Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Alternatief aanpassingen Witteveenkader: netto pensioensparen

10 juni 2013

Op 7 juni publiceerden de sociale partners in de Stichting van de Arbeid een alternatief voor de beperkingen van het Witteveenkader van het kabinet. Het opbouwpercentage gaat aanzienlijk omlaag en het pensioengevend inkomen wordt gemaximeerd tot € 100.000. De STAR stelt een netto spaarvariant voor waardoor de verlaging van het opbouwpercentage beperkt kan blijven. Maar is het het allemaal wel waard?

Voorstel kabinet

Het kabinet wil de fiscale ondersteuning van pensioenopbouw (het Witteveenkader) beperken. Het wetsvoorstel Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen ziet op die beperking en is bij de Tweede Kamer ingediend. Het maximale opbouwpercentage voor een middelloonregeling is op dit moment 2,25%. Volgend jaar gaat dit naar maximaal 2,15% en in het wetsvoorstel is opgenomen dat vanaf 2015 het percentage maximaal 1,75 wordt. Het pensioengevend inkomen waarover pensioen mag worden opgebouwd is vanaf 2015 gemaximeerd op € 100.000.

Sociaal Akkoord

Op 11 april 2013 heeft het kabinet afspraken gemaakt met werkgevers- en werknemersorganisaties in het Sociaal Akkoord. Onderdeel van deze afspraken is dat sociale partners tot 1 juni 2013 de gelegenheid zouden krijgen voor de uitwerking van alternatieven voor de aanpassing van het Witteveenkader. Deze deadine kon de STAR niet halen en kreeg uitstel. Op 7 juni 2013 presenteerde de STAR de uitwerking van alternatieven en het voorstel aan het kabinet.

Alternatieven

De STAR moest komen met een voorstel om de effecten te beperken van de verlaging van het opbouwpercentage en de maximering van het salaris waarover pensioenopbouw mag plaatsvinden. De bezuinigingsdoelstellingen die het kabinet zich heeft gesteld mogen hierdoor niet belemmerd worden. De STAR onderzocht twee alternatieven. De alternatieven zijn:

1. De nettovariant. Deze variant neemt het nieuwe Witteveenkader als uitgangspunt. Dus een maximum opbouwpercentage van 1,75 en een maximum pensioengevend inkomen van € 100.000. Gezien de bezuinigingsdoelstellingen komt deze variant van de STAR tot een maximum opbouwpercentage van 1,85. Er komen per 1 januari 2015 twee netto pensioen spaarfaciliteiten: één voor het inkomensgedeelte boven € 100.000 (om een opbouw te bereiken van 1,85% in plaats van 0%) en één voor het inkomensgedeelte lager dan € 100.000 (om een opbouw te bereiken van bruto 1,85% in plaats van 1,75%). Deelnemers aan deze netto pensioenfaciliteit leggen uit hun netto inkomen een bedrag in voor pensioensparen. Eventuele werkgeversbijdragen hieraan worden belast. Over het opgebouwde bedrag hoeft geen vermogensrendementheffing (box 3-heffing) betaald te worden en ook over de uitkering wordt te zijner tijd geen loonbelasting ingehouden. Daarom is het extra opbouwpercentage niet 0,1% bruto maar het daarbij behorende netto percentage. Bij eerdere onttrekking uit de netto spaarregelingen dan de pensioengerechtigde leeftijd moet vermogensrendementsheffing worden betaald.

Schematisch ziet deze variant er als volgt uit.

 

2. Bij de tweede variant blijft het maximale opbouwpercentage binnen het Witteveenkader voor alle inkomenscategorieën 1,75% en er vindt geen aftopping plaats. Voor pensioenopbouw over een salaris van meer dan  € 100.000 wordt daarentegen een 'voorheffing'  toegepast over de premie-inleg. Die 'voorheffing' wordt vervolgens verrekend op het moment van pensioenuitkering. De inhoudingsplicht wordt neergelegd bij werkgevers (in de vorm van een eindheffing). 
Gezien de financiële haalbaarheid stelt de STAR de eerste variant (het netto sparen) voor als alternatief.

Reactie kabinet

Het kabinet verwelkomt het advies van de STAR en gaat het wetsvoorstel om het Witteveenkader te beperken aanpassen. Door middel van een nota van wijziging maakt het kabinet voor 17 juni duidelijk hoe de gewijzigde wetgeving er uit komt te zien.

Commentaar

Wij zijn met de STAR, de Raad van State en vele anderen van mening dat het beperken van het Witteveenkader een averechts effect heeft. Niet alleen worden de belastinginkomsten over pensioenuitkeringen in de toekomst sterk minder, ook hebben gepensioneerden van de toekomst (veel) minder inkomen terwijl zij bijvoorbeeld de zorgkosten veel meer zelf moeten gaan betalen. Wij verwelkomen ideeën en voorstellen die hieraan tegemoet komen. De STAR presenteerde een aanvulling op de beperking van het Witteveenkader binnen de bezuiningingsdoelstellingen. De aanvulling bestaat uit de mogelijkheid tot netto pensioensparen. Wij hebben sterk onze twijfels  of dit de beste oplossing is om een aantal redenen.

 

  • Voor veel Nederlanders is pensioen is nu al vreselijk ingewikkeld. De variant van netto pensioensparen maakt het nog veel ingewikkelder. UPO’s worden door veel mensen moeilijk begrepen. Laat staan als hier een gedeelte bij moet komen over netto pensioen.
  • Het voorstel van de STAR rept niet over de dekking van het nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsrisico boven de nieuwe maximale Witteveengrenzen. Na 1 januari 2015 zal de dekking van deze risico’s sterk dalen omdat ze gekoppeld zijn aan het op te bouwen ouderdomspensioen. Het netto pensioensparen zorgt niet voor een hogere dekking zodat werknemers dat zelf moeten doen. Dat levert een extra communicatie uitdaging op.
  • Omdat er bij netto pensioensparen sprake is van een pensioen, gelden de bepalingen van de Pensioenwet. Dit levert allerlei complicaties op waarvoor nog geen oplossing is gevonden. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er bij waardeoverdracht wanneer de overdragende pensioenuitvoerder wel een netto pensioen heeft maar de ontvangende pensioenuitvoerder niet?
  • Financiële planning wordt weer ingewikkelder. Aan de ene kant kent netto pensioensparen  beperkingen van de Pensioenwet, aan de nadere kant is geen heffing box 3. Wat is een goede keuze? Financieel adviseurs krijgen er weer een adviestaak bij.
  • Uitvoeringstechnisch is netto pensioensparen een uitdaging. Of alle pensioenuitvoerders in staat en bereid zijn een netto pensioen uit te voeren zal afhankelijk zijn van diverse factoren. De pensioenuitvoerder moet bijvoorbeeld jaarlijks de waarde van dit pensioen opgeven aan de belastingdienst. Of dit eenvoudig te doen is of dat hiervoor het administratiesysteem moet worden omgebouwd zal per uitvoerder verschillen. De administratieve lasten en uitvoeringskosten van een excedentregeling zijn relatief hoog ten opzichte van de premie-inleg. Het is dan ook maar de vraag of iedere pensioenuitvoerder dit zal aanbieden.

 

Het is overigens maar de vraag wat de waarde is van het gepresenteerde alternatief van de STAR. Staatssecretaris Weekers (Financiën) repte over een akkoord; de FNV liet meteen weten: 'dat is het zeker niet'*.  
Het kabinet geeft in zijn reactie aan dat het wetsvoorstel op korte termijn wordt aangepast. Wij hopen dat, gezien ons bovenstaande commentaar, deze optie niet hetzelfde lot beschoren is als het hypotheekplan van minister Blok.

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis
Bron:  Brief en bijlage “Aanvulling op de voorgestelde aanpassing van het Witteveenkader”

*= Zie bijvoorbeeld