Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Aegon Adfis Praktijkvragen Praktijkvraag: Afkoop lijfrente bij faillissement door curator

Praktijkvraag: Afkoop lijfrente bij faillissement door curator

Vraag

Een cliënt van mij is failliet. Nu wil de curator de lijfrente van mijn client afkopen. Deze lijfrente is bedoeld voor zijn pensioen en moet ingaan over drie jaar. Mag de curator zijn lijfrenteverzekering zomaar afkopen?

Antwoord

Neen, dat mag de curator niet zomaar.

Lijfrenteverzekeringen met een aftrekfaciliteit in de IB kennen doorgaans een (contractueel) afkoopverbod. Deze lijfrenten mag een curator niet afkopen bij faillissement van de verzekeringnemer. Dat volgt uit artikel 986 Burgerlijk Wetboek. Volgens dat artikel zijn in beginsel alle gefaciliteerde box 1-lijfrenten uit het Brede Herwaarderingstijdperk én uit de IB 2001-periode beschermd bij faillissement.

Bancaire lijfrenten zijn ook beschermd is bij faillissement. Dat is geregeld in artikel 21, sub 7 van de Faillissementswet. Volgens die bepaling valt bancaire lijfrente buiten de boedel en mag deze niet worden afgekocht door de curator in geval van faillissement van de rekeninghouder.

Pre-Bredeherwaarderingslijfrenten kennen geen afkoopverbod. Die zou de curator eventueel kunnen afkopen bij faillissement van de verzekeringnemer, tenzij er een onredelijke benadeling is van de verzekeringnemer of begunstigde. De rechter moet toetsen of er sprake is van een onredelijke benadeling. In 2017 heeft rechtbank Gelderland in een zaak die later tot cassatie bij de Hoge Raad leidde, laten zien hoe de ‘toets van onredelijke benadeling’ uitgevoerd moet worden bij een pensioenverzekering van een failliet. Hoewel een pensioenverzekering geen lijfrenteverzekering is, geven de overwegingen van de rechtbank een heldere kijk op de toets van artikel 22a, lid 1 FW bij levensverzekeringen met een verzorgingskarakter. Die komt er kortweg op neer dat wanneer er geen andere voorzieningen zijn en de levensverzekering is bedoeld als oudedagsvoorziening (heeft verzorgingskarakter) de afkoop in het algemeen leidt tot onredelijke benadeling. Indien de levensverzekering niet de enige oudedags- of nabestaandenvoorziening is, dan zal afkoop doorgaans eerder kunnen worden toegestaan door een rechter-commissaris. (zie ook ons nieuwsbericht van oktober 2017).

Wanneer de lijfrente eenmaal is ingegaan, ligt het nog meer aan de omstandigheden of de curator de lijfrente mag afkopen. Wij schreven daarover in ons nieuwsbericht van 10 maart 2020.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 20 augustus 2020