Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Praktijkvraag: wettelijke gevolgen verstrijken uiterste tijdstip aankoop pensioenuitkering

Vraag

Mijn cliënt X heeft een pensioenverzekering die tien maanden geleden is geëxpireerd. Door omstandigheden heeft hij nog steeds geen pensioenuitkering aangekocht voor het pensioenkapitaal. Wat zijn hiervan de fiscale gevolgen?

Antwoord

Voor de aankoop van een pensioen geldt een redelijke termijn. Volgens de Kennisgroep Pensioenen van de belastingdienst is deze termijn in principe zes maanden na de overeengekomen expiratiedatum van de pensioenverzekering. Als uw cliënt de redelijke termijn voor aankoop van de pensioenuitkeringen voor zijn pensioenverzekering heeft laten verlopen, dan is er geen sprake meer van een pensioenregeling volgens de Wet op de loonbelasting 1964 (art. 19b lid 1 onder a). Dat betekent dat de waarde van de pensioenaanspraak direct voorafgaand aan het verstrijken van het uiterste tijdstip wordt belast als loon uit een vroegere dienstbetrekking. De pensioenuitvoerder van uw cliënt moet loonheffing inhouden op het pensioenkapitaal. Ook is uw cliënt revisierente verschuldigd.

Als het voor X niet mogelijk is om de pensioenuitkeringen in te laten ingaan binnen de hiervoor gestelde redelijke termijn, zal hij tegenover de inspecteur aannemelijk moeten maken dat in zijn geval de redelijke termijn nog niet is verstreken. Hij moet hiervoor een schriftelijk verzoek doen aan de inspecteur. Slechts als de inspecteur hiermee instemt, voorkomt X de inhouding van loonheffing over het pensioenkapitaal en de revisierente.

N.B. De redelijke termijn voor aankoop van pensioen wijkt af van de redelijke termijn waarbinnen een lijfrente moet worden aangekocht na expiratie. Over de redelijke termijn voor lijfrente-aankoop kregen wij eerder dit jaar ook een praktijkvraag. Het antwoord daarop leest u hier. Bij overschrijding van de redelijke termijn bij lijfrente zijn de gevolgen vergelijkbaar.

Bron: belastingdienstpensioensite, Vraag & Antwoord 18-009 d.d. 24 oktober 2018

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 2 november 2018