Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Praktijkvraag - voortzetting pensioenopbouw na ontslag

Vraag

Eén van mijn relaties is ontslagen. Hij wil de premiebetaling voor zijn collectieve pensioenregeling en de pensioenopbouw voortzetten. Mag hij dat? 

Antwoord

Uw relatie mag de pensioenopbouw en premiebetaling onder voorwaarden voortzetten. In de eerste plaats kan vrijwillige voortzetting alleen wanneer de pensioenregeling van uw relatie dit toestaat. 

Bij een onvrijwillig ontslag mag hij de pensioenopbouw voortzetten zolang hij een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering ontvangt. Ofwel: een WW-uitkering.

Daarnaast kan uw relatie na (al dan niet vrijwillig) ontslag over perioden van ten hoogste 10 jaar extra pensioen opbouwen. Daarbij maakt het niet uit of uw relatie gedurende die perioden een loongerelateerde uitkering ontvangt. De minister van Financiën stelt hieraan onder meer de volgende voorwaarden: 

  1. De vrijwillige voortzetting kan alleen plaatsvinden voor zover uw relatie over dezelfde periode geen ander pensioen opbouwt. Bijvoorbeeld in een pensioenregeling van een eventuele andere werkgever, doteert aan een oudedagsreserve of opbouwt in een beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling;
  2. De uitbreiding van de pensioengevende diensttijd mag niet aanvangen in de periode van drie jaren voorafgaande aan de pensioendatum van de regeling bij zijn voormalige werkgever, die hij vrijwillig voortzet;
  3. Het pensioengevend loon voor de vrijwillige voortzetting is gemaximeerd op het laatstverdiende loon. Met ingang van het vierde kalenderjaar van vrijwillige voortzetting geldt een extra maximum. Dit is het gezamenlijke bedrag van:
    • de winst uit onderneming vóór toevoeging aan en afneming van de oudedagsreserve en vóór de ondernemersaftrek,
    • het belastbare loon vóór aftrek van het als negatief loon wegens de vrijwillige voortzetting in aanmerking genomen bedrag,
    • het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden, en
    • de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen zoals vastgesteld in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar. 
  4. De premie voor het op risicobasis verzekerde partner- of wezenpensioen mag uw relatie in mindering brengen op zijn inkomen. Hierbij mag de pensioengrondslag voor het deel van het partner- of wezenpensioen dat ziet op nog te bereiken dienstjaren niet uitgaan boven het gemiddelde van de in de vijf voorafgaande jaren gehanteerde grondslagen. 

Ingeval in een jaar het voor de voortgezette pensioenopbouw in aanmerking te nemen inkomen zodanig laag is dat geen pensioengrondslag (pensioengevend inkomen minus de AOW-franchise) resteert mag de pensioenuitvoerder voor de opbouw van pensioen dat jaar toch als dienstjaar in aanmerking nemen. Voorwaarde daarbij is dat de bijdrage aan de voortgezette pensioenregeling voor dat jaar niet meer is dan een symbolisch bedrag van ten hoogste € 1. Dit voorkomt dat de voormalige werknemer de voortgezette pensioenopbouw noodgedwongen moet beëindigen vanwege een (incidenteel) laag inkomen. Er moet een symbolisch bedrag overgemaakt worden omdat op grond van de Pensioenwet als vereiste voor vrijwillige voortzetting geldt dat sprake moet zijn van voortdurende pensioenopbouw.

 

Bron: belastingdienstpensioensite, besluit 17 november 2015, onderdeel 2.3