Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

CAP past modelpensioenovereenkomst aan

2 mei 2013

Het Centraal aanspreekpunt Pensioen (CAP) publiceert op haar site www.belastingdienstpensioensite.nl een model voor pensioenovereenkomsten voor pensioen in eigen beheer. In april 2013 paste het CAP dit model  aan de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (VAP) aan. Dit vraagt actie van de directeur-grootaandeelhouder (DGA).

De modelpensioenovereenkomst

Alleen de DGA mag zijn pensioen in eigen beheer verzekeren. Het CAP publiceert sinds 2004 modelpensioenovereenkomsten. Deze kunnen worden gebruikt door DGA’s die hun pensioen geheel of gedeeltelijk in eigen beheer verzekeren. In de modelpensioenovereenkomsten wordt de fiscale ruimte voor een pensioentoezegging bijna volledig benut. Wanneer een BV de modelpensioenovereenkomst gebruikt, moet zij die pensioentoezegging ook nakomen. Aan die uitgebreide toezegging zijn meer kosten verbonden dan een beperktere toezegging. Daarom wijken veel DGA’s af van de modelpensioenovereenkomst. Zijn aangepaste pensioenovereenkomst moet vanzelfsprekend voldoen aan de fiscale voorwaarden. De Belastingdienst raadt aan om hiervoor een terzake deskundige in te schakelen. De pensioenovereenkomst mag ook – vooraf - voorgelegd worden aan de Belastingdienst.

Waarom aanpassing van het model?

De bestaande modelpensioenovereenkomsten gaan uit van de wetgeving tot 1 januari 2014. Op die datum stijgt de pensioenrichtleeftijd naar 67 jaar en gelden de lagere maximale opbouwpercentages per jaar. Dit is opgenomen in Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (VAP) De nieuwe modelpensioenovereenkomsten sluiten hier op aan.

Wijzigingen in de modelpensioenovereenkomsten
In de modelpensioenovereenkomst zijn de volgende zaken aangepast:

  • De minimaal te hanteren pensioenrichtleeftijd. Die gaat op 1 januari 2014 omhoog naar 67 jaar. Na 2014 wordt de pensioenrichtleeftijd  automatisch aangepast aan de verwachte levensverwachting. De modelpensioenovereenkomsten omschrijven de pensioenrichtleeftijd zodanig dat bij stijging van de pensioenleeftijd niet elke keer een nieuwe overeenkomst hoeft te worden gemaakt. Het model verwijst hiervoor naar de wettekst. De BV moet de voor de pensioenopbouw relevante pensioenrichtleeftijd wel steeds in een addendum vastleggen. Een model voor dit addendum heeft de belastingdiemst toegevoegd.
  • De maximale opbouwpercentages. Deze zijn verlaagd naar 1,9 (voor eindloon-) en 2,15 (voor middelloonregelingen).
  • Partner- en wezenpensioen. Deze worden niet meer uitgedrukt in een percentage van het ouderdomspensioen maar hebben een eigen opbouwpercentage. Kennelijk is volgens de nieuwe wetgeving de verhouding ouderdomspensioen- en partnerpensioen niet meer gelijk aan 20 – respectievelijk 14% van het ouderdomspensioen.
  • Indexatie. Niet alleen bij ontslag maar ook bij het stoppen van de pensioenopbouw voor de pensioendatum worden de opgebouwde aanspraken geïndexeerd.
  • Herrekening opgebouwde aanspraken. De omzetting en herrekening van het pensioen dat is opgebouwd tot 1-1-2014 naar de Wet  VAP ( overgang van 65 naar 67) moet plaatsvinden op basis commerciële grondslagen. Bij de overgang in het kader van de VPL werd voor de actuariele herrekening uitgegaan van de fiscale balanswaarderingsgrondslagen.

Aandachtspunten

Ook in het verleden zijn opbouwpercentages (Witteveen) en pensioenrichtleeftijden (VPL) bijgesteld. Omdat opgebouwde pensioenaanspraken niet naar beneden mogen worden bijgesteld moet rekening worden gehouden met de hogere aanspraken die voorafgaand aan de bijstelling zijn opgebouwd. Dit gebeurt door de hogere opbouw af te zonderen. Dit wordt excedent genoemd. De systematieken om de Witteveen- en VPL- excedenten te bepalen zijn verschillend. Herrekeningen in verband met de wetswijzigingen per 1 januari 2014 leiden ook tot een excedent. De berekeningsystematiek van het excedent in verband met verlaging van de opbouwpercentages is vergelijkbaar met de systematiek bij de bepaling van het Witteveenexcedent. Voor het excedent in verband met de verschuiving van de pensioenrichtleeftijd geldt grotendeels dezelfde systematiek als bij de bepaling van het Vpl-excedent. Inschakelen van een terzake deskundige op dit terrein is geen overbodige luxe.

Het excedent dat het gevolg is van de omzetting van leeftijd 65 naar 67 telt niet mee voor de 100%-toets. Het excedent dat het gevolg is van het verlaagde opbouwpercentage wel.
Alle excedenten – ook die uit het verleden – worden jaarlijks geïndexeerd. Dit vergt een goede administratie van de verschillende excenten. Het verdient de voorkeur deze excedenten op te nemen in de pensioenovereenkomst. In het model wordt hier rekening mee gehouden.

Bij de Wet VPL bood het model ook een tekst om uit te gaan van verschillende pensioenrichtleeftijden voor de opgebouwde aanspraken en de nog op te bouwen aanspraken. Het nieuwe model voorziet hier niet meer in. Maar wij nemen aan dat dit nog wel mogelijk is. Evenals de mogelijkheid dat u de pensioenrichtleeftijd niet aanpast maar daarvoor in de plaats bij de toekomstige opbouw uitgaat van verlaagde opbouwpercentages.

Voor steeds meer handelingen moet u uitgaan van de commerciële waarde van de pensioenaanspraken. In feite is deze waarde gelijk aan de koopsom die een professionele verzekeraar vraagt voor het verzekeren van de aanspraken. Omdat niet iedereen beschikt over de tarieven van verzekeraars en deze vaak wijzigen is het wellicht handig als het CAP hiervoor richtlijnen aangeeft.

Wat kan AEGON Adfis voor u doen?

Eigen beheer van het pensioen van de DGA is complex.  Door de steeds wijzigende regelgeving vergt het pensioen van de DGA steeds meer aandacht en specialistische kennis. Hiervoor kunt u en beroep op ons doen. Ook voor het opstellen of wijzigen van een pensioenovereenkomst of het maken van complexe pensioenberekeningen inclusief de verschillende excedenten.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur AEGON Adfis
Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioen; model pensioenovereenkomsten; april 2013