Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Praktijkvraag – Box 3 heffing

Vraag

Ik ben vrijgezel, heb € 50.000 spaargeld en een tweede woning met een WOZ-waarde van € 200.000. Daarnaast heb ik in het jaar 2000 een box 3 levensverzekering gesloten met een waarde van € 100.000.

Ik las in de krant dat door de nieuwe box 3 heffing ongeveer 1,8 miljoen mensen straks geen belasting meer betalen over hun spaargeld in box 3, of minder gaan betalen dan zij nu doen. Ik vraag mij af of dat ook voor mij geldt.

Antwoord

Neen. Als de plannen doorgaan zoals door de staatssecretaris zijn gepubliceerd, dan gaat u meer vermogensrendementsheffing betalen. Dit komt doordat de verhouding van uw spaargeld tot uw totale vermogen klein is. Wanneer uw vermogen uitsluitend zou bestaan uit spaargeld, zou u in de nieuwe situatie geen vermogensrendementsheffing verschuldigd zijn.

Toelichting

In het navolgende hebben wij de door u te betalen box 3 heffing uitgewerkt volgens de huidige systematiek en de systematiek zoals de staatssecretaris van Financiën deze in september 2019 publiceerde.

Box 3 heffing nu

Uw totale vermogen per 1/1: 350.000

Heffingsvrij vermogen box 3: 30.360

Grondslag sparen en beleggen: 319.640

De overheid gaat ervan uit dat belastingplichtigen meer rendement op vermogen behalen naarmate zij meer vermogen hebben. Ook gaat de overheid ervan uit dat bij een hoger vermogen meer wordt belegd dan gespaard op een spaarrekening. Dit pakt voor u als volgt uit, uitgaande van de cijfers 2019: .

De schijven en het berekende fictief rendement over uw vermogen (2019) zijn:

schijf

Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen

Fictief rendement

Bedrag fictief rendement in uw situatie

1

t/m € 71.650

1,935%

€ 1.386

2

€ 71.651 – € 989.736

4,451%

€11.038

3

Vanaf € 989.737

5,6%

 

Over het berekende fictieve rendement betaalt u 30% inkomstenbelasting

⇒ U betaalt in 2019 30% van € 1.386 + €11.038 = € 3.727 inkomstenbelasting.

Box 3 heffing volgens de plannen

In het nieuwe wijzigt het volgende ten opzichte van de huidige systematiek:

  1. De vermogensvrijstelling (€30.360 in 2019) wordt een drempel Als het vermogen hoger is dan de drempel wordt het hele vermogen belast. Fiscale partners hebben is de drempel 2x €30.360.
  2. De werkelijke verhouding spaargeld en beleggingen bepaalt het fictieve rendement. Het fictieve rendement op sparen gaat omlaag naar 0,09% (nu nog 0,13%) en het fictieve rendement op beleggen wordt 5,33% (nu nog 5,60%). Voor u betekent dit dat het fictief rendement op uw spaargeld van € 50.000 = € 45 bedraagt. Over de waarde van uw tweede woning en de box-3 levensverzekering is het fictief rendement 5,33%, ofwel € 15.990. In totaal € 16.035. Wanneer u schulden zou hebben, zou 3,03% van die schulden in mindering komen op het fictieve rendement op uw spaargeld en beleggingen.
  3. Er komt een vrijstelling op inkomen uit vermogen. In plaats van een vrijstelling op vermogen (zoals nu) komt er een vrijstelling op inkomen uit vermogen van circa € 400.
  4. De belasting op het fictieve rendement gaat omhoog naar circa 33%.

==> In de nieuwe situatie bedraagt voor u de box 3 heffing: € 16.035 -/-€ 400 x 33% = € 5.159.

Box 3 heffing volgens de nieuwe plannen wanneer uw vermogen volledig uit spaargeld bestaat

De box 3 heffing is dan nihil, te weten:€ 350.000 x 0.09% = € 315 -/- € 400 = nihil.

Bronnen: nieuwsbericht ministerie van Financiën 6 september 2019

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 7 oktober 2019