Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Praktijkvraag: Hoe werkt verlofsparen

Zakelijk Aegon Adfis Praktijkvragen Praktijkvraag: Hoe werkt verlofsparen

Vraag

Volgens het wetsvoorstel ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ wordt het verlofsparen verhoogd naar 100 weken. Maar hoe werkt dat verlofsparen eigenlijk?

Antwoord

Verlofsparen geeft de mogelijkheid om extra vakantie te sparen boven het wettelijke verlof. Zolang het gespaarde verlof niet meer is dan 50 (vanaf 1 januari 2021: 100) weken, hoeft de werkgever daarover geen loonheffing af te dragen. De werkgever moet het gespaarde verlof wel als schuld op de balans zetten totdat hij het uiteindelijk uitkeert.

Wettelijk verlof

Werknemers krijgen een wettelijk aantal vakantiedagen per jaar. In uren is dit vier keer het aantal uren dat de werknemer per week werkt. Als hij bijvoorbeeld het hele jaar 25 uur per week werkt, heeft hij recht op 100 vakantie-uren per jaar. Daarmee kan hij in ieder geval vier weken vakantie per jaar opnemen. De werkgever moet zijn werknemer(s) de mogelijkheid geven om elk jaar zijn wettelijke vakantie-uren op te nemen.

Wettelijke vakantiedagen mogen niet worden uitbetaald gedurende het dienstverband. Wanneer de werknemer zijn wettelijke vakantie-uren aan het einde van het jaar nog niet helemaal opgenomen blijven ze nog zes maanden geldig. Voor de vakantie-uren die niet zijn opgenomen voor 1 juli van het opvolgende jaar vervalt het recht op opnemen.

Bovenwettelijk en compensatie verlof en verlofsparen

Bovenwettelijke vakantie-uren en verlof ter compensatie van overwerk vloeien voort uit een CAO, arbeidsovereenkomst of een bedrijfsreglement. Deze uren komen bovenop de wettelijke vakantie-uren. Bij een werkweek van 40 uur en 25 vakantiedagen zijn vijf vakantiedagen bovenwettelijk en 20 dagen (40 uur maal 4 is 160 uur is 20 dagen) wettelijk.

De geldigheid van bovenwettelijke vakantie-uren is vijf jaar, gerekend vanaf het kalenderjaar waarin de werknemer ze heeft opgebouwd. De bovenwettelijke vakantie-uren kunnen dus worden opgespaard. De uren die een werknemer opbouwt, moet hi binnen vijf jaar opnemen of laten uitbetalen. In de CAO, arbeidsovereenkomst of het bedrijfsreglement kan ook bepaald zijn dat de bovenwettelijke vakantie-uren langer mogen worden gespaard.

Volgens de Wet op de loonbelasting (artikel 11, eerste lid onderdeel r) is een aanspraak op vakantie- en compensatieverlof niet belast wanneer het aan het einde van het kalenderjaar niet meer is dan 50 weken. Dit maximum wordt vanaf 1 januari 2021 verhoogd naar 100 weken. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel hiervoor in november 2020 aan. Uiteraard moet de Eerste Kamer daarmee ook instemmen, alvorens dit wet is.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 20 november 2020