Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Besluit AVA moet na wijziging pensioenovereenkomst

20 november 2013

Door gewijzigde fiscale wetgeving moeten DGA's hun pensioenregeling aanpassen. Dit moeten ze kunnen aantonen. Dat kan door de pensioenovereenkomst te wijzigen. De Algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) moet deze wijziging bekrachtigen. Rechtbank Gelderland boog zich over de vraag of de wijziging tijdig plaats had gevonden.

Procedure

Een BV had aan haar DGA een pensioen toegezegd. Deze toezegging was opgenomen in een pensioenbrief. De pensioenregeling voldeed niet aan de Wet fiscale behandeling van pensioen (Witteveenwetgeving). In de pensioenbrief 1998 was geen afkoopverbod opgenomen en de opbouwpercentages van de pensioenaanspraken waren te hoog. Op grond van de overgangsbepaling moest de pensioenregeling vóór 1 juni 2004 zijn aangepast.

In de procedure voor de Rechtbank kwam vast te staan dat de pensioenovereenkomst pas na 1 juni 2004 was aangepast. Verder was er twijfel of de algemene vergadering van aandeelhouders voor 1 juni 2004 had besloten om de pensioenregeling te wijzigen.

Uitspraak

De Rechtbank besliste dat eerst een nadere schriftelijke overeenkomst tussen de BV en DGA moet worden gesloten Pas daarna kan de algemene vergadering van aandeelhouders hierover besluiten. Volgens de Rechtbank kon de algemene vergadering van aandeelhouders pas plaatsvinden nadat de pensioenovereenkomst was gewijzigd.

Het beroep van belanghebbenden op de eenzijdige aanpassing van de pensioenovereenkomst vond bij de Rechtbank geen genade. Evenals hun beroep op de glijclausule die was opgenomen in de pensioenbrief van 1998. Volgens de rechtbank was deze onvoldoende gespecificeerd.

Volgens de Wet op de loonbelasting (artikel 19b) wordt bij een pensioenregeling die niet (meer) voldoet aan de voorwaarden de hele aanspraak belast. De Rechtbank vroeg  zich af of in deze situatie de hele aanspraak moest worden belast of slechts het bovenmatige deel. Volgens de Rechtbank  past in deze situatie een evenredige wijze van belastingheffing veel meer bij het doel en strekking van de Wet. Immers in dit geval was de onzuiverheid van de regeling niet te wijten aan een actieve handeling van de belanghebbenden maar door passief te zijn bij het aanpassen van de pensioenregeling aan een wetswijziging.

Het gevolg van de uitspraak van de Rechtbank is dat de regeling per 1 juni 2004 onzuiver was en dat in 2004 alleen belasting hoefde te worden geheven  over de opbouw na
1 juni 2004.

Commentaar

Ook in 2013 moeten pensioenregelingen weer worden aangepast aan gewijzigde wetgeving, te weten de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP). De problematiek die speelt in deze zaak, is dus uitermate actueel.

De Rechtbank geeft in deze uitspraak duidelijk aan dat de belanghebbenden moeten aantonen dat tijdig is gewijzigd. In het geval van aanpassing aan de Wet VAP moet de bestaande pensioenovereenkomst vóór 1 januari 2014 zijn gewijzigd. Op grond van de civiele wetgeving moet het besluit van de wijziging van de pensioenovereenkomst daarna worden bekrachtigd in een algemene vergadering van aandeelhouders.

Opmerkelijk is de uitleg van de Rechtbank van artikel 19b van de Wet op de loonbelasting. In dit artikel staat dat als de aanspraak niet meer voldoet aan de wettelijke voorwaarden, de aanspraak moet worden aangemerkt als loon. In de wet en de wetsgeschiedenis is geen aanknopingspunt te vinden dat bij overschrijding van de wettelijke grenzen slechts het meerdere van de aanspraak wordt belast. Maar de Rechtbank stelt dat in deze situatie belastingheffing van het meerdere aansluit bij doel en strekking van deze bepaling. Deze interpretatie is opvallend te meer omdat in de wet ook staat dat bij een overschrijding van de grenzen belanghebbende kunnen vragen om splitsing van de aanspraken in een zuiver deel en een onzuiver deel. Een dergelijk verzoek moet worden gedaan uiterlijk op het moment direct voorafgaand aan het moment waarop de regeling onzuiver wordt. Alleen dan is slechts het bovenmatige deel belast. Wordt er, zoals in deze procedure geen verzoek gedaan, of wordt het verzoek te laat gedaan, dan is een splitsing niet mogelijk. Wij vragen ons af of deze interpretatie van de Rechtbank standhoudt bij een eventuele cassatie.

In ieder geval verdient het aanbeveling om er voor te zorgen dat de aanpassing in de pensioenovereenkomst tijdig wordt gedaan en de juiste volgorde wordt aangehouden. Dat voorkomt dit soort discussies met de belastingdienst.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, Adviseur
Bron: Rechtbank Gelderland, 05-11-2013; AWB-11_3084.