbij.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 23 april 2018