Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Praktijkvraag - Premiesplitsing bij beperkte gemeenschap van goederen

Vraag

Een samenwonend stel (Pieter en Fred) heeft een overlijdensrisicoverzekering op twee levens met premiesplitsing. Het stel gaat binnenkort trouwen zonder huwelijkse voorwaarden. Pieter en Fred willen weten of premiesplitsing dan nog steeds een besparing van erfbelasting oplevert.

Antwoord

Er vanuit gaande dat Pieter en Fred geen samenlevingscontract hebben met een bepaling dat de premies voor risicoverzekeringen gezamenlijk gedragen worden of iets van die strekking, verandert het huwelijk van Pieter en Fred hoogst waarschijnlijk niets in de besparing erfbelasting. Pieter en Fred doen er goed aan om - voorlopig - goed te administreren uit wiens vermogen zij hun premiedelen betalen.

Door artikel 13 van de Successiewet zijn uitkeringen uit een overlijdensrisicoverzekering belast met erfbelasting voor zover er voor deze uitkering iets is onttrokken uit het vermogen van de erflater (de overleden verzekerde). Als er gescheiden vermogens zijn, dan is het mogelijk om de verzekeringsuitkering vrij van erfbelasting te ontvangen door premiesplitsing.

De staatssecretaris van Financiën geeft in het premiesplitsingsbesluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/873M aan dat bij premiesplitsing ter voorkoming van het betalen van erfbelasting het van essentieel belang is dat duidelijk is wie de premies verschuldigd is. Wie de premie verschuldigd is, blijkt uit de polis. Het gaat hier dus om een juiste polis redactie.

Bij de risicoverzekering op twee levens (waarvan sprake is bij Pieter en Fred) legt de verzekeraar de omvang van de premie die ieder verschuldigd is vast in de polis. Wanneer Pieter en Fred geen samenlevingscontract hebben met een bepaling dat de premies voor risicoverzekeringen gezamenlijk gedragen worden of iets van die strekking, zijn Pieter en Fred hun deel van de premie zelf verschuldigd. Bij overlijden van Pieter of Fred vóórdat zij trouwen, is er dus niks onttrokken aan het vermogen van de overleden.

Vanaf 1 januari 2018 geldt de Wet Beperkte gemeenschap van goederen. Wanneer Pieter en Fred gaan trouwen geldt voor hen vanaf dat moment een beperkte gemeenschap van goederen.

Met betrekking tot de beperkte gemeenschap van goederen schrijft het beleidsbesluit: Bij een beperkte gemeenschap van goederen zal aan de hand van de huwelijksvoorwaarden vastgesteld moeten worden of de premie ten laste is gekomen van het gemeenschappelijke vermogen of ten laste van het privévermogen van de echtgenoot van de erflater.

Aangezien het de bedoeling van het nieuwe huwelijksvermogensrecht is dat er geen huwelijksvoorwaarden zullen worden gesloten, ligt het voor de hand dat in die situatie ook wordt uitgegaan van de verschuldigdheid. Zolang er echter nog geen nieuw beleidsbesluit is dat deze aanname bevestigt, is het voor Pieter en Fred belangrijk dat zij een goede administratie hebben van de door ieder betaalde premies.

 

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 31 mei 2018 (aangepast op 20 juni 2018)