Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Praktijkvraag - Ontslagstamrecht in eigen beheer en scheiding

Vraag

Een klant van mij heeft een Stamrecht BV waar een mooie (oud-fiscaal) Gouden Handdruk bedrag staat te renderen. Wat zijn de spelregels t.a.v. dit bedrag bij echtscheiding? Oftewel zijn hier dezelfde regels van toepassing van opgebouwde pensioenrechten.

Antwoord

Nee, dat is niet het geval.

Voor pensioen en scheiding geld de Wet pensioenverevening bij scheiding (Wvps). Daarbij is het huwelijksgoederen regime niet van belang. Op basis van deze wet geldt een standaard een 50-50 verevening van het tijdens de huwelijksperiode opgebouwde pensioen. Onder voorwaarden kunnen (ex) echtelieden hiervan afwijken. Zie bijvoorbeeld ons nieuwsbericht daarover van 23 oktober 2017. De Wvps geldt zowel voor het ouderdomspensioen van de DGA als voor het bijzonder  partnerpensioen.

Bij de verdeling van de ontslagvergoeding bij scheiding speelt het huwelijksgoederenregime wel een rol. Met name speelt een rol of de ontslagvergoeding tot het gemeenschappelijk vermogen behoort of verknocht is. Behoort de ontslagvergoeding niet tot het gemeenschappelijk vermogen, dan hoeft deze ook niet te worden verdeeld.

Over de vraag in hoeverre een ontslagstamrecht gemeenschappelijk vermogen is regelmatig geprocedeerd. Zie bijvoorbeeld ons nieuwsbericht van juni 2016 waarin de Hoge Raad zich moest uitspreken over de vraag of een gouden handdrukstamrecht in een stamrecht-BV gemeenschappelijk vermogen is. De Hoge Raad gaf hierbij aan dat men volgens jurisprudentie onderscheid moet maken tussen aanspraken die zien op de periode vóór en ná ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Daarbij maakt het niet uit of het stamrecht is bedongen van een stamrecht-BV of van een verzekeraar. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat de ontslagaanspraken die zien op de periode na ontbinding van de huwelijksgemeenschap niet vallen in de gemeenschap. Zij zijn immers te vergelijken met de aanspraak op loon voor nog te verrichten arbeid bij voorzetting van de dienstbetrekking. Volgens de Hoge Raad bestaat er geen aanleiding om een aanspraak op stamrecht bij een stamrecht BV anders te beoordelen dan een stamrechtverzekering.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 6 november 2017