Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Praktijkvraag: regeling zware beroepen en pensioen?

Vraag

In het Principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel is een regeling overeengekomen die het mogelijk moet maken dat mensen met een zwaar beroep eerder met pensioen kunnen gaan. Wat houdt deze regeling concreet in?

Antwoord

Evenals de AOW-leeftijd is de pensioenrichtleeftijd voor tweedepijlerpensioen afhankelijk van de levensverwachting. Daardoor schuift de pensioenleeftijd voor werknemers steeds verder op. De pensioenrichtleeftijd ligt nu al op de 68-jarige leeftijd. Als een werkgever zijn werknemers eerder met pensioen wil laten gaan en hij hiervoor een vergoeding (aanvulling op het pensioen van deze werknemers) betaalt, is hij over deze vergoeding extra belasting verschuldigd. Deze  extra belasting (RVU-heffing genaamd) bedraagt 52% voor de werkgever. Over de uitkeringen moet de werknemer gewoon loonheffing betalen. De RVU-heffing belet werkgevers om werknemers te compenseren voor het eerder met pensioen gaan. In het Principeakkoord is een regeling opgenomen waardoor in bepaalde situaties de RVU-heffing achterwege blijft. Werkgevers mogen bij vervroegd pensioen dat ingaat op maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd een uitkering aanbieden. Voor (bruto) uitkeringen tot ongeveer € 19.000 euro per jaar hoeft de werkgever geen RVU-heffing te betalen. Maar een dergelijke regeling kost natuurlijk wel geld. Hoe en door wie deze wordt gefinancierd zullen werkgevers en werknemer samen overeen moeten komen. Het Principeakkoord voorziet niet in een gratis dekking voor dergelijke voorzieningen.

Als het Principeakkoord doorgaat, dan geldt deze regeling van 2021 tot en met 2026. Werkgevers moeten dus zelf bepalen of zij een extra voorziening op een eerder ingaand pensioen treffen en voor welke werknemers deze regeling dan geldt.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 13 juni 2019

Pensioenakkoord zware beroepen