Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Bij wie is het wezenpensioen belast?

15 april 2014

Een pensioenuitvoerder keert een wezenpensioenuitkering uit aan de moeder van kind K. K vindt het oneerlijk dat zijn wezenpensioen tóch bij hem wordt belast. Hij doet beroep op de hardheidsclausule.

De casus

In 2006 overlijdt de vader van K. Het wezenpensioen van hem wordt uitgekeerd op het rekeningnummer van zijn moeder. K, geboren in 1990, deed aangifte inkomstenbelasting over 2011. Hij gaf daarin zijn wezenpensioen niet aan. De inspecteur corrigeerde het belastbaar inkomen. K stelt niet op de hoogte te zijn geweest van het wezenpensioen en meent dat zijn moeder hiervoor belast moet worden. Hoewel hij tot medio oktober 2013 stond ingeschreven op het adres van zijn moeder, woont hij sinds 2011 feitelijk bij zijn vriendin.

De belastingdienst wijst zijn bezwaar af. Het wezenpensioen is volgens de belastingdienst bij K belast is omdat het wezenpensioen aan hem is toegekend. In een beroepsprocedure bekrachtigt de rechtbank deze afwijzing.

K vindt dat de wet op dit punt onbillijk uitpakt. Hij vraagt de staatssecretaris van Financiën om toepassing van de hardheidsclausule.

Wezenpensioen belast bij K onbillijk?

De hardheidsclausule geeft de minister van Financiën de bevoegdheid om bij onbillijkheden van ernstige aard af te wijken van de wet. De staatssecretaris vindt dat voor K geen sprake kan zijn van toepassing van de hardheidsclausule. Die kan alleen worden toegepast bij een onbillijkheid van overwegende aard. Ofwel: een gevolg dat de wetgever had voorkomen als hij dat bij het maken van de wet had voorzien. En daarvan is in de situatie van K geen sprake.

Uitkeringen van een wezenpensioen worden volgens de Wet inkomstenbelasting bij het (wees)kind zelf belast, ongeacht of deze uitkeringen worden uitbetaald aan de overblijvende ouder of het kind zelf. De wijze waarop het pensioen wordt aangewend, doet daar dus niets aan af.

Voor de situatie dat een wezenpensioen wordt uitbetaald aan een ouder of voogd terwijl de minderjarige wees ergens anders woont is beleid met voorwaarden vastgesteld, aldus de staatssecretaris. En K voldoet volgens de staatssecretaris niet aan de voorwaarden. In 2011, het jaar van de belastingaanslag, was K namelijk meerderjarig en stond hij nog ingeschreven op het adres van zijn moeder.

De staatssecretaris van Financiën stuurde de klacht van K naar de Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven. De commissie oordeelt dat het standpunt van de staatssecretaris kan worden gevolgd.

Commentaar

Het wezenpensioen is belast bij de pensioengerechtigde: de wees.
Slechts bepaalde - in de wet limitatief opgesomde - inkomsten van minderjarige kinderen worden toegerekend aan de ouder die het gezag heeft. De wezenpensioenuitkering valt niet onder die limitatief opgesomde inkomsten. En de wezenpensioenuitkering van een meerderjarig kind valt hier al helemaal niet onder. Het feit dat K niet in beroep ging tegen de uitspraak van de rechtbank maar de staatssecretaris vroeg om toepassing van de hardheidsclausule laat naar onze mening zien dat K heel goed wist dat de wet hierover voldoende duidelijk is.

De wezenpensioenuitkering van K betrof een uitkering uit een aanvullend (tweede pijler) pensioen. Dit is een andere uitkering dan de halfwezenuitkering in de Algemene nabestaandenwet (Anw). De halfwezenuitkering in de Anw is sinds 2013 geïntegreerd in de nabestaandenuitkering waardoor deze uitkering bij de overblijvende ouder belast is. In ons bericht van 12 juli 2013 leest u meer over deze veranderingen in de Anw.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Kamerstukken II 2013/14, 33758, nr. 25