Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Bevestiging regels voor stamrecht ontslagvergoeding

2 oktober 2013

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) van de belastingdienst geeft in de vorm van Vragen en Antwoorden haar interpretatie met betrekking tot de uitvoering van stamrechten en de verlofregeling.

Vragen en antwoorden

De vragen en antwoorden worden regelmatig ververst of er worden nieuwe aan toegevoegd. Hierna gaan we in op vragen en antwoorden die het CAP onlangs publiceerde over stamrechten over:

- Variabele uitkering stamrecht
- Minimale uitkeringsperiode stamrecht
- Verlofstuwmeer en eerder stoppen

Bij de vragen over stamrechten gaat het steeds over een stamrecht dat bedongen is voor een ontslagvergoeding.

Variabele uitkering stamrecht

Volgens de belastingdienst mag de uitkering van een stamrecht variëren als dit van tevoren is bepaald. Het stamrecht is een periodieke uitkering. Daarbij hoeft niet (zoals bij een lijfrente) sprake te zijn van een vaste en gelijkmatige uitkering. Maar omdat de hele reeks van uitkeringen van belang is moet de hoogte van de uitkeringen wel van te voren vast staan. Dat houdt onder meer in dat de hoogte van de uitkering niet afhankelijk kan zijn van de hoogte van een sociale uitkering of een andere inkomensbron.

Minimale uitkering stamrecht

Een stamrechtuitkering is een periodieke uitkering. Dit is een reeks van uitkeringen waarbij de uitkering zelf (dus niet de hoogte) afhankelijk is van een onzekere gebeurtenis. Bij stamrechtverzekeringen is de onzekere gebeurtenis het leven van de gerechtigde. De kans dat de periodieke uitkering stopt door het overlijden moet hoger zijn dan 0,94%. Bij stamrechtspaar- of beleggingsrekeningen is de minimale duur van de uitkering vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting.

De belastingdienst geeft in de vragen en antwoorden aan dat deze 1%-kans of duur van de termijnen ook geldt als de verkrijger van het stamrecht een natuurlijke persoon is, die geen kind of pleegkind is.

Verlofstuwmeer

Voor de aanspraken op verlof geldt de omkeerregel van de loonbelasting. Dat houdt in dat verlof pas als loon wordt aangemerkt op het moment dat een werknemer gebruik maakt van zijn verlof. In de Wet is deze vrijstelling gemaximeerd. De vrijstelling geldt maximaal tot 250 verlofdagen aan het einde van de het jaar. Dat houdt in dat fiscaal 250 verlofdagen kunnen worden doorgeschoven naar het volgende jaar.
Volgens de belastingdienst kan dit verlofstuwmeer ook worden gebruikt om eerder te stoppen met werken. Dus voorafgaande aan de pensioendatum. Zelfs als dit gebeurt in combinatie met een seniorenregeling en levensloopverlof is er nog geen sprake van een Regeling voor vervroegd uittreden (RVU).

Commentaar

Deze vragen en antwoorden bevatten naar onze mening geen uitzonderlijke uitspraken van het CAP. Het is eerder een bevestiging van beleid dat al jaren gold.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centraal Aanspraakpunt Pensioen:
- Vraag & Antwoord 08-020 d.d. 23-09-2013
- Vraag & Antwoord 13-007 d.d. 23-09-2013
- Vraag & Antwoord 12-003 d.d. 23-09-2013