Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Praktijkvraag - Bijsparen in andere premie-staffel dan de basisregeling

Vraag

Een klant van mij heeft een beschikbare premieregeling toegezegd aan zijn werknemers. De beschikbare premie in deze regeling is gelijk aan de premies van staffel 2 van bijlage I van het Staffelbesluit van 23 november 2017 (4%-staffel). De werkgever wil in de pensioenregeling opnemen, dat zijn werknemers zelf kunnen bijsparen tot het niveau van de 3%-staffel conform bijlage IV van het Staffelbesluit.

Kan dat? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Antwoord

Ja dat kan. Uw relatie moet zich wel realiseren dat voor de werknemers die bijsparen op het niveau van bijlage IV voorwaarden gaan gelden die zij eerder (met bijlage I) niet hadden.

Het pensioen van de deelnemers die bijsparen moet de pensioenuitvoerder toetsen aan de voorwaarden van bijlage IV van het staffelbesluit. Dat geldt voor zowel de basisregeling als het bijsparen. De pensioenregeling moet zodanig worden gewijzigd dat de kapitaalopbouw bij bepaalde events kan worden getoetst aan een middelloon- of eindloon aanspraak. Wanneer de kapitaalopbouw hoger is dan het niveau van een middelloon- of eindloonaanspraak komt het surplus toe aan de werkgever, de overige pensioendeelnemers of de pensioenuitvoerder. Het is maar de vraag of de pensioenuitvoerder onderscheid kan en wil maken in de regeling en de eventtoetsing tussen deelnemers die bijsparen en deelnemers die dat niet doen.

Deze wijziging in de pensioenregeling kan alleen wanneer de werknemers instemmen. Zij moeten zich realiseren dat door deze wijziging een eventueel beleggingsoverschot niet aan henzelf toekomt. Tot slot moet uw relatie niet vergeten om de ondernemingsraad in dit wijzigingstraject te betrekken. De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht bij het wijzigen van de regeling.

En uiteraard moet de pensioenuitvoerder een dergelijke regeling kunnen administreren.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 10 april 2018.