Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Complicaties bij overdracht pensioenverplichting aan Pensioen BV

30 januari 2015

Als een BV de in eigen beheer gehouden  pensioenverplichting overdraagt aan een Pensioen BV spreken we van extern eigen beheer. Uit diverse recente uitspraken en conclusies van de Procureur Generaal bij de Hoge Raad (PG) blijkt maar weer dat bij een extern eigen beheer verschillende restricties gelden. 

Na-indexatie 

De overdracht van een pensioenverplichting moet plaatsvinden tegen marktwaarde. Vaak is dat de koopsom die voor de overgedragen pensioenaanspraken zou moeten worden betaald aan een professionele pensioenverzekeraar. Bij een regeling met (na-)indexatie zitten de kosten hiervoor ook in die koopsom. 

De kosten voor de indexatie zijn door de overdragende (Werk) BV direct aftrekbaar als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de betaling betreft premies of koopsommen krachtens een pensioenregeling;
  • er is betaald aan een pensioenfonds of een professionele verzekeraar;
  • de opgebouwde pensioenrechten moeten geheel zijn afgefinancierd;
  • de overeengekomen indexatie is maximaal vier percent per jaar.

 

Wanneer de BV aan één van deze voorwaarde niet voldoet zijn de lasten van de indexatie pas aftrekbaar als de wijzigingen in lonen of prijzen zich voordoen. In dat geval moet de Werk BV de kosten voor de indexatie in de overdrachtskoopsom activeren op de fiscale balans. Dit deel komt dus niet ten laste van de winst in het jaar van overdracht.

Een werk BV vond dat ze niet gehouden was aan de activering van de indexatielasten. Want zij had geregeld  dat de indexatielasten niet ten laste van de BV kwamen maar van de DGA. Deze was een eigen bijdrage verschuldigd ter grootte van de kosten van de indexatie. Volgens de PG maakt het niet uit of de DGA een eigen bijdrage betaalt. De pensioenlast rust geheel op de BV. Omdat in dit geval de koopsom niet geheel was betaald aan de Pensioen BV, moet volgens de PG de Werk BV  de lasten voor de indexatie activeren.  Dit deel van de koopsom  komt daardoor niet ten laste van de fiscale winst in het jaar van overdracht.

Leeftijdsterugstelling 

Volgens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 mag bij de waardering van pensioenverplichtingen een leeftijdsterugstelling worden toegepast om  het verschil tussen de gehanteerde overlevingstafel en een overlevingstafel van recentere datum te corrigeren.  

In een procedure voor het Gerechtshof Amsterdam vond een Pensioen BV dat zij op grond van het “Totaal winstbegrip” de pensioenverplichting mocht waarderen op minimaal de kostprijs van de overgenomen verplichting.. Zij hield bij de waardering van de pensioenverplichting dus ook rekening met een opslag voor leeftijdsterugstelling. En als zij uit hoofde van de waarderingsregels voor eigen beheer geen rekening mocht houden met een opslag voor leeftijdsterugstelling, zij de opslag hiervoor mocht passiveren op haar balans. Ook in het laatste geval wordt voorkomen dat de BV winst maakt in verband met de overdracht van het pensioen.

Volgens het Gerechtshof moet de uitvoering door de Pensioen BV ook worden gezien als een vorm van eigen beheer. Dus was de Pensioen BV gehouden aan de bepaling in de Wet Vpb en mocht zij geen opslag voor leeftijdsterugstelling in de waardering van de pensioenverplichting opnemen. De BV mocht de kosten voor de leeftijdsterugstelling ook niet activeren. Daarvoor vond het Hof geen aanknopingspunt in de wet.

In de procedure voerde de Pensioen BV nog aan dat ze ongelijk werd behandeld in vergelijking met  de uitvoering van pensioenverplichtingen door professionele verzekeringsmaatschappijen . Het Hof maakte hier korte metten mee. De uitvoering door een verzekeringsmaatschappij is niet gelijk te stellen aan de uitvoering in eigen beheer door een Pensioen BV.

Waardering overgenomen pensioenverplichting

In een andere zaak stelt een Pensioen BV dat ze de overgenomen pensioenverplichting op haar fiscale balans mag waarderen op minimaal de overdrachtswaarde. De BV geeft hiervoor de volgende argumenten:

  1. Goed koopmansgebruik staat toe om de pensioenverplichting tijdelijk bevriezen op het bedrag van de ontvangen overnamevergoeding. De uitzonderingen op goed koopmansgebruik met betrekking tot indexatie en leeftijdsterugstelling zijn niet van toepassing bij extern eigen beheer.
  2. De beperking met betrekking tot leeftijdsterugstelling blijft buiten toepassing omdat er in haar geval geen kosten of lasten verbonden zijn aan leeftijdsterugstelling.
  3. De beperking met betrekking tot de indexatie blijft buiten toepassing omdat als gevolg van de ontvangen overnamevergoeding per saldo geen sprake is van totaalwinst of jaarwinst, zodat er ook niets – anders – te verdelen valt over toekomstige jaren.

 

Zowel de Rechtbank, het Gerechtshof en de PG zijn eensluidend in hun afwijzing van de argumenten van de Pensioen BV. Zij stellen dat de afwijkingen van goed koopmansgebruik met betrekking tot indexatie en leeftijdsterugstelling, anders dan de Pensioen BV beweert, ook van toepassing zijn bij de waardering van de pensioenverplichting bij extern eigen beheer .

Commentaar 

Extern eigen beheer leidt tot verschillende complicaties. Zeker als de pensioenaanspraken geïndexeerd zijn. Doordat de overdracht plaatsvindt tegen marktwaarde maakt de Werk BV – gezien de huidige omstandigheden - een fiscaal verlies. Dit wordt nog enigszins getemporiseerd doordat de Werk BV de lasten voor de indexatie moet activeren. De Pensioen BV daar en tegen maakt direct een fiscale winst. Het fiscale verlies in de Werk BV is het spiegelbeeld van de fiscale winst in de Pensioen BV. De uitspraak van het Gerechtshof en de oordelen van de PG zijn in lijn met het standpunt dat de Staatssecretaris eerder al aangaf in het Besluit CCP2008/447M.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft  hierover een andere visie. In haar uitspraak van 25 november 2014 Zie ons bericht van 10 december 2014. Het Gerechtshof impliceerde dat bij de overdracht van pensioen de overdrachtswaarde mag worden bevroren. Het is dus goed dat de Hoge Raad uitsluitsel geeft over deze problematiek. 

Voor de liefhebber: De PG geeft in zijn oordeel over de waardering van de overgenomen pensioenverplichting een referaat over de fiscale regelgeving met betrekking tot waardering van een  pensioenverplichting in intern- en extern eigen beheer.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bronnen:

Gerechtshof Amsterdam, 13-11-2014; ECLI:NL:GHAMS:2014:5833

Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden: AG ECLI:NL:PHR:2014:2729, 18 december 2014; AG ECLI:NL:PHR:2014:2730, 18 december 2014

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 januari 2015