Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

België-route pensioenfondsen: storm in een glas water?

1 juli 2014

Begin mei verschenen berichten over het pensioenfonds van Aon dat overweegt om naar België te verhuizen. De Tweede Kamer schreeuwde moord en brand. Minister Dijsselbloem verklaarde verhuizen van pensioenfondsen naar België om de Nederlandse regelgeving en toezicht te ontwijken onverantwoord. En nu reageert de regering op Kamervragen. Is er echt wat aan de hand of is het een storm in een glas water?

Hieronder een overzicht van enkele vragen en antwoorden.

Toezicht op pensioenregelingen die over de grens worden uitgevoerd

Wanneer een pensioenregeling van een Nederlandse werkgever wordt uitgevoerd door een pensioenuitvoerder uit een andere lidstaat, blijven het Nederlandse sociaal- en arbeidsrecht en de informatiebepalingen uit de Pensioenwet van toepassing (voetnoot 1).  Dit betekent dat DNB en AFM verantwoordelijk blijven voor het toezicht op die toepasselijke bepalingen van Nederlands recht (voetnoot 2).

Hoe wordt rekening gehouden met belangen van Nederlandse deelnemers?

Een collectieve waardeoverdracht van een Nederlands pensioenfonds naar een pensioenuitvoerder in een andere lidstaat behandelt DNB op dezelfde manier als een collectieve waardeoverdracht tussen twee pensioenfondsen in Nederland. DNB let er dus op dat aan de wettelijke eisen van de Pensioenwet wordt voldaan en dat de belangen van de (gewezen) deelnemers en gepensioneerden op evenwichtige wijze door het bestuur van het Nederlandse pensioenfonds worden afgewogen.

De AFM houdt er toezicht op dat deelnemers zijn geïnformeerd over het voornemen tot collectieve waardeoverdracht.

Het prudentieel toezicht (voetnoot 3) op een Nederlandse pensioenregeling bij een Belgische uitvoerder wordt uitgevoerd door de Belgische toezichthouder; de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Deze is bij de uitoefening van haar toezicht gebonden aan de bepalingen uit de Europese Pensioenfondsenrichtlijn. De pensioenregeling zal aan deze minimumeisen moeten voldoen. Voor grensoverschrijdende pensioenfondsen geldt overigens dat de pensioenverplichtingen altijd volledig gefinancierd moeten zijn. Deze eis geldt niet voor nationale pensioenfondsen en kan dus feitelijk als zwaarder worden ervaren.
De richtlijn kent geen bepaling als artikel 105 Pensioenwet, dat Nederlandse pensioenfondsbesturen verplicht tot evenwichtige belangenafweging. Werkgevers, werknemers en deelnemers zouden dergelijke verschillen moeten onderkennen en meewegen bij de afweging om het pensioen eventueel buiten Nederland onder te brengen.

Heeft de OR inspraak bij verhuizing pensioen naar buitenland?

Een werkgever heeft de instemming van de ondernemingsraad nodig voor een besluit om de pensioenovereenkomsten onder te brengen bij een pensioeninstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie (voetnoot 4).

Mag een OFP eigen berekeningsmethode bepalen voor technische voorziening?

Een OFP (een Organisme voor de Financiering van Pensioenen, een Belgisch pan-Europees pensioenfonds) is volgens de Belgische wetgeving verplicht de technische voorzieningen te waarderen op basis van een prudente actuariële waardering. Zowel inzake rentevoeten, als inzake biometrische gegevens. Zij moet  rekening houden met alle verplichtingen overeenkomstig de uitgevoerde pensioenregeling. De technische voorziening moet voldoende zijn om de uitbetaling van alle verschuldigde pensioenen en opgebouwde pensioenrechten van de aangeslotenen te waarborgen. De berekeningsbasis van de technische voorzieningen moet opgenomen worden in het financieringsplan dat overeengekomen wordt tussen het OFP en de bijdragende ondernemingen. De Belgische waarderingsregels zijn nadrukkelijk gekoppeld aan de bijstortingsverplichting van de werkgever.

Voor pensioenregelingen die voorzien in een hoogte van uitkeringen (zogenoemde vaste prestatie regelingen) mogen de technische voorzieningen in geen geval minder zijn dan de verworven reserves zoals bepaald door de pensioenregeling. Bij de uitvoering van een Nederlandse vaste prestatie regeling door een OFP, zal de technische voorziening dus minstens moeten overeenstemmen met de overdrachtswaarde zoals bepaald volgens het Nederlandse standaardtarief.

Zijn sociale comités bij OFP's vergelijkbaar met deelnemersraden of verantwoordingsorganen?

Sociale comités kunnen ingesteld worden om de uitvoering van de geldende bepalingen van sociaal en arbeidsrecht voor de uitvoering van een bepaalde grensoverschrijdende pensioenregeling te faciliteren. Het is niet verplicht om een sociaal comité in te stellen bij een OFP. De Belgische wetgeving biedt de mogelijkheid een sociaal comité in te stellen, ook bij grensoverschrijdende pensioenregelingen. De betrokken partijen, waartoe ook de Nederlandse werkgever en deelnemers behoren, kunnen vrij beslissen over de oprichting, samenstelling, bevoegdheden en werking van een sociaal comité.

Zijn Nederlandse bedrijven gebonden aan de Belgische wettelijke bijstortverplichting?

Belgische werkgevers hebben op grond van het Belgische sociaal- en arbeidsrecht een resultaatsverbintenis ten aanzien van de nakoming van een Belgische pensioenregeling. Deze verplichting geldt echter niet voor Nederlandse werkgevers. Zij vallen namelijk  niet onder het Belgische sociaal- en arbeidsrecht. Uiteraard is het wel mogelijk dat een Nederlandse werkgever zich vrijwillig contractueel garant stelt voor de nakoming van de met zijn werknemers overeengekomen pensioenregeling, ongeacht in welke lidstaat de pensioenregeling wordt uitgevoerd.

Mocht een Nederlandse werkgever zich echter niet garant stellen voor de nakoming van de pensioenregeling, dan zullen de verplichtingen niet volgens de gebruikelijk Belgische waarderingsregels berekend kunnen worden. Deze zijn namelijk nadrukkelijk gekoppeld aan het bestaan van een werkgeversgarantie. Op dit moment is onduidelijk welke consequenties hieraan verbonden zullen worden.

Commentaar

De antwoorden van staatssecretaris Klijnsma zijn feitelijk en duidelijk. Hopelijk brengt dit de nuance weer terug in het debat.

Bij het vergelijken van de toezichtssysteem in België en Nederland ligt de nadruk vaak op de berekeningswijze van de technische voorziening. De conclusie is vaak dat de OFP in België veel meer vrijheid heeft om de uitgangspunten zelf te bepalen. Maar het totale pakket aan waarderingsgrondslagen, veronderstellingen en additionele zekerheidsmechanismen moet worden bekeken om tot een genuanceerd oordeel te komen over toezichtverschillen tussen Europese landen (voetnoot 5).

Wij zijn een beetje verbaasd over de commotie dat het voornemen van het pensioenfonds van Aon veroorzaakte. Al tien jaar kan, op grond van de Europese Pensioenfondsenrichtlijn, een pensioenregeling in een andere lidstaat worden uitgevoerd. Het gebeurt tot op heden mondjesmaat, omdat er veel haken en ogen aanzitten. Maar als een werkgever van deze mogelijkheid gebruik wil maken is het toch raar dat leden van de Tweede Kamer moord en brand schreeuwen en dat onze minister van Financiën zich zo ongenuanceerd uitlaat. Dus inderdaad een storm in een glas water.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron: Brief Klijnsma aan Tweede Kamer, 24 juni 2014
 

Voetnoten:
1. Op grond van artikel 20 van de Europese Pensioenfondsenrichtlijn (Richtlijn 2003/41/EG).
2. Als toegelicht in de artikelen 199 tot en met 202 van de Pensioenwet.
3.Prudentieel toezicht richt zich op de soliditeit van financiële ondernemingen en draagt bij aan de stabiliteit van de financiële sector. In Nederland is DNB belast met dit toezicht.
4. Op grond van artikel 23, vierde lid van de Pensioenwet.
5. Zie ook DNB, Verschillen in pensioentoezicht tussen landen vragen om een integrale vergelijking, Kwartaalbericht, maart 2007.